Gemeentebelasting voor bedrijven – doorstaat uw belastingregelment de toets aan gestelde vereisten ?

Gemeentebelasting voor bedrijven – doorstaat uw belastingregelment de toets aan gestelde vereisten ?

Elke gemeente heeft een niet onbelangrijke fiscale bevoegdheid; de gemeenteraad mag immers alle belastingen heffen die niet op een of andere wijze uitgesloten zijn. Een van de beperkingen van de gemeentelijke autonomie is bijvoorbeeld het heffen van opcentiemen op de personenbelasting, de vennootschapbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting der niet inwoners; daarvan is de doelstelling dat wordt vermeden dat de gemeenten concurrerende belastingen heffen. De vrijheid van de gemeente om belastingen te heffen is aldus de algemene regel en het verbod is de uitzondering. Het is vooral zaak te verifiëren of een gemeentebelasting wel rechtsgeldig is ingevoerd en wanneer dit niet het geval is daartegen tijdig en gepast te ageren.
Laten we uitgaan van een concreet voorbeeld van een hotellier. De gemeenteraad van de gemeente waarin zijn hotel zich bevindt, stemde op 25 maart 2013 de invoering van een logiesheffing van € 2 per kamer per nacht vanaf 1 juli 2013. Van belang is het moment van bekendmaking van het gemeentereglement. De hotellier zal wellicht voor het eerst kennis krijgen van de nieuwe logiesheffing via een collega-hotellier, via de lokale krant of nog via een informatiebrief of via de website van de betrokken gemeente. Maar het is niet het moment van kennisname dat telt, wel het moment van bekendmaking. Volgens het Vlaams Gemeentedecreet worden reglementen van de gemeenteraad bekend gemaakt door middel van een aanplakbrief die ondermeer het onderwerp van het reglement moet vermelden en tevens de datum van de beslissing waarbij het reglement werd aangenomen. De Raad van State bestempelde de bekendmaking via aanplakking weliswaar als archaïsch doch conform de Grondwet. Het komt er dus in de praktijk op aan de valven van de gemeente in de gaten te houden, minstens wanneer men kennis krijgt van een belastingreglement bij de gemeente navraag te doen omtrent het moment van aanplakking.
Het moment van aanplakking van het gemeentereglement is essentieel omdat vanaf dan een termijn van 60 dagen loopt waarbinnen bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring van het reglement kan worden ingediend. De Raad van State doet met name uitspraak over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen en overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de administratieve overheden. Er is bijvoorbeeld machtsoverschrijding wanneer de gemeente een belasting zou invoeren die niet tot haar bevoegd behoort. Machtsafwending is daarentegen de onwettigheid waarbij een bestuursorgaan de bevoegdheid die hem gegeven werd, gebruikt tot het nastreven van een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid verleend werd. Een vernietiging door de Raad van State van een belastingreglement werkt ten aanzien van iedereen en met terugwerkende kracht. Het belastingrelement wordt met andere woorden geacht nooit te hebben bestaan.

In de praktijk komt het voor dat de gemeente - al dan niet bewust? - de betrokken sector slechts aanschrijft en informeert over een nieuw belastingreglement na verloop van een zekere tijd na de aanplakking… Stel dat het reglement in ons voorbeeld werd aangeplakt op 28 maart 2013 en de hotellier ontvangt een informatiebrief van de gemeente op 20 mei 2013, dan rest hem nog slechts enkele dagen om een procedure bij de Raad van State op te starten. Het is dus niet ondenkbaar dat de hotellier slechts effectief kennis krijgt van de invoering van de nieuwe logiesheffing nadat meer dan 60 dagen zijn verlopen sinds de aanplakking. Voor een procedure bij de Raad van State en een vernietiging van het belastingreglement is het dan te laat. Het voorgaande belet evenwel niet dat er nog een bezwaarschrift kan worden ingesteld tegen iedere concrete aanslag die op basis van het belastingreglement zal worden ingekohierd. Dergelijk bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 3 maanden volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Na een uitspraak door het college van burgemeester en schepenen is er opnieuw een termijn van 3 maanden om desgevallend de zaak voor te leggen aan de fiscale rechtbank.
Voor wat betreft de mogelijk in te roepen argumenten komt het er in essentie op neer dat een belastingreglement de toets aan elke hogere rechtsnorm moet kunnen doorstaan. In de praktijk zijn het respect voor het gelijkheidsbeginsel, de vereiste van de materiële motivering van het belastingreglement en de gelding in de tijd van het reglement misschien wel de belangrijkste aandachtspunten. Zo is de motivering van de invoering van de belasting essentieel om een mogelijke discriminerende behandeling te verantwoorden. De motivering moet het mogelijk maken te verifiëren met welk doel de belasting werd ingevoerd zodat het pertinent en verantwoord karakter van de gemaakte onderscheidingen kan worden getoetst. De motivering moet volgens de rechtspraak niet terug te vinden zijn in het belastingreglement zelf, maar ze moet minstens kunnen worden afgeleid uit het administratief dossier van de gemeente (de memorie van toelichting, het proces-verbaal van de zitting, enz). Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de logiesheffing werd ingevoerd teneinde verblijfstoeristen mee te laten bijdragen in de algemene financiering van het stadsbestuur kunnen diverse vragen worden gesteld. Geldt de heffing zonder onderscheid voor alle hotels van de gemeente? Komen de in het reglement voorziene uitzonderingen (zoals bijvoorbeeld jeugdherbergen en ziekenhuizen) verantwoord voor? Zijn de hotelliers concreet nog in staat de heffing aan haar hotelgasten door te rekenen? etc. Voor wat betreft de gelding in de tijd van het reglement komt het erop neer dat de heffing enkel verschuldigd mag zijn op toekomstige feiten en niet op feiten die zich integraal hebben voltrokken in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het belastingreglement in werking treedt.
Elke gemeente heeft een niet onbelangrijke fiscale bevoegdheid. De gemeenteraad mag immers alle belastingen heffen die niet op een of andere wijze uitgesloten zijn. Best worden de belastingreglementen die betrekking hebben op de sector waarbinnen men actief is dan ook grondig doorgelicht. In geval men de vernietiging van een belastingreglement beoogt, bijvoorbeeld omdat de gemeente haar bevoegdheid is te buiten, gegaan moet men vooral snel ageren. Een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State moet immers worden ingediend binnen de 60 dagen na de aanplakking van het belastingreglement. Is men te laat voor een procedure bij de Raad van State, dan heeft men nog steeds de mogelijkheid om een bezwaarschrit in te dienen tegen iedere concrete aanslag die op basis van het belastingreglement zal worden ingekohierd en om eventueel de zaak aanhangig te maken bij de fiscale rechtbank. In de praktijk zijn het respect voor het gelijkheidsbeginsel, de vereiste van de motivering van het belastingreglement en de gelding in de tijd ervan wellicht de belangrijkste aandachtspunten.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.