Fiscale begrotingsmaatregelen 2013: fiscale stimuli op zijn best!

Fiscale begrotingsmaatregelen 2013: fiscale stimuli op zijn best!

De Belgische fiscaliteit is de laatste jaren niet echt overladen met maatregelen die van een doorgedreven visie getuigden of ondernemers stimuleerden om bijkomend te investeren. Met de komst van de nieuwe Minister van Financiën Koen Geens wordt dit klaarblijkelijk wel even anders. Vooral de KMO’s, een belangrijke pijler van de Vlaamse economie, worden opportuniteiten aangereikt.

Hierna vindt u de krijtlijnen van de vooropgestelde maatregelen die voorlopig nog niet werden verwerkt in wetteksten. Zodra de wetteksten beschikbaar zijn, zullen wij ongetwijfeld bij u terugkomen om een en ander te verfijnen.

Verlaging tarief roerende voorheffing bij dividenden door KMO’s

Het algemeen tarief in de roerende voorheffing op dividenden bedraagt 25%. Er wordt vooropgesteld om dit tarief voor KMO’s onder bepaalde voorwaarden terug te brengen tot 15%. De voorwaarden zijn cumulatief, te weten (1) er moet sprake zijn van een KMO in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen, (2) de aandelen die recht geven op het dividend dienen te zijn uitgegeven na 1 januari 2013 en (3) de aandelen dienen te zijn uitgegeven ter vergoeding van een inbreng in geld.

In voorkomend geval wordt de dividendbelasting verlaagd naar 15% voor zover het dividend betaalbaar wordt gesteld of wordt toegekend vanaf het vierde jaar na uitgifte van de aandelen. In een tussenfase wordt de dividendbelasting verlaagd tot 20% in zoverre het dividend niet in de eerste twee jaar na uitgifte van de aandelen wordt toegekend of betaalbaar gesteld.

De regering wenst op die manier de injectie van vers geld in KMO’s te stimuleren voor zover de fondsen er voldoende lange tijd blijven. Hoe langer het kapitaal in het bedrijf blijft, hoe hoger de bonus. Uit de documenten die ter zake circuleren blijkt ook dat er tussen ogenblik van uitgifte en datum van dividenduitkering een ononderbroken bezit van de aandelen in handen van dezelfde eigenaar noodzakelijk zou zijn; de filosofie en het impact van deze maatregel kan nog niet volledig worden gekaderd op basis van de beschikbare teksten.

Verhoging tarief roerende voorheffing bij liquidatie naar 25%

Met ingang van 1 oktober 2014 wordt het liquidatietarief, op vandaag nog 10%, verhoogd naar 25%. Dit is vooral relevant indien de aandeelhouders natuurlijke personen zijn; in dat geval zijn er immers geen mogelijkheden tot vrijstelling van de liquidatieheffing. Het liquidatietarief wordt toegepast op het bij liquidatie aan de aandeelhouders uitgekeerd vermogen, gerekend aan werkelijke waarde, doch verminderd met het fiscaal gestort kapitaal.

De regering heeft voor de KMO’s (en voor de staatskas) evenwel enkele stimulerende “modaliteiten” in petto. 

  • maar, uitzondering voor nieuwe aandelen in KMO’s …

Bij liquidatie van KMO’s zal het liquidatietarief à rato van de aandelen die in aanmerking komen voor het verlaagd dividendentarief (zie hierboven) in aanmerking komen voor een verlaagd liquidatietarief van 15%. Bij een liquidatie van een KMO zal het tarief van 25% wel behouden blijven à rato van de aandelen waarop voor 1 januari 2013 is ingetekend.

Deze maatregel getuigt opnieuw van de visie dat het injecteren van “vers” geld in KMO’s fiscaal dient te worden ondersteund.

  • maar, mogelijkheid om belaste reserves voor 1 oktober 2014 om te zetten in fiscaal gestort kapitaal

Tot 30 september 2014 zullen bedrijven de mogelijkheid hebben om hun belaste reserves om te zetten (te converteren) in fiscaal gestort kapitaal, wellicht door een incorporatie van reserves in kapitaal. Hierbij is een conversiebelasting van 10% op deze reserves verschuldigd. Daarna krijgen deze geconverteerde belaste reserve fiscaal het statuut van fiscaal gestort kapitaal. Fiscaal gestort kapitaal kan in principe belastingvrij worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Hier wordt wel een rem op gezet. De kapitaalvermindering ten belope van deze geconverteerde reserves wordt slechts progressief belastingvrij; er is toch nog een belasting van 15% op de kapitaalvermindering verschuldigd in de eerste twee jaar na de conversie, 10% in het derde jaar na de conversie, 5% in het vierde jaar na de conversie. Volledige belastingvrijheid is er dus pas in het vijfde jaar na de conversie.

Met deze maatregel kunnen bedrijven met andere woorden het liquidatietarief vastklikken op 10% op hun bestaande belaste reserves, althans in zoverre men in de eerste vier jaar geen kapitaalvermindering realiseert.

Hier creëert de regering andermaal een win-winsituatie: bedrijven krijgen de opportuniteit om te anticiperen op het verhoogd liquidatietarief (dat er overigens al langer zat aan te komen); de eerste 4 jaar zullen de fondsen toch nog in de bedrijven blijven en tot slot verkrijgt de staatskas vroeger geld in het laatje …

Het doorlichten van ieder bedrijf naar de concrete opportuniteiten van deze regeling is een absolute must!

Diverse maatregelen

Daarnaast voorziet de regering nog een aantal minder in het oog springende maatregelen zoals een bijkomende correctie voor de berekeningsgrondslag van de notionele interestaftrek voor aandelen aangehouden als geldbeleggingen die reeds in aanmerking kwamen voor DBI-aftrek, een verhoging van het vast recht in de registratierechten tot € 50,00 en een verhoging van het tarief in de registratierechten voor erfpacht tot 2% (in plaats van het tarief van 0,2% voorheen).

De tweede helft van dit jaar belooft andermaal een fiscale uitdaging! 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.