Een kost gemaakt om belastingen te besparen - aftrekbaar als beroepskost ?

Een kost gemaakt om belastingen te besparen - aftrekbaar als beroepskost ?

Welke kosten zijn aftrekbaar als beroepskosten? Deze vraag heeft steeds geleid tot heel wat discussie tussen de fiscus en de belastingplichtige; hoe meer kosten er immers kunnen worden afgetrokken van het beroepsinkomen, hoe lager de belastbare grondslag uitvalt en hoe minder de te betalen belasting bedraagt.

Wat aftrekbare beroepskosten zijn wordt geregeld in artikel 49 WIB 92. Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag afdoende verantwoordt. Eén van de voorwaarden is aldus dat wordt aangetoond dat de kost is gedaan met een welbepaald oogmerk met name om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Deze voorwaarde wordt aangeduid als de vereiste van het intentioneel verband.

De rechtspraak is steeds bijzonder terughoudend geweest voor het erkennen als beroepskost van uitgaven die kaderen binnen allerhande constructies die er uiteindelijk op gericht zijn de grootte van de belastingschuld te verminderen. Er kan inzonderheid worden verwezen naar de rechtspraak inzake aandelentransacties opgezet uit fiscale overwegingen en inzake de zogenaamde call-en putopties. In een arrest van 5 juni 2012 oordeelde bijvoorbeeld het hof van beroep van Gent nog dat operaties met betrekking tot call-en putopties die zuiver gericht zijn op het besparen van belastingen niet inherent zijn aan de uitoefening van de beroepswerkzaamheid (zie voor een overzicht van de rechtspraak L. DILLEN, Handboek personenbelasting, Mechelen, Kluwer, 2012, pag. 789 e.v.)
 
Recent is er een evenwel een ander geluid te horen met name vanuit de hoek van de rechtspraak inzake de zogenaamde FBB-constructies. De FBB-constructies met Uruguayaanse of Italiaanse obligaties houdt de fiscus en de fiscale rechtsleer en rechtspraak al bezig sinds eind de jaren 80. Diverse banken die deze verrichtingen hebben gecommercialiseerd worden zelfs nog steeds strafrechtelijk geviseerd. Het is vooral een doorn in het oog van de fiscus dat de FBB-verrichtingen in de meeste van de gevallen, omwille van de kosten van de verrichtingen, tot een “bij voorbaat weloverwogen verlies” leiden terwijl tegelijk de verrekening van het FBB wordt geclaimd die hoger uitvalt dan de werkelijk gedragen buitenlandse belasting. Met andere woorden vóór belasting leiden de betrokken verrichtingen tot een boekhoudkundig verlies, na belasting tot een winst. Om die reden heeft de wetgever overigens ook ingegrepen; sinds 1 januari 1990 heeft de FFB zijn forfaitair karakter verloren. De fiscus bedient zich van een gans wapenarsenaal om tegen de zogenaamde FBB-constructies ten strijde te trekken waaronder simulatie, artikel 44 WIB 64 (thans art. 49 WIB 92) en ongeoorloofde oorzaak.

De rechtspraak inzake de FBB-constructies kan thans voor de belastingplichtige overwegend positief worden genoemd. Begin dit jaar nog oordeelde het hof van beroep van Brussel in een voor de belastingplichtige positieve zin in een zaak waarin de administratie alle voornoemde wapens tegelijk inzette. Het hof van beroep van Bergen oordeelde in dezelfde zin in een zaak waarin de administratie zich steunde op dezelfde argumenten (Bergen 18 oktober 2012; contra Antwerpen 18 december 2012). Ook diverse rechtbanken van eerste aanleg oordeelden inzake de zogenaamde FBB-constructies in een voor de belastingplichtige positieve zin (Rb. Bergen 24 januari 2013; Rb. Bergen 23 juni 2011; Rb. Bergen 17 maart 2011; Rb. Brussel 18 december 2009; Rb. Brussel 4 september 2008; Rb. Luik 28 september 2005; Rb. Brussel 26 juni 2003; Rb. Bergen 20 juni 2003 contra: Rb. Hasselt 2 juni 2010; Rb. Antwerpen 16 oktober 2009). Voor zover ons bekend is er nog geen rechtspraak van het Hof van Cassatie in dit verband.

