In dubio contra fiscum - de belastingwet moet van goede kwaliteit zijn!

In dubio contra fiscum - de belastingwet moet van goede kwaliteit zijn!

Een belastingheffing kan worden beschouwd als een aantasting van de privé-eigendom van het individu. In principe is dan ook alles vrij van belasting tenzij de wet anders bepaalt. Artikel 170 van de Grondwet bepaalt in dit verband dat geen belasting ten behoeve van de Staat kan worden ingevoerd dan door een wet. In het licht van het voorgaande dient de fiscale wet volgens de Belgische rechtspraak en rechtsleer strikt te worden geïnterpreteerd.

In geval de fiscale wet dubbelzinnig is, wordt ondermeer door het Hof van Cassatie aangenomen dat hij tegen de fiscus dient te worden uitgelegd. Deze regel ligt niet vervat in een wettekst maar wordt verwoord in het adagium "In dubio contra fiscum" ("de twijfel wordt in het nadeel van de fiscus uitgelegd"). Het adagium wordt door rechtspraak en rechtsleer evenwel niet onverkort van toepassing geacht. Er wordt immers aangenomen dat de fiscale rechter eerst alle gewone interpretatiemethoden en middelen moet toepassen alvorens hij het adagium, bij blijvende twijfel, toepast. De eerste interpretatieregel bestaat er overigens in dat een duidelijke wet geen verdere interpretatie behoeft. Daarenboven wordt de fiscale wet in geval van een vrijstelling of vermindering van belasting in het nadeel van de belastingplichtige geïnterpreteerd (de zogenaamde in dubio pro fisco - regel). De Grondwet bepaalt immers in dit verband dat ook geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet (art. 172 van de Grondwet).

Twee arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM), telkens in een zaak tegen Oekraïne, maken van het voorgaande item opnieuw een actueel thema. Het arrest Shchokin (EHRM 14 oktober 2010) heeft betrekking op een betwisting inzake de toepassing van een bepaald belastingtarief. Het arrest Serkov (EHRM 7 juli 2011) heeft betrekking op een BTW-vrijstelling op de invoer van goederen. Beide arresten maken toepassing van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM waarin ondermeer wordt gestipuleerd dat alle natuurlijke of rechtspersonen het recht hebben op het ongestoord genot van hun eigendom.

In het arrest van 14 oktober 2010 stelt het EHRM dat de verplichting tot het betalen van belasting onder het toepassingsgebied valt van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM en dat de inmenging van de overheid in het recht op het ongestoord genot van eigendom enkel op een wettelijke basis is toegelaten. Het EHRM verwoordt een aantal kwaliteitsvoorwaarden waaraan deze wettelijke basis dient te voldoen ("the quality of the law in question"). De overheid moet volgens het Hof optreden op grond van een wet die voldoende toegankelijk is, duidelijk en voorzienbaar en consistent in zijn toepassing. In deze zaak was het Hof van oordeel dat de bedoeling van de Oekraïense wetgever inzake de toepassing van een progressief belastingtarief op een bepaalde categorie van inkomsten niet afdoende bleek uit de wetgeving en het besloot tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM.

In het arrest van 7 juli 2011 was een tegenstrijdigheid in de rechtspraak van het Oekraïense Hooggerechtshof met betrekking tot de toepassing van een BTW - vrijstelling voor kleine ondernemingen aan de orde; in het ene arrest werd de vrijstelling toegekend, in het andere niet. Het EHRM herhaalt, ditmaal op het vlak van de BTW, de hogergenoemde kwaliteitsvoorwaarden waaraan de wettelijke basis die een inmenging in het eigendomsrecht door de overheid moet rechtvaardigen, dient te voldoen. Op grond van de tegenstrijdige interpretatie door het Oekraïense Hooggerechtshof van de voornoemde BTW-vrijstelling, waarvoor volgens het EHRM geen enkele rechtvaardiging kan worden gevonden, oordeelt het EHRM dat het interne recht onvoldoende voorzienbaar was. Het EHRM besluit bijgevolg opnieuw tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM.

Voor beide arresten geldt dat het EHRM uitdrukkelijk heeft opgemerkt dat men bij de beoordeling van de vraag of het recht op eigendom al dan niet wordt geschonden niet kan negeren dat het Oekraïense fiscaal recht een wettelijke bepaling bevat die expliciet erin voorziet dat de fiscale wet in het voordeel van de belastingplichtige moet worden uitgelegd als de wet aanleiding geeft tot dubbelzinnige of verschillende interpretaties. Zoals hoger geduid bevat de Belgische fiscale wet geen zo'n bepaling. Dit maakt de arresten van het EHRM evenwel niet minder relevant voor de Belgische fiscale rechtsorde. Het adagium "in dubio contra fiscum" wordt immers erkend door de Belgische rechtspraak en het EHRM begrijpt onder het begrip "wet" ook de interpretaties door de rechtspraak van de wetgeving (zie M. MAUS, " 'In dubio contra fiscum' is een mensenrecht", Fisc. Act. 2011, nr.27, pag. 1).

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) brengt in twee arresten niet alleen het adagium "in dubio contra fiscum" terug in de belangstelling; het EHRM bepaalt bovendien de vereisten waaraan de wet waarop de overheid zich baseert om een belasting te vestigen, moet voldoen. Een belastingheffing vormt immers volgens het EHRM een aantasting van het 'ongestoord genot van eigendom' (artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM); het is dan zaak te weten wanneer deze aantasting gerechtvaardigd is. De overheid moet volgens het Hof optreden op grond van een wet die voldoende toegankelijk is, duidelijk is en voorzienbaar en consistent in zijn toepassing. Tegenstrijdige rechtspraak van een hoogste gerechtshof zonder enige rechtvaardiging daaromtrent wijst volgens het EHRM op onvoldoende voorzienbaarheid van de wetgeving. Deze rechtspraak van het EHRM heeft ongetwijfeld zijn belang als richtlijn voor de fiscale wetgever; de wet op basis waarvan een belasting wordt gevestigd moet immers van voldoende kwaliteit zijn. Ook het belang van de rol van het Hof van Cassatie wordt door deze rechtspraak nogmaals duidelijk gemaakt. Cassatie zorgt immers ondermeer voor de eenheid van de rechtspraak en aldus evenzeer voor de voorzienbaarheid van de fiscale wet.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.