De verklikker en 'the fruits of the poisonous tree' in fiscalibus.

De verklikker en 'the fruits of the poisonous tree' in fiscalibus.

Stel een belastingplichtige ontslaat een werknemer wegens diefstal op het werk. Enkele maanden later krijgt de firma een controle van de fiscus waarbij er vragen worden gesteld inzake een aantal aankoopfacturen en de werkelijkheid van de leveringen. De firma heeft een sterk vermoeden dat de controle er is gekomen naar aanleiding van een zogenaamde verklikking door de ontslagen werknemer; wellicht op basis van gestolen documenten.

Meteen rijst de vraag naar wat de fiscus kan doen en welke acties de firma - op fiscaal vlak - kan ondernemen.

Een fiscaal onderzoek kan wel degelijk worden opgestart naar aanleiding van een verklikking. Uit de rechtspraak van diverse hoven en rechtbanken waaronder het Hof van Cassatie (zie inzonderheid Cass. 14 maart 1961 en Antwerpen 27 oktober 1981) kan worden afgeleid dat een aanslag slechts als ongeldig kan worden beschouwd indien de aanslag enkel is gebaseerd op gegevens die uit een klikbrief blijken. De fiscus moet met andere woorden de bekomen gegevens verifiëren.

De betrokken firma van haar kant heeft er alle belang bij te verifiëren of er geen sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. Volgens het Hof van Cassatie is bewijs onrechtmatig verkregen indien bij de verkrijging van het bewijs een daad werd gesteld in strijd met een materiële wetsbepaling, een regel van formeel procesrecht of de algemene rechtsbeginselen. Zo kwalificeert het bewijs dat werd verkregen via een misdrijf als onrechtmatig verkregen bewijs. Indien het bewijs van een derde afkomstig is, wordt aangenomen dat deze ook de bedoeling moet hebben gehad het onrechtmatig verkregen bewijs ook effectief te laten aanwenden als bewijs. Er moet volgens Cassatie een verband bestaan tussen de onrechtmatigheid begaan om in het bezit te komen van het bewijsmateriaal en de overhandiging ervan aan de overheid (Cass. Cass. 13 januari 1999).

Welke gevolgen heeft het aanwenden van onrechtmatig verkregen bewijs? Als algemene regel wordt gesteld dat onrechtmatig verkregen bewijs niet tot de bewijsvoering mag worden toegelaten. Er wordt in dit verband gesproken van bewijsuitsluiting. Een mogelijke grondslag voor de bewijsuitsluiting wordt in recente rechtsleer gevonden in de zogenaamde beginselen van behoorlijk bestuur. Fiscaal bewijsmateriaal verkregen door een diefstal wordt bijvoorbeeld aanzien als een schending van het zogenaamde 'fairplaybeginsel'. Als de klacht of de bewijsgaring onrechtmatig is, vervalt niet alleen dit element van dit dossier maar op grond van de leer van de 'fruits of the poisonous tree' ook alle andere elementen van het dossier die rechtstreeks of onrechtstreeks uit de onrechtmatigheid zijn afgeleid (cf. 'de vruchten van het onrechtmatig verkregen element'). Volgens het Hof van Cassatie kan uit te sluiten onrechtmatig bewijs noch rechtstreeks noch onrechtstreeks enig gevolg hebben (Cass. 16 juni 1987); enkel niet besmette bewijselementen worden niet uitgesloten (cf. Cass. 23 december 1998). Uiteindelijk zal de rechtbank in concreto moeten oordelen of een aanslag na de bewijsuitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs nog voldoende is onderbouwd op grond van rechtmatig verkregen elementen; een aanslag die volledig en uitsluitend is gesteund op onrechtmatig verkregen bewijs zou moeten worden vernietigd.

Gezien het voorgaande heeft in casu de belastingplichtige er alle belang bij inzage te vragen van het administratief dossier teneinde te kunnen nagaan in welke mate er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. In dit verband kan worden opgemerkt dat op grond van de Wet van 1 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur de belastingplichtige in principe gerechtigd is om ten allen tijde de stukken van het eigen belastingdossier in te zien. Dit geldt evenzeer voor de stukken die afkomstig zