Gespreide taxatie en herbelegging - vruchtgebruik in vastgoed binnen de vijf jaar kwalificeert !

Gespreide taxatie en herbelegging - vruchtgebruik in vastgoed binnen de vijf jaar kwalificeert !

 

Vruchtgebruikstructuren zijn op vandaag schering en inslag. Voor de rechtbank van eerste aanleg te Brugge kwam de vraag aan bod of een herbelegging in het vruchtgebruik van een gebouwd onroerend goed in aanmerking komt voor de verlengde vijfjarige herbeleggingstermijn voorzien in artikel 47, § 4 WIB 1992 (Rb. Brugge 21 maart 2011, www.monkey.be).

Herbelegging in het vruchtgebruik van een gebouwd onroerend goed

Een vennootschap verkoopt op 20 maart 2001 een onroerend goed en realiseert daarbij een meerwaarde ad € 211.867,83. De vennootschap heeft daarbij gekozen voor het stelsel van de gespreide belasting van de meerwaarde overeenkomstig artikel 47 WIB 1992. Dit stelsel houdt in dat de meerwaarde mits wederbelegging van de realisatieprijs in afschrijfbare activa gespreid wordt belast a rato van de afschrijvingen op de wederbeleggingen.

Op 29 december 2005 koopt de vennootschap het vruchtgebruik voor een periode van 20 jaar van een woning met aanhorigheden en erven. Deze investering wordt door de vennootschap aangeduid als herbelegging voor de gespreid belaste meerwaarde in de vijfjarige herbeleggingstermijn.

De administratie is het hiermee niet eens. Volgens de administratie moet een herbelegging in het vruchtgebruik van een onroerend goed gebeuren binnen de herbeleggingstermijn van drie jaar en kan dit niet gebeuren in de verlengde herbeleggingstermijn van vijf jaar; een herbelegging in de vijfjarige termijn vergt volgens de administratie immers een herbelegging in de volle eigendom van een gebouwd onroerend goed (zie Parlementaire vraag nr. 1447 van de heer DE CLIPPELE d.d. 25 juli 2001, www.fisconet.fgov.be en Voorafgaande beslissing nr. 600.020 d.d. 27 juni 2006, www.fisconet.fgov.be).

De rechtbank

De rechtbank stelt de administratie in het ongelijk.

De rechtbank oordeelt dat in artikel 47, § 4 WIB 1992 niet is bepaald dat de herbelegging moet gebeuren in de volle eigendom van een gebouwd onroerend goed wil de verlengde herbeleggingstermijn van vijf jaar van toepassing zijn. Door te stellen dat onder herbelegging in een gebouwd onroerend goed in de zin van artikel 47, § 4 WIB 1992 enkel kan worden verstaan de herbelegging in de volle eigendom van een gebouwd onroerend goed, voegt de administratie een voorwaarde toe aan die bepaling.

De rechtbank besluit dan ook dat de aankoop van een vruchtgebruik in een gebouwd onroerend goed kwalificeert als wederbelegging binnen de verlengde vijfjarige termijn voorzien in artikel 47, § 4 WIB 1992.

Analyse

De vraag die zich in deze stelt is of een vruchtgebruik op een gebouwd onroerend goed kan gelijkgesteld worden met een gebouwd onroerend goed. Gelet op het feit dat het begrip gebouwd onroerend goed niet wordt gedefinieerd in de (fiscale) wet dient men de interpretatie van het burgerlijk recht te volgen.

In dit verband stelt het burgerlijk wetboek dat alle zaken ofwel roerend ofwel onroerend zijn (artikel 516 BW). Dit houdt dan ook in dat ook onlichamelijke zaken (bijvoorbeeld ((zakelijke) rechten, vorderingen etc.) roerend dan wel onroerend moeten zijn (R. DEKKERS en E. DIRIX, Handboek burgerlijk recht, Deel II, Antwerpen, Intersentia, 2005, 11). In dit verband wordt dan ook gesteld dat het vruchtgebruik als zakelijk recht het karakter aanneemt van de zaak waarop het gevestigd is (P. CARLIER en K. VERHEYDEN, Vruchtgebruik, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 1998, nr. 32, p. 29). Er wordt dan ook vrij algemeen aanvaard dat een vruchtgebruik op een (gebouwd) onroerend goed zelf als een (gebouwd) onroerend goed wordt beschouwd (R. DEKKERS en E. DIRIX, Handboek burgerlijk recht, Deel II, Antwerpen, Intersentia, 2005, 21).

In deze interpretatie komt het vruchtgebruik op een gebouwd onroerend goed dan ook gedurende de vijfjarige herbeleggingstermijn integraal in aanmerking als herbelegging in het licht van de gespreide taxatie. Deze interpretatie wordt in voormeld vonnis in ieder geval gevolgd. Naar verluidt heeft de administratie tegen dit vonnis geen hoger beroep aangetekend… 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.