Financiering bij opvolging in familiebedrijven: optimalisatie middels inkoop van eigen aandelen

Financiering bij opvolging in familiebedrijven: optimalisatie middels inkoop van eigen aandelen

 

De opvolging in familiebedrijven gaat, indien er meerdere kinderen zijn, vaak gepaard met de overname door één van de kinderen van de aandelen van het familiebedrijf. De waardering van de aandelen is één ding, de betaling en financiering van de overname van de aandelen is een ander element.

Het is een gezond principe dat de overname vanuit de overgenomen familievennootschap zelf kan worden gefinancierd, dit wil zeggen dat toekomstige winsten uit de overgenomen vennootschap moeten kunnen aangewend worden om de overname in hoofde van de opvolger-overnemer te kunnen betalen.

In de praktijk richt de overnemer vaak een holdingvennootschap op die de aandelen van de familievennootschap koopt; de betaling van de prijs gebeurt onmiddellijk en wordt gefinancierd door een bankfinanciering of de ouders-overlaters staan zelf een gespreide betaling van de overnameprijs toe. In beide gevallen dient de holding enerzijds kapitaalaflossingen te verrichten en anderzijds interesten op het openstaand saldo te vergoeden .

De dividenden die opstromen vanuit de familievennootschap komen in de holding quasi onbelast (voor 95% vrijgesteld ingevolge het DBI-regime) binnen en kunnen worden aangewend om stelselmatig de kapitaalaflossingen van de prijs te voldoen.

De holding zal evenwel ook interesten moeten voldoen en daar knelt het schoentje vaak. Interesten zijn immers, in tegenstelling tot kapitaalaflossingen, fiscaal in mindering te brengen kosten en het is fiscaal zonde als die zouden moeten worden betaald met quasi belastingvrij inkomen; in dat geval zijn de interesten immers een kost à fonds perdus. Naar optimalisatie toe veronderstelt een interestlast in de holding met andere woorden een even groot belastbaar inkomen.

De holding kan in de praktijk van de familiale overnames vaak enkel een – marktconforme – management-fee aanrekenen voor de prestaties die de overnemer in naam en voor rekening van de holding ten voordele van de overgenomen vennootschap levert; in de praktijk is dit inkomen niet altijd voldoende om, naast de bezoldiging van de betrokken bestuurder natuurlijke persoon, ook de volledige interestlast te torsen.
 
Het is dan ook interessant om een deel van die financieringslast op het niveau van de familievennootschap (waar er per veronderstelling wel voldoende belastbare inkomsten zijn waartegen interesten kunnen worden afgezet) te leggen, de zogenaamde debt push down.

Een van de technieken ter zake is het werken met een inkoop van eigen aandelen op het niveau van de familievennootschap. De familievennootschap kan – voor de overname door de holding - tot 20% van haar eigen aandelen zelf inkopen. Daardoor verkrijgen de ouders-overlaters een vordering op de familievennootschap zelf; de interesten die de familievennootschap verschuldigd is op het openstaand saldo kunnen worden afgezet tegenover de belastbare inkomsten uit de exploitatie van de familievennootschap.

Vervolgens dient de holding van de opvolger nog slechts 80% van de overname te financieren, hetgeen een slok op de borrel scheelt.

Vanuit vennootschapsrechtelijk perspectief kan een vennootschap tot 20% van haar eigen aandelen inkopen zonder deze te vernietigen; een nv kan deze ingekochte aandelen onbeperkt aanhouden, terwijl een bvba uiterlijk binnen de twee jaar de aandelen dient te vernietigen. Wel is vereist dat de vennootschap voor het bedrag van de inkoop beschikt over beschikbare middelen die ze ter gelegenheid van de inkoop ook onbeschikbaar dient te maken; de reserves dalen evenwel niet en dus blijft het eigen vermogen balansmatig behouden. Het stemrecht van de ingekochte aandelen wordt steeds geschorst. Het recht op dividend van de ingekochte aandelen wordt in de bvba sowieso geschorst en in de nv bestaat daartoe de optie, hetgeen in de praktijk ook meestal zo wordt voorzien. Procedureel wordt de inkoop van eigen aandelen verricht door het bestuursorgaan van de inkopende vennootschap, zij het dat zij daartoe voorafgaandelijk dient te worden gemachtigd door een algemene vergadering.

Vanuit fiscaal perspectief wordt de inkoopbonus (het bedrag van de inkoopprijs verminderd met het aandeel van het fiscaal gestort kapitaal in de ingekochte aandelen) geacht een dividend te zijn overeenkomstig artikel 186 WIB 92. Het tarief bedraagt 21%. Artikel 186 WIB 92 stelt deze gelijkstelling van de inkoopbonus met een dividend evenwel uit tot op het ogenblik dat de aandelen worden vernietigd. Indien en zolang er met andere woorden geen sprake is van een vernietiging van de ingekochte aandelen (hetgeen bij een nv geen must is) ontstaat er in hoofde van de aandeelhouder wiens aandelen werden ingekocht geen belastbaar feit …
De nieuwe antimisbruikbepaling, waarbij de fiscus paal en perk kan stellen aan bepaalde juridische fiscale vormgevingen, komt voor zover er al fiscaal misbruik zou zijn ons inziens hier sowieso niet aan de orde aangezien er duidelijke niet-fiscale motieven zijn, inzonderheid het verlichten van de overnamefinanciering.

Bij de opvolging in familiebedrijven komt ook altijd een financieringsstructuur kijken. Om de overname voor de overnemer te faciliteren en fiscaal logisch vorm te geven, kan de inkoop van eigen aandelen een handig instrument zijn.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.