Op te merken valt dat het hof van beroep van Brussel expressis verbis, met verwijzing naar “de rechtspraak van het Hof van Cassatie”, oordeelde dat kosten gemaakt “om de belastbare inkomsten te verminderen” (wellicht wordt bedoeld: “om belastingen te besparen”) kwalificeren als kosten in de zin van artikel 44 WIB 62 (thans art. 49 WIB 92). Het hof van beroep van Bergen oordeelde eerder in die zin evenals de rechtbank van Bergen in een recent vonnis, telkens in zaken met betrekking tot Italiaanse FBB-verrichtingen (Bergen 18 oktober 2012; Rb. Bergen 24 januari 2013; Rb. Bergen 23 juni 2011). De rechtbank van Bergen oordeelde recent inzonderheid dat artikel 49 WIB 92 nergens voorziet dat om te oordelen of kosten zijn gemaakt om inkomsten te verwerven of te behouden zich men zou moeten stellen op het moment van het boekhoudkundig resultaat, vóór de berekening van de belasting; ook door minder belastingen te betalen behoudt men overigens belastbare inkomsten, zo merkt de rechtbank op (Rb. Bergen 24 januari 2013). Het hof van beroep van Antwerpen ziet dit in een recent arrest met betrekking tot een FBB-dossier anders: een weloverwogen verlies dat louter tot doel heeft om het bedrag van de verschuldigde belastingen te verminderen is geen aftrekbare beroepskost omdat dit verlies niet wordt gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden (Antwerpen 18 december 2012).

Het komt ons voor dat de rechtbank van Bergen de nagel op de kop slaat wanneer het inzake de FBB-verrichtingen ondermeer in het kader van de toepassing van artikel 49 WIB 92 oordeelt dat het de rechtbank niet toekomt het opzoeken van de minst belaste weg te veroordelen in een geval dat de belastingplichtige aan alle wettelijke voorwaarden voldoet om te genieten van de FBB. Volgens de rechtbank volgt dit uit het legaliteitsbeginsel (art. 170 Grondwet) en het tegendeel beweren zou onvermijdelijk leiden tot onzekerheid zo stelt de rechtbank; “de doos van Pandora zou worden geopend” (Rb. Bergen 24 januari 2013). Hierbij dient onderlijnd dat de FBB-verrichtingen vallen onder het toepassingsgebied van ondermeer intra-nationale wetgeving (dubbelbelastingverdrag) die in de hiërarchie der normen voorrang heeft op interne wetgeving zoals artikel 49 WIB 92.

Men is er zich evenwel best van bewust dat we intussen in een ander fiscaal tijdperk leven dan dat van de FBB-verrichtingen van eind de jaren 80. Volgens de zogenaamde Brepolsdoctrine die teruggaat op cassatierechtspraak uit begin de jaren ‘60 en ‘90 is er geen sprake van simulatie, als de partijen om de voordeligste belastingregeling te genieten, gebruikmakend van de vrijheid van overeenkomst, zonder evenwel enige wettelijke verplichting te schenden, handelingen verrichten waarvan zij alle gevolgen aanvaarden, ook al geven zij aan deze niet de meest normale vorm en zelfs indien deze handelingen zijn verricht met als enig doel de fiscale druk te verminderen. Voor het feit dat deze doctrine vandaag de dag niet meer onverkort geldt, volstaat het dienaangaande te verwijzen naar de anti-misbruikbepaling in zijn nieuwe versie die geldt vanaf aanslagjaar 2013. Uit deze bepaling volgt dat sprake kan zijn van fiscaal misbruik wanneer men de doelstelling van een wet frustreert (artikel 344 §1 WIB 92). Ten tijde van de kwestieuze FBB-verrichtingen was er van deze anti-misbruikbepaling geen sprake.

Een kost gemaakt om belasting te besparen kan kwalificeren als een aftrekbare beroepskost inzonderheid gezien men door minder belastingen te betalen men belastbare inkomsten behoudt en men daardoor voldoet aan de intentionaliteitvereiste zoals bepaald in artikel 49 WIB 92. Dit is althans hetgeen in essentie lijkt te worden aangenomen door ondermeer de hoven van beroep van Brussel en Bergen met betrekking tot zogenaamde FBB-constructies die dateren van eind de jaren 80. Het hof van beroep van Antwerpen lijkt in dit verband een ander standpunt in te nemen. Het is alvast uitkijken hoe de rechtspraak in deze verder evolueert. Men is er zich in ieder geval best van bewust dat we inmiddels leven in een ander fiscaal tijdperk waar sprake kan zijn van fiscaal misbruik wanneer men de doelstelling van een wet frustreert… 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.