Deficitair vereffenen in fiscalibus: no problem?!?!

Deficitair vereffenen in fiscalibus: no problem?!?!

Belang deficitaire vereffening

De laatste jaren is heel wat te doen geweest omtrent de vereffening van vennootschappen, inzonderheid inzake de deficitaire vereffening. Een vereffening is deficitair vanaf het ogenblik dat het aanwezige actief niet volstaat om de schulden van de vennootschap te kunnen betalen. Er wordt vaak toe overgegaan wanneer de vennootschap voornamelijk schulden heeft ten aanzien van haar vennoten of ten aanzien van andere vennootschappen van dezelfde groep om op die manier een faillissement te vermijden. Een faillissement brengt immers een aantal kosten van uitwinning met zich mee. Bovendien kan een faillissement van een groepsvennootschap ook negatieve gevolgen hebben voor het commercieel en financieel aanzien van de andere vennootschappen van de groep. Bijgevolg kan het in het belang van de schuldeisers van een vennootschap in moeilijkheden zijn om in te stemmen met slechts een gedeeltelijke voldoening van hun schuldvorderingen om op die manier een faillissement te voorkomen.

Onderscheid met faillissement

De rechtbank van koophandel oordeelt of een faillissement  voorhanden is (op basis van art. 2 faillissementswet) door de aftoetsing van een aantal voorwaarden. De belangrijkste lijkt in casu te zijn dat de rechtbank rekening houdt met het al dan niet gerechtvaardigd vertrouwen van de (meerderheid) van de schuldeisers in de afwikkeling van de vereffening. Aangenomen wordt dat een vereffening waarbij het actief niet volstaat om de schulden van de vennootschap te betalen niet automatisch het faillissement van de vennootschap impliceert indien de schuldeisers genoegen nemen met een al dan niet gedeeltelijke betaling van hun vorderingen.

Rechtspraak oordeelde reeds dat een sluiting van een vereffening niet noodzakelijk veronderstelt dat alle schulden van een vennootschap aangezuiverd zijn (Cass. 22 maart 1962, Brussel 29 april 1993). Als een vereffening ondanks de beslissing tot sluiting van de vereffening zou blijven voortduren totdat alle schulden zijn betaald, dan zou de vennootschap ook nooit de verjaring (voorzien in art. 198, § 1 W.Venn.) kunnen inroepen tegen haar schuldeisers. De rechtsleer neemt dan ook aan dat deficitaire vereffening mogelijk is indien de schuldeisers van de vennootschap hiermee instemmen.

Boekhoudkundig

Aangezien de vennootschap bij een deficitaire vereffening niet over voldoende activa beschikt om haar schulden volledig te kunnen terugbetalen, zullen de niet-betaalde schulden in de vereffeningsstaat geboekt blijven, wat zal leiden tot een negatief eigen vermogen van de vennootschap (zie CBN advies 170-1). De Commissie voor boekhoudkundige normen stelt expliciet dat de situatie bij deficitaire vereffening moet worden onderscheiden met deze waarbij er een kwijtschelding van schuld plaatsvindt. Bij een kwijtschelding van schuld ‘verrijkt’ de schuldenaar-vennootschap zich immers ten belope van het kwijtgescholden bedrag, wat bij deficitaire vereffening niet het geval is aangezien de schuld blijft bestaan. Mochten er na de sluiting van de deficitaire vereffening nog onverwachte opbrengsten boven water komen, dan zal de vereffenaar deze sommen moeten betalen aan de schuldeisers in de vereffening.

Fiscale behandeling. Fiscaal stelt zich de vraag of dergelijke vereffening aanleiding kan geven tot belastbare winst. Dit zou met name het geval kunnen zijn indien de niet betaalde schuld zou kunnen aanzien worden als een ‘overwaardering van het passief’ van de vennootschap in vereffening of als een genoten abnormaal of goedgunstig voordeel waarop overgedragen verliezen niet kunnen aangerekend worden.

