Fiscale betwisting? vraag interestkapitalisatie!

Fiscale betwisting? vraag interestkapitalisatie!

Wanneer de belastingplichtige niet akkoord gaat met (een deel van) het bedrag vermeld op het aanslagbiljet van de fiscale administratie, kan hij schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur van de belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd (art. 366 WIB 92). De ambtenaar die het bezwaar behandelt zal dan het zogenaamd "onmiddellijk verschuldigd gedeelte" of het "OVG" berekenen en het meedelen aan de belastingplichtige. Het OVG is in essentie gesteld het gedeelte van de aanslag dat de belastingplichtige niet betwist. De belastingplichtige heeft er alle belang bij het OVG tijdig te betalen. Zo worden eventuele uitvoeringsmaatregelen vermeden (zie art. 410 WIB 92).

Is het ook aangewezen om het betwiste gedeelte van de belasting te betalen in afwachting van de behandeling van het geschil?

Bij de beslissing die de belastingplichtige hierbij moet nemen, kunnen verschillende elementen spelen. Een belastingplichtige kan overtuigd zijn van zijn gelijk en om die reden principieel weigeren het betwiste gedeelte te betalen. Behaalt deze belastingplichtige een voor hem positieve beslissing van de directeur van de belastingen of desgevallend van de rechtbank dan stelt er zich geen probleem: hij moet aan de administratie niets betalen en krijgt ook niets terug. In de hypothese dat de vordering van dezelfde belastingplichtige uiteindelijk wordt afgewezen, dan zal hij niet alleen de betwiste belasting moeten betalen maar daarenboven de op deze belasting verschuldigde moratoriuminteresten (art. 414 WIB 92). Van toepassing is de wettelijke interestvoet, voor fiscale doeleinden vastgesteld op 7 % (Art. 87 Programmawet 27 december 2006). Deze interest wordt per kalendermaand berekend en loopt vanaf het verstrijken van de tweede maand na het verzenden van het aanslagbiljet tot de betaling van de belastingschuld (art. 413 juncto 414 WIB 92). Deze moratoriuminteresten kunnen door verloop van tijd hoog oplopen.

Ook wanneer de belastingplichtige beslist om het betwiste gedeelte van de belasting te betalen kunnen er zich twee situaties voordoen. Wanneer de belastingplichtige later ongelijk krijgt dan stelt er zich op het vlak van de moratoriuminteresten geen probleem. Het betwiste gedeelte van de belasting werd immers reeds betaald; er zijn dan ook geen interesten verschuldigd aan de fiscus. Wordt de belastingplichtige in het gelijk gesteld, dan is het de fiscale administratie die aan de belastingplichtige een moratoriuminterest van 7 % dient te betalen (art. 418 WIB 92). Ook hier geldt dat deze interesten door verloop van tijd hoog kunnen oplopen, zij het ditmaal in het voordeel van de belastingplichtige. Noteer overigens dat deze interesten vrij van belasting zijn.

In het licht van laatstgenoemde situatie, rijst ook de vraag naar het "anatocisme" of "de interest op interest". Dit is de vraag of vervallen interesten kunnen kapitaliseren en op hun beurt interesten kunnen opbrengen.

Deze regeling ligt vervat in het burgerlijk wetboek (art. 1154 B.W.) en houdt in dat vervallen interesten van kapitalen interesten kunnen opbrengen ofwel ten gevolge van een gerechtelijke aanmaning ofwel ten gevolge van een bijzondere overeenkomst, mits de aanmaning of de overeenkomst betrekking heeft op interesten die ten minste voor een geheel jaar verschuldigd zijn.

Het is dan zaak te weten of deze burgerrechtelijke regeling ook kan worden toegepast in fiscalibus. Op basis van een analyse van de wet lijkt dit zo te zijn. Artikel 418 WIB 92 met betrekking tot de moratoriuminteresten bij de terugbetaling van belastingen regelt geen kapitalisatie van interest en wijkt dus niet af van de gemeenrechtelijke regeling voorzien in artikel 1154 B.W. Wanneer het fiscaal recht er niet uitdrukkelijk van afwijkt, is het gemeen recht van toepassing. Dit is ook de analyse die het hof van beroep van Gent recent heeft bevestigd in arresten van 22 december 2009 en 11 mei 2010. Het hof van beroep van Antwerpen oordeelde in dezelfde zin in een arrest van 27 oktober 2009.

Merk op dat slechts interesten die ten minste voor een geheel jaar verschuldigd zijn op hun beurt interesten kunnen opbrengen. De interestkapitalisatie moet ook uitdrukkelijk worden gevraagd; ze wordt niet automatisch toegekend. Het verzoek tot interestkapitalisatie kan volgens het Hof van Cassatie perfect worden geformuleerd in conclusies die lopende een fiscaal geschil worden neergelegd op de griffie van de rechtbank. Het komt er dus op aan, eens aan de voorwaarden daartoe is voldaan, een vordering tot interestkapitalisatie te formuleren.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.