De wapengelijkheid in fiscalibus - bevestigd door het europes hof !

De wapengelijkheid in fiscalibus - bevestigd door het europes hof !

Op 5 april 2012 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) een arrest gewezen inzake de rechtsbescherming van de belastingplichtige (EHRM 5 april 2012, nr. 11663/04, Chambaz).

Het feitenrelaas kan worden samengevat als volgt. De Zwitserse fiscus vestigde in hoofde van de heer Chambaz een aanvullende aanslag nadat hij had vastgesteld dat de vermogensaangroei van deze belastingplichtige niet in verhouding stond met de aangegeven inkomsten. Chambaz werd bijkomend belast op een inkomen van ongeveer 400.000,00 €. Chambaz tekende bezwaar aan tegen deze aanslag. Lopende de bezwaarfase vroeg de fiscus hem bijkomende documenten waaronder bankrekeningen voor te leggen, hetgeen hij weigerde. Uiteindelijk werd zijn bezwaar afgewezen. Daarenboven werd de heer Chambaz beboet wegens het niet meewerken aan het fiscaal onderzoek. Chambaz kon zich daarbij niet neerleggen en maakte de zaak aanhangig bij de rechtbank. Vier jaar later startte de fiscus lastens Chambaz ook een onderzoek op wegens fiscale fraude. Daarbij werden verschillende huiszoekingen doorgevoerd waarvan de resultaten werden aangewend in de zaak reeds hangende voor de fiscale rechtbank. Inmiddels weigerde de fiscus het verzoek van Chambaz om inzage te krijgen in het dossier met betrekking tot het fraude-onderzoek en uiteindelijk verloor de heer Chambaz zijn zaak voor de fiscale rechtbank. De heer Chambaz stelde een cassatievoorziening in maar deze werd door het Hooggerechtshof verworpen. De heer Chambaz besloot de zaak dan voor te leggen aan het EHRM; in de loop van deze procedure werd hij op basis van de resultaten van het onderzoek wegens fraude nog eens bijkomend belast en beboet.

Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) waarborgt het recht op een eerlijk proces. De heer Chambaz nam voor het EHRM inzonderheid het standpunt in dat zijn recht op een eerlijk proces en zijn rechten van verdediging waren geschonden doordat door de boetes die hem werden opgelegd wegens obstructie van het onderzoek het zwijgrecht werd geschonden. Hij was tevens van oordeel dat het principe van de wapengelijkheid werd geschonden doordat hij geen toegang kreeg tot het volledig fiscaal dossier.

Het EHRM oordeelde vooreerst over het toepassingsgebied van artikel 6 EVRM. Het Hof verwees naar haar vaste rechtspraak volgens dewelke artikel 6 EVRM niet van toepassing is op zuiver fiscale geschillen doch wel in geschillen die aanleiding kunnen geven tot strafsancties in de zin van artikel 6 EVRM. Het volstaat volgens het Hof dat een procedure aanleiding kan geven tot een dergelijke sanctie; er is niet vereist dat zij ook effectief wordt opgelegd. Bij gelieerde procedures volstaat het dat één van de procedures aanleiding kan geven tot een strafsanctie in de zin van artikel 6 EVRM opdat de rechtsbescherming vervat in dit artikel kan worden ingeroepen.
 
Met betrekking tot het zwijgrecht oordeelde het EHRM dat Chambaz door de Zwitserse fiscus werd verplicht om mee te werken aan zijn eigen strafbaarstelling aangezien hem een boete werd opgelegd wegens het niet meedelen van informatie over zijn vermogen. In het licht van het zwijgrecht oordeelde het Hof dat er op die manier een ongeoorloofde druk werd uitgeoefend om bewijzen te verzamelen tegen de wil van de verdachte zodat artikel 6 EVRM is geschonden.