Overwaardering van het passief

Er is sprake van een overwaardering van het passief van de balans indien reserves onder een onjuiste benaming onder de passivabestanddelen voorkomen en aldus in feite winst verbergen (Com. I.B. 1992 24/80). Indien de schuldeisers de vereffende vennootschap expliciet of impliciet haar schulden kwijtschelden, dan zouden deze schulden moeten worden weggelaten uit de balans van de vereffende vennootschap. Dit zou dan een verhoging van het eigen vermogen van de vereffende vennootschap tot gevolg hebben. Bij een deficitaire vereffening blijven de niet-terugbetaalde schulden echter voortbestaan, waardoor er geen toename is van het eigen vermogen van de vereffenende vennootschap en belastbare winst...

Abnormaal of goedgunstig voordeel

Een voordeel wordt aanzien als abnormaal indien het in strijd is met wat in soortgelijke gevallen gebruikelijk is. Een voordeel is goedgunstig indien het wordt verleend zonder dat er daartoe een verbintenis bestaat of zonder enige tegenprestatie. Indien een vennootschap met fiscale verliezen een abnormaal of goedgunstig voordeel krijgt toegekend van een verbonden vennootschap, dan is dit abnormaal of goedgunstig voordeel doorgaans sowieso 'belastbaar'. Op het aldus verkregen abnormaal en goedgunstig voordeel kunnen immers een aantal fiscale aftrekposten niet worden aangerekend, zoals bijvoorbeeld de fiscale verliezen, de notionele interest, …. Deze niet-aanrekenbare fiscale aftrekposten zullen in voorkomend geval slechts kunnen worden aangewend in een volgend boekjaar.

Zoals hiervoor reeds gesteld is de Commissie voor boekhoudkundige normen van oordeel dat als bij de sluiting van de vereffening niet alle schulden kunnen worden terugbetaald bij gebrek aan voldoende activa, de niet-betaalde schulden in de vereffeningsstaat geboekt moeten blijven (CBN advies 170-1). Bijgevolg moet deze toestand volgens de CBN worden onderscheiden van de situatie waarbij de schuldeisers bij de vereffening hun schuldvordering uitdrukkelijk kwijtschelden.

Bijgevolg kan er dan ook geen sprake zijn van een verrijking van de vennootschap in vereffening en evenmin van een verkregen voordeel.

Rulingcommissie

Ook de rulingcommissie heeft het principe, dat een deficitaire vereffening geen kwijtschelding van schuld impliceert, zij het aanvankelijk schoorvoetend, dan toch expliciet aanvaard (zie o.m. rulings nrs. 800.412, 900.237, …). Wel lijkt ze in bepaalde gevallen bijkomende engagementen op te leggen.  Ze sluit echter niet uit dat in bepaalde gevallen toch belastbare materie kan ontstaan in hoofde van de vereffenende vennootschap maar ze preciseert niet dewelke. Allicht doelt de rulingcommissie op gevallen van kennelijke fraude...

 

Besluit

Een vereffening is deficitair vanaf het ogenblik dat het aanwezige actief niet volstaat om de schulden van de vennootschap te kunnen betalen. Het kan voor de schuldeisers belangrijk zijn om te opteren voor een deficitaire vereffening (in plaats van een faillissement) om nodeloze kosten te vermijden evenals om het commercieel en financieel aanzien van de andere groepsvennootschappen te vrijwaren. Boekhoudkundig gezien mag een deficitaire vereffening niet worden verward met een kwijtschelding van schuld. Bij een kwijtschelding van schuld groeit het eigen vermogen van de vennootschap-schuldenaar immers aan met het bedrag van de kwijtgescholden schuld terwijl bij een deficitaire vereffening de schuld blijft bestaan. De schuld wordt in dat geval enkel niet meer actief geïnd door de schuldeisers. Fiscaal gezien betekent deze analyse dat in deze omstandigheden er in principe geen belastbare materie ontstaat. De rulingcommissie lijkt dit principe te bevestigen, zij het dat ze in haar rulings een niet nader gedefinieerd voorbehoud maakt en soms bijkomende engagementen lijkt op te leggen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.