De voorafgaande kennisgeving bij fraude (bis) - verplichte vermeldingen op straffe van nietigheid!

De voorafgaande kennisgeving bij fraude (bis) - verplichte vermeldingen op straffe van nietigheid!

In de inkomstenbelastingen bedraagt de normale aanslagtermijn drie jaar. De termijn waarover de administratie beschikt om onderzoek te doen valt met deze aanslagtermijn samen. In geval van fraude wordt de aanslagtermijn evenwel verlengd tot zeven jaar. De administratie kan na afloop van de driejarige termijn en binnen de aanvullende termijn van vier jaar ook nog onderzoek verrichten op voorwaarde dat zij "de belastingplichtige" vooraf schriftelijk en op nauwkeurige wijze kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die "te zijnen aanzien" bestaan "voor het bedoelde tijdperk". Deze voorafgaande kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aanslag (art. 333 lid 3 WIB 92).

Inzake BTW bedraagt de verjaringstermijn evenzeer drie jaar en wordt ook deze termijn in geval van fraude verlengd tot zeven jaar. Indien de BTW-administratie voornemens is deze verlengde verjaringstermijn toe te passen moet ook de BTW-administratie voorafgaandelijk "aan de betrokkene" schriftelijk en nauwkeurig kennis geven van de vermoedens van belastingontduiking die "tegen hem" bestaan "in de betreffende periode". De voorafgaande kennisgeving is opnieuw voorgeschreven op straffe van nietigheid met name van de zogenaamde "rechtzetting" (bijvoorbeeld een correctie - opgave) (art. 84 ter WBTW).

Beide artikelen met betrekking tot de voorafgaande kennisgeving bij fraude bevatten een reeks voorwaarden die wanneer zij niet zijn vervuld leiden tot de nietigheid van de aanslag (in de inkomstenbelastingen) dan wel de nietigheid van de rechtzetting (in de BTW).

In een vorige bijdrage werd aandacht besteed aan de vereiste van de voorafgaandelijkheid van de kennisgeving. In deze bijdrage worden de belangrijkste vereisten inzake de inhoud van de voorafgaande kennisgeving bij fraude nader bekeken.

(1) Vooreerst moet er blijkens de wet in de voorafgaande kennisgeving melding worden gemaakt van de aanwijzingen of vermoedens inzake fraude die bestaan ten aanzien van diegene aan wie de kennisgeving wordt gericht (cf. "te zijnen aanzien" of "tegen hem"). Dit komt evident voor doch het gebeurt wel eens dat de kennisgeving geen aanwijzingen van fraude bevat ten aanzien van de geadresseerde maar uitsluitend aanwijzingen bevat van fraude ten aanzien van derden. Dit lijkt bij voorbeeld het geval indien in het kader van een BTW - carrousel aanwijzingen van fraude worden meegedeeld aan de uiteindelijke afnemer van de goederen wanneer deze aanwijzingen uitsluitend betrekking hebben op derde partijen die verantwoordelijk zijn voor een aan de uiteindelijke levering van de goederen voorafgaande fraudeconstructie.

(2) Voorts moet de kennisgeving nauwkeurig zijn. De voorafgaande kennisgeving moet daadwerkelijk gemotiveerd zijn en moet toelichten waarom de fiscus meent over vermoedens van belastingontduiking te beschikken. De kennisgeving moet precies zijn en in de mededeling zelf worden opgenomen. Het feit dat de belastingplichtige als gevolg van mededelingen die vooraf zijn gedaan, op de hoogte zou kunnen zijn van wat de fiscus hem ten laste legt volstaat niet. De kennisgeving van de vermoedens van de belastingontduiking moet in de voorgeschreven mededeling zelf gebeuren (Gent 2 juni 2009). Het volstaat evenwel dat de aanwijzingen inzake belastingontduiking nauwkeurig worden vermeld; het is niet vereist dat de kennisgeving ook nauwkeurig vermeldt welke inzichten of bedoelingen te schaden aan de belastingplichtige ten laste kunnen worden gelegd (bv. Cass. 14 oktober 1999).

(3) Tenslotte is vereist dat de aanwijzingen of vermoedens van belastingontduiking wel degelijk betrekking hebben op het bedoelde tijdperk of de betreffende periode. Zo zijn bijvoorbeeld zogenaamde aanwijzingen van fraude met betrekking tot de aan- en verkoop van wagens voor de jaren 2001 en 2002 op zich geen aanwijzingen van een fraude in 1999 en 2000 (bv. Rb. Brussel 10 december 2004).

Het belang van een voorafgaande kennisgeving bij fraude, zij het op het vlak van de inkomstenbelastingen dan wel op het vlak van de BTW, mag niet worden onderschat: het betreft immers een bericht waaruit blijkt dat de fiscale administratie aanneemt dat er fraude in het spel is en waarbij om die reden een bijzondere verlengde verjaringstermijn wordt toegepast. Voor de belastingplichtige of BTW-plichtige is het dan ook van cruciaal belang te (laten) verifiëren of de kennisgeving wel degelijk aan alle wettelijke vereisten - die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven - voldoet. Zo is er niet alleen de vereiste van de voorafgaandelijkheid: de kennisgeving moet ook in het bericht zelf nauwkeurig de aanwijzingen inzake belastingontduiking vermelden. Deze aanwijzingen moeten bovendien wel degelijk betrekking hebben op de betrokkene zelf en zij dienen verband te houden met het bedoelde tijdperk of de betreffende periode.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.