Fusie- en splitsingswetgeving anno 2012 (bis) : de nieuwe procedureregels gewikt en gewogen !

Fusie- en splitsingswetgeving anno 2012 (bis) : de nieuwe procedureregels gewikt en gewogen !

Zoals we reeds aanstipten in een vorige TFI-bijdrage (zie: “Fusies en splitsingen: stroomlijning en vereenvoudiging van de verslagplicht anno 2012”, TFI december 2011) wijzigde de wet van 8 januari 2012 de vennootschapsrechtelijke wetgeving omtrent fusies en splitsingen, inzonderheid voor wat betreft de verslaggevings- en documentatieverplichtingen. In voormelde TFI-bijdrage brachten we reeds de verslagplicht bij fusies en splitsingen na de wet van 8 januari 2012 in kaart. In deze bijdrage wensen we de overige wijzigingen op een rijtje te zetten en nader toe te lichten.

De vennootschapsrechtelijke wetgeving inzake fusies en splitsingen vindt haar oorsprong in Europese wetgeving. Met de wet van 29 juni 1993 werden in het Wetboek van Vennootschappen voor het eerst de begrippen fusies en splitsingen als afzonderlijke rechtshandelingen omschreven en dit ingevolge de implementatie van de Europese Vennootschapsrichtlijnen ter zake. Hierbij werden tevens specifieke procedureregels vastgelegd die moeten worden gevolgd opdat deze fusies en splitsingen tot stand kunnen worden gebracht. Deze procedureregels waren er inzonderheid op geënt de aandeelhouders en derden de noodzakelijke informatie te verstrekken bij de reorganisatieverrichting. Deze procedureregels kunnen echter allerminst eenvoudig worden genoemd; ze vormen een complexe wetgeving die bovendien doorheen de jaren herhaaldelijke malen op disparate wijze werd gewijzigd.

De wet van 8 januari 2012 is er opnieuw gekomen tot implementatie van Europese wetgeving, inzonderheid de Europese Richtlijn van 16 september 2009 tot wijziging van de Europese Vennootschapsrichtlijnen voor wat betreft de verslaggevings- en documentatieverplichtingen. Net zoals de Europese Richtlijn beoogt de wet van 8 januari 2012 de administratieve last die gepaard gaat met de procedureregels inzake fusies en splitsingen te verminderen teneinde het concurrentievermogen van de vennootschappen te beschermen en zo mogelijk te vergroten. Thans rijst de vraag of de wet van 8 januari 2012 hierin geslaagd is…

fusie- of splitsingsvoorstel

De te volgen fusie- of splitsingsprocedure start steeds met respectievelijk een fusie- of splitsingsvoorstel bevattende minimaal de wettelijk voorgeschreven inhoud. Het bestuursorgaan van elk van de betrokken vennootschappen dient dergelijk voorstel op te maken.

Het fusie- of splitsingsvoorstel dient vervolgens te worden bekend gemaakt. De regels ter zake zijn thans door de wet van 8 januari 2012 gewijzigd, en wel als volgt (zie onderstreepte passage):

“Het [fusie- of splitsingvoorstel] moet door elke vennootschap die bij de [fusie of splitsing] betrokken is uiterlijk zes weken voor de algemene vergadering die over de fusie moet besluiten, ter griffie van de rechtbank van koophandel waar haar respectievelijke maatschappelijke zetel is gevestigd worden neergelegd en bekendgemaakt bij uittreksel overeenkomstig artikel 74 of in de vorm van een mededeling overeenkomstig artikel 75, die een hyperlink bevat naar een eigen website.”

Voorheen diende het fusie- of splitsingsvoorstel uitsluitend te worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel, hetgeen vervolgens werd bekend gemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad via mededeling van de neerlegging.

Met de richtlijn van 16 september 2009 wenste de Europese wetgever deze verplichting te vereenvoudigen door vennootschappen de mogelijkheid te geven deze info te publiceren op een website gedurende minstens één maand voor dag van de algemene vergadering die over de fusie of splitsing zal beslissen.

Tot implementatie van deze vereenvoudiging heeft de Belgische wetgever ervoor geopteerd de betrokken vennootschappen de keuze te laten tussen de bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van ofwel een uittreksel van het fusie- of splitsingsvoorstel ofwel een hyperlink naar een eigen website.

De wetgever heeft hierbij echter nagelaten een en ander te preciseren. Zo is nergens omschreven wat het uittreksel dient te bevatten. Evenmin is voorzien wat onder een eigen website dient te worden begrepen en hoe lang de informatie op die website dient beschikbaar te zijn. Bovendien kan men zich afvragen of dit een vereenvoudiging inhoudt zoals beoogd door de Europese wetgever.