Met betrekking tot de wapengelijkheid oordeelde het Hof inzonderheid dat het recht op een eerlijk proces impliceert dat de fiscus toegang verleent tot haar volledig dossier; zowel de bewijsstukken à charge als à décharge, zelfs in geval deze stukken niet tegen de belastingplichtige worden gebruikt. Enkel wanneer vitale nationale belangen of fundamentele rechten van derden in gevaar komen, kan de toegang tot het volledig dossier worden geweigerd. Tenslotte moet de weigering tot inzage kunnen worden beoordeeld door een rechter die zelf toegang moet kunnen krijgen tot alle stukken. Aangezien Chambaz de volledig toegang tot zijn fiscaal dossier werd geweigerd terwijl de uitzonderingsgronden niet van toepassing waren besloot het EHRM ook met betrekking tot de wapengelijkheid dat artikel 6 EVRM is geschonden.

De sanctie op de schending van artikel 6 EVRM is niet min: de Zwitserse Staat wordt veroordeeld tot het betalen aan de heer Chambaz van een schadevergoeding gelijk aan de door hem betaalde boeten én belastingen.

Het arrest Chambaz doet ons inzake de rechten van verdediging en inzonderheid het zwijgrecht denken aan een ander baanbrekend arrest inzake rechtsbescherming met name het inmiddels beroemde Salduz-arrest. Laatstgenoemd arrest heeft betrekking op het recht op bijstand van een advocaat vanaf het eerste politieverhoor. Naar aanleiding van dit arrest hebben wij het standpunt verdedigd dat het in het licht van de rechtspraak van het EHRM voorkomt dat niet alleen bij politieverhoren het recht op bijstand van een advocaat is vereist maar evenzeer bij verhoren door de BBI. Ondervragingen door de BBI kunnen immers leiden tot administratieve sancties die een strafsanctie zijn in de zin van artikel 6 EVRM waarmee we in de strafrechtelijke sfeer zitten: het zwijgrecht en (bijgevolg) het recht op de bijstand van de advocaat komen dan om de hoek kijken. Een van de eerste zaken waarop een advocaat de verdachte wijst wanneer hij deze bijstand bij een verhoor verleent, is overigens dat hij het recht heeft om te zwijgen (Zie Steven Vancolen “Salduz in fiscalibus: kan bijstand advocaat ook vereist zijn bij ondervraging door BBI?, Fisc. Act. 2011, nr. 13, pag. 6). Met andere woorden van zodra het zwijgrecht aan de orde is, lijkt ook het recht op bijstand van een advocaat aan de orde te zijn. Aangezien in het arrest Chambaz wordt geoordeeld dat het zwijgrecht geldt van zodra een sanctie in de zin van artikel 6 EVRM kan worden opgelegd, lijkt het ons in het licht van de rechtspraak van het EHRM in die hypothese ook verdedigbaar dat vanaf dat moment ook het recht op bijstand van de advocaat bij een ondervraging door de BBI moet zijn verzekerd.
 
Het arrest Chambaz is ongetwijfeld een zeer belanghebbende uitspraak inzake de fiscale rechtsbescherming. Zodra de mogelijkheid bestaat dat een fiscaal onderzoek aanleiding geeft tot een strafsanctie in de zin van artikel 6 EVRM, kunnen de waarborgen van dit artikel inzake het recht op een eerlijk proces worden ingeroepen. De fiscale overheid kan dan de belastingplichtige geen sanctie opleggen voor het feit dat hij zich op zijn zwijgrecht beroept. De fiscale administratie moet tevens inzage verlenen tot het volledig fiscaal dossier; deze inzage kan enkel worden geweigerd indien vitale nationale belangen of fundamentele rechten van derden op het spel staan. Bij weigering tot inzage moet een rechter daarover kunnen oordelen met toegang tot alle stukken. Het EVRM heeft directe werking en neemt in de hiërarchie der normen een plaats in boven de nationale wetgeving; de belastingplichtige heeft er dan ook alle belang bij er op toe te zien dat zijn recht op een eerlijk (fiscaal) proces wordt gerespecteerd door ondermeer ten gepaste tijde artikel 6 EVRM in te roepen evenals de rechtspraak van het EHRM.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.