Fusies en splitsingen : stroomlijning en vereenvoudiging van de verslagplicht anno 2012 !

Fusies en splitsingen : stroomlijning en vereenvoudiging van de verslagplicht anno 2012 !

De wet van 8 januari 2012 (B.S. 18 januari 2012) tot implementatie van de Europese Richtlijn van 16 september 2009 beoogt een administratieve vereenvoudiging voor wat betreft de vennootschapsrechtelijke verwerking van fusies en splitsingen. De ideale gelegenheid om een en ander ter zake op een rijtje te zetten, te beginnen met de verslagplicht bij fusies en splitsingen.

In de praktijk worden fusies en splitsingen dankbaar aangewend, zo ook in familiebedrijven voor onder meer de optimalisatie van de groepsstructuur, de herlokalisatie van welbepaalde activa zoals onroerend goed of participaties, e.d. Fusies en splitsingen vormen daartoe immers efficiënte technieken, te meer ze fiscaal neutraal kunnen verlopen indien aan welbepaalde voorwaarden is voldaan.
 
Fusies en splitsingen betreffen echter uitermate technische verrichtingen waarbij steeds verschillende takken van het recht aan bod komen. Fundament bij de totstandkoming van een fusie of splitsing is telkens het vennootschapsrecht. Zo kan een fusie of splitsing slechts met boekhoudkundige en/of fiscale continuïteit plaatsvinden indien zij geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.
 
De vennootschapsrechtelijke wetgeving omtrent fusies en splitsingen ligt in de eerste plaats vervat in BOEK XI van het Wetboek van Vennootschappen. Er wordt vooreerst voorzien in de definities voor fusies en splitsingen, en vervolgens in de te volgen procedure voor deze fusies en splitsingen.

De Belgische fusiewetgeving werd steeds vanuit Europa gestuurd. De Belgische wetgever heeft er echter vaak voor geopteerd de Europese wetgeving niet rechtstreeks te implementeren, maar er zich slechts door te laten inspireren waarbij ze niet steeds oog had voor de nodige samenhang in haar wetgeving. Dit resulteerde in soms complexe en disparate wetgeving, onder meer voor wat betreft de verslagplicht bij fusies en splitsingen. De recente wet van 8 januari 2012 poogt ter zake een en ander te vereenvoudigen..

In bijlage hebben we getracht de huidige verslagplicht bij alle mogelijke fusies, splitsingen en partiële splitsingen schematisch in kaart te brengen; de wijzigingen ingevolge de wet van 8 januari 2012 zijn rood gemarkeerd.

De verslagplicht bij fusies en splitsingen beoogt de belangen van de aandeelhouders en schuldeisers van de betrokken vennootschappen alsmede van haar werknemers en van overheidsinstanties te vrijwaren door hen voldoende op voorhand te informeren over de voorgenomen fusie of splitsing.
 
Noteer dat het Wetboek van Vennootschappen op vandaag slechts één artikel kent omtrent de partiële splitsing, zijnde artikel 677 van het Wetboek van Vennootschappen. Artikel 677 bepaalt dat met fusie of splitsing gelijkgesteld worden, de verrichtingen omschreven in de artikels 671 tot 675 zonder dat alle overdragende vennootschappen ophouden te bestaan. Omtrent de vennootschapsrechtelijke totstandkoming van een partiële splitsing rept het Wetboek van Vennootschappen echter met geen woord. Algemeen aangenomen wordt dat op vandaag de regels inzake splitsing op de partiële splitsing dienen te worden toegepast, zij het met enige voorzichtigheid. Ons inziens zou de praktijk baat hebben bij specifieke vennootschapsrechtelijke regelgeving omtrent de partiële splitsing.

Zoals uit bijgaand schema blijkt valt de verslagplicht bij fusies en splitsingen uiteen in drie grote delen.
 
I. fusie- of splitsingsvoorstel

Vooreerst is het bestuursorgaan van elk van de betrokken vennootschappen steeds verplicht een fusie- of splitsingsvoorstel op te stellen (zie eerste kolom). Het fusie- en splitsingsvoorstel dient minimaal enkele wettelijk voorgeschreven elementen te bevatten (onder meer een beschrijving van de voorgenomen verrichting) en dient zes weken voor de verrichting ter griffie te worden neergelegd om vervolgens te worden bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

II. fusie- of splitsingsverslagen

Vervolgens voorziet BOEK XI van het Wetboek van Vennootschappen in een bijzondere verslagplicht omtrent de fusie of splitsing in hoofde van enerzijds het bestuursorgaan en anderzijds de commissaris, of bij gebreke daaraan de revisor, van elk van de betrokken vennootschappen.

Het fusie – of splitsingsverslag van het bestuursorgaan dient een uiteenzetting te bevatten omtrent de stand van het vermogen van de betrokken vennootschap(pen) alsmede toelichting en verantwoording, vanuit juridisch en economisch oogpunt, bij de wenselijkheid van de verrichting, de voorwaarden en de wijze waarop ze zal geschieden en de gevolgen ervan, alsmede bij de methode volgens welke de ruilverhouding van de aandelen is vastgesteld.

Daarnaast dient de commissaris of revisor in principe een verslag op te stellen omtrent het fusie- of splitsingsvoorstel met inzonderheid een verklaring omtrent de redelijkheid van de gehanteerde ruilverhouding.

In principe is het opstellen van een fusie- of splitsingsverslag verplicht.

De aandeelhouders in elk van de betrokken vennootschappen kunnen echter met unanimiteit van stemmen van deze bijzondere verslagplicht afwijken, zowel voor het bestuursorgaan als voor de commissaris of revisor.

Tot voor de wet van 8 januari 2012 was bij de fusie door overneming en de fusie door oprichting het bestuursorgaan steeds verplicht een fusieverslag op te stellen. Een grondige reden was hiertoe niet voor handen. Op dit punt is de wet alvast tegemoet gekomen aan kritiek in de rechtsleer.

III. inbrengverslagen

Tot slot geldt bij fusies en splitsingen in principe de verslagplicht inzake inbreng in natura (zie derde kolom). Bij een fusie of splitsing vindt immers in beginsel een inbreng in natura plaats aangezien activa en passiva worden overgedragen aan de verkrijgende vennootschap in ruil waarvoor zij aandelen toekent aan de aandeelhouders van de overgenomen of gesplitste vennootschap.

Het Wetboek van Vennootschappen schrijft voor dat bij een inbreng in natura het bestuursorgaan of de oprichters van de verkrijgende vennootschap én diens commissaris, of bij gebreke daaraan revisor, elk een verslag dienen op te stellen omtrent de inbreng in natura (zie artikels 219 en 313 (bvba), 444 en 602 (nv), …). In de praktijk wordt deze verslagplicht vaak overbodig geacht bovenop de fusie- en splitsingsverlagen.

Het inbrengverslag van het bestuursorgaan of de oprichters van de verkrijgende vennootschap dient een uiteenzetting te bevatten omtrent het belang van de inbreng en de kapitaalverhoging voor de vennootschap.

De commissaris of revisor dient in zijn inbrengverslag een beschrijving te geven van de inbreng in natura, de toegepaste methoden van waardering en de ruilverhouding.

Reeds voor de wet van 8 januari 2012 voorzag BOEK XI van het Wetboek van Vennootschappen in enkele afwijkingen op deze verslagplicht bij fusies en splitsingen. De Belgische wetgever deed dit echter op disparate en weinig samenhangende wijze waardoor er in de praktijk vaak onzekerheid ontstond. Zo gold er geen verslaglicht inzake inbreng in natura bij de fusie door oprichting (artikel 705, §3 W.Venn.). Voor de fusie door overneming leek reeds te zijn voorzien in het regime zoals thans voorzien door de wet van 8 januari 2012 (zie hierna ), al bestond hierover discussie (artikel 695 W.Venn.). Voor de splitsing door overneming gold de verslagplicht ter zake onverkort, waar dat voor de splitsing door oprichting enkel het geval was voor de verslagplicht van de revisor (artikel 742, §3 W.Venn.).

De wet van 8 januari 2012 vormt ter zake een aanzienlijke verbetering daar ze thans voorziet in een eenvormig regime voor de verslagplicht inzake inbreng in natura bij fusies en splitsingen. Uitgangspunt hierbij was de Europese Richtlijn van 16 september 2009 die stelt dat de lidstaten slechts kunnen afzien van de principiële verslagplicht inzake inbreng in natura wanneer door een onafhankelijk deskundige een verslag is opgesteld over het splitsings- of fusievoorstel.

Conform de Europese regelgeving heeft de Belgische wetgever ervoor geopteerd de verslagplicht inzake inbreng in natura buiten werking te stellen zodra een revisoraal fusie- of splitsingsverslag is opgesteld. Indien er echter geen revisoraal fusie- of splitsingsverslag werd opgesteld (ingevolge een unaniem besluit daartoe van de aandeelhouders), dient de verslagplicht inzake inbreng in natura wel verplicht te worden toegepast. De praktijk zal wellicht uitwijzen dat nog zelden fusie- en splitsingsverslagen zullen worden opgesteld.

IV. 100% moeder-dochter verrichtingen

Voor moeder-dochterfusies voorziet het Wetboek van Vennootschappen expliciet in een specifiek vereenvoudigde procedure. Bij een moeder-dochterfusie vindt er immers geen aandelenruil plaats aangezien de verkrijgende vennootschap op het moment van de fusie alle aandelen in de over te nemen vennootschap aanhoudt. Vanuit die optiek dienen er geen fusie- en inbrengverslagen te worden opgesteld. Deze vereenvoudigde procedure opent perspectieven bij herstructureringen in vennootschapsgroepen; zo is het opportuun bij een net niet 100% moeder-dochterfusie, indien mogelijk, voor de fusie alle aandelen onder te brengen bij de moeder.

Vanuit die optiek kan luidop de vraag gesteld worden of hetzelfde geldt voor de 100% moeder-dochter partiële splitsing. Bij een 100% moeder-dochter partiële splitsing wordt een gedeelte van het vermogen van de dochter bij wijze van partiële splitsing overgedragen aan haar 100%-moeder. Ter gelegenheid van deze overdracht van vermogen vindt evenmin een aandelenruil plaats aangezien de verkrijgende vennootschap op het moment van de partiële splitsing alle aandelen aanhoudt in de te splitsen vennootschap. Het Wetboek van Vennootschappen biedt hierop vandaag geen antwoord. Zoals hoger reeds gesteld is de regelgeving omtrent de partiële splitsing thans immers uiterst summier.

Deze denkpiste spitten we dan ook graag dieper uit in een volgende bijdrage, waarin we tevens de nieuwe vereenvoudigde procedure voor moeder-dochter verrichtingen waarbij de moeder niet alle maar ten minste 90% van de aandelen aanhoudt in de dochter wensen te belichten.

V. inwerkingtreding

De wet van 8 januari 2012 is van toepassing op fusies en splitsingen waarvan het voorstel wordt neergelegd ter griffie na inwerkingtreding van deze wet, dit is vanaf 28 januari 2012.

Met de nieuwe wet van 8 januari 2012 lijkt de Belgische wetgever aldus haar beoogde vereenvoudiging in de geest van de Europese wetgeving te hebben bewerkstelligd, althans alvast voor wat betreft de verslagplicht bij fusies en splitsingen. De wet van 8 januari 2012 herbergt nog enkele andere belangrijke vereenvoudigingen waarover later meer. Wordt vervolgd! 
 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.