Tot slot rijst de vraag of hiermee de start van de wachttermijn tot goedkeuring door de algemene vergadering van de fusie of splitsing wordt gewijzigd. Voorheen stond vast dat de algemene vergadering van elk van de betrokken vennootschappen pas de fusie of splitsing kon goedkeuren na verloop van zes weken vanaf de neerlegging ter griffie van het fusie- of splitsingsvoorstel. Volgens sommigen begint, ingevolge voormelde wetswijziging, deze wachttermijn van zes weken thans pas te lopen vanaf de bekendmaking van het uittreksel of de hyperlink van het fusie- of splitsingsvoorstel in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

Het is echter zeer de vraag of de wetgever dit beoogde; in de parlementaire voorbereidingen wordt hieromtrent alvast geen melding gemaakt. Bovendien is men voor de bekendmaking in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad afhankelijk van de behandelingstermijn bij de griffie, hetgeen onvoorspelbaar is en danig verschilt van griffie tot griffie. Deze wijziging zou dus een ongewenste onzekerheid creëren, hetgeen de Europese wetgever allerminst beoogt. De Europese wetgever schrijft een wachttermijn van ten minste één maand voor vanaf de bekendmaking van het fusie- of splitsingsvoorstel; de wachttermijn zou nu verlengd worden van zes tot mogelijks acht weken. Wordt wellicht vervolgd (lees: rechtgezet?)…

verslagplicht

Omtrent de regels inzake de verslagplicht bij fusies en splitsingen anno 2012 verwijzen we integraal naar voormelde TFI-bijdrage van 20 januari 2012 (zie: “Fusies en splitsingen: stroomlijning en vereenvoudiging van de verslagplicht anno 2012”, TFI december 2011).

tussentijdse informatieplicht

Het Wetboek voorziet vervolgens in enkele specifieke informatieverplichtingen naar de aandeelhouders toe. Door de wet van 8 januari 2012 wordt beoogd ter zake een en ander te vereenvoudigen in navolging op de Europese wetgeving.

In principe is het bestuursorgaan van elk van de betrokken vennootschappen verplicht haar aandeelhouders op de hoogte te stellen van elke belangrijke wijziging van de activa of passiva van het vermogen tussen de datum van opstelling van het fusie- of splitsingsvoorstel en de datum van de laatste algemene vergadering die tot de fusie of splitsing besluit (p.m.: deze verplichting geldt niet voor een geruisloze fusie). Behalve voor wat betreft de splitsing door overneming wordt thans in een afwijkingsmogelijkheid voorzien. Bij de fusieverrichtingen zijn deze tussentijdse inlichtingen thans niet langer vereist indien alle vennoten en houders van andere effecten hiermee hebben ingestemd. Dit zou een vereenvoudiging kunnen betekenen; rijst hierbij wel de vraag wanneer deze instemming dient te worden gegeven. Bij de splitsing door oprichting is voorzien dat deze tussentijdse inlichtingen niet zijn vereist wanneer de aandelen van elk van de nieuwe vennootschappen worden uitgegeven aan de vennoten van de gesplitste vennootschap evenredig aan hun rechten in het kapitaal van deze vennootschap.

Indien de jaarrekening betrekking heeft op een boekjaar dat meer dan zes maanden voor de datum van het fusie- of splitsingsvoorstel is afgesloten dan dienen tussentijdse cijfers te worden verstrekt; deze tussentijdse cijfers dienen alsdan niet meer dan drie maanden voor het fusie- of splitsingsvoorstel te zijn vastgesteld. Op deze verplichting worden thans ook afwijkingsmogelijkheden voorzien, en dit nagenoeg op gelijke wijze als voor de tussentijdse inlichtingen. Bij de fusieverrichtingen kan tevens steeds worden afgeweken van deze verplichting indien alle vennoten en houders van andere effecten daarmee instemmen. Bij de splitsing door oprichting is ook voorzien dat deze tussentijdse cijfers niet dienen te worden verstrekt wanneer de aandelen van elk van de nieuwe vennootschappen worden uitgegeven aan de vennoten van de gesplitste vennootschap evenredig aan hun rechten in het kapitaal van deze vennootschap. Daarenboven is in een algemene afwijking voorzien voor zowel de fusie- als splitsingsverrichtingen indien de betrokken vennootschap waarvan financiële instrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, een halfjaarlijks financieel verslag bekendmaakt en beschikbaar stelt. Tot slot zijn de betrokken vennootschappen verplicht in hun zetel bepaalde informatie ter beschikking te stellen aan de aandeelhouders. Thans is het voor de betrokken vennootschappen tevens mogelijk deze informatie ter beschikking te stellen via website, en dit tot één maand na het besluit tot fusie of splitsing.

beslissing omtrent fusie of splitsing

Tot de fusie of splitsing dient in principe steeds besloten te worden door de algemene vergadering van elk van de betrokken vennootschappen. De notulen van de algemene vergadering(en) dienen op straffe van nietigheid bij authentieke akte te worden opgesteld.

Hierop zijn door de wet van 8 januari 2012 thans enkele afwijkingen voorzien met oog op vereenvoudiging. Deze wijzigingen gaan integraal terug op de Europese wetgeving ter zake.

Vooreerst is voorzien in een vereenvoudiging voor een fusie door overneming waarbij de overnemende naamloze vennootschap ten minste 90% van de aandelen in de over te nemen naamloze vennootschap bezit. In dat geval is enkel een goedkeuring door de algemene vergadering van de overgenomen vennootschap vereist indien aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan. De eerste twee van de cumulatieve voorwaarden vereisen dat in hoofde van de overnemende vennootschap is voldaan aan de regels inzake het fusievoorstel en inzake de terbeschikkingstelling van informatie (zie hoger). Tot slot behouden de aandeelhouders van de overnemende vennootschap die aandelen bezitten die minstens (samen) 5% van het kapitaal vertegenwoordigen het recht om een algemene vergadering bijeen te roepen.

Bij de splitsing door overneming waarbij de verkrijgende vennootschap alle aandelen aanhoudt in de gesplitste vennootschap is enkel de goedkeuring door de algemene vergadering van de verkrijgende vennootschap vereist. Hiertoe dienen drie cumulatieve voorwaarden te zijn voldaan. In hoofde van elke aan de splitsing deelnemende vennootschap dienen de regels inzake het splitsingsvoorstel, de terbeschikkingstelling van informatie en de informatieverplichting bij wijzigingen inzake de activa en passiva van het vermogen te zijn voldaan (zie hierboven).

Bij een 100% moeder-dochterfusie (de “geruisloze fusie”) is tot slot niet langer een goedkeuring door de algemene vergadering van betrokken naamloze vennootschappen vereist indien op cumulatieve wijze aan drie voorwaarden is voldaan. De eerste twee van de cumulatieve voorwaarden vereisen dat is voldaan aan de regels inzake het fusievoorstel en inzake de terbeschikkingstelling van informatie (zie hoger). Tot slot behouden de aandeelhouders van de overnemende vennootschap die aandelen bezitten die minstens (samen) 5% van het kapitaal vertegenwoordigen het recht om een algemene vergadering bijeen te roepen.

De wet van 8 januari 2012 maakt het dus voortaan mogelijk tot een 100% moeder-dochterfusie te besluiten zonder dat de goedkeuring vereist is van een algemene vergadering van aandeelhouders; een besluit van de raad van bestuur lijkt aldus voldoende te zijn. Dit vormt alvast een grote vereenvoudiging die bovendien volledig overeenstemt met de Derde Vennootschapsrichtlijn. In de rechtsleer is de vraag reeds gerezen hoe men in de praktijk zal kunnen vaststellen dat de fusie is verwezenlijkt en dat de overgenomen vennootschap is opgehouden te bestaan. Noteer hierbij dat de akten houdende vaststelling van de besluiten tot fusie dienen neergelegd en bij uittreksel bekend gemaakt te worden (artikel 725 W.Venn.); dit lijkt alvast de tegenwerpelijkheid aan derden te bewerkstelligen.

Bij een 100% moeder-dochterfusie (de “geruisloze fusie”) is tot slot niet langer een goedkeuring door de algemene vergadering van betrokken naamloze vennootschappen vereist indien op cumulatieve wijze aan drie voorwaarden is voldaan. Vooreerst dient de openbaarmaking van het fusievoorstel voor elke betrokken vennootschap te geschieden uiterlijk zes weken voordat de overneming van kracht wordt. Iedere aandeelhouder van de overnemende vennootschap moet het recht hebben ten minste één maand voordat de overneming van kracht wordt kennis te nemen van de stukken vermeld in artikel 720, §2.  Tot slot behouden de aandeelhouders van de overnemende vennootschap die aandelen bezitten die minstens (samen) 5% van het kapitaal vertegenwoordigen het recht om een algemene vergadering bijeen te roepen.

De wet van 8 januari 2012 maakt het dus voortaan mogelijk over te gaan tot een 100% moeder-dochterfusie zonder dat de goedkeuring vereist is van de algemene vergadering van aandeelhouders van de betrokken vennootschappen. Dit vormt alvast een grote vereenvoudiging die bovendien volledig overeenstemt met de Derde Vennootschapsrichtlijn. In de rechtsleer is de vraag reeds gerezen hoe men in de praktijk zal kunnen vaststellen dat de fusie is verwezenlijkt en dat de overgenomen vennootschap is opgehouden te bestaan. Het komt alvast praktisch voor hier op te anticiperen in het fusievoorstel alsmede kan een mogelijke denkpiste er in bestaan de raad van bestuur van de overnemende vennootschap na verloop van voormelde 6-weekse wachttermijn de verwezenlijking van de fusie te laten vaststellen en dit te publiceren in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.

De complexe fusie- en splitsingswetgeving lijkt met de wet van 8 januari 2012 alvast niet eenvoudiger te zijn geworden. De wet van 8 januari 2012 heeft enkele specifieke vereenvoudigingen ingevoerd, maar van een eenvormig regime voor de totstandkoming van fusies en splitsingen is (misschien onvermijdelijk) geen sprake. Elke verrichting blijft een nauwgezette analyse van de procedureregels vereisen. Bovendien heeft de wet van 8 januari 2012 op enkele punten rechtsonzekerheid gecreëerd; gezien het groot belang hiervan voor de praktijk lijkt enige correctiewetgeving of verduidelijkende wetgeving dan ook dringend aangewezen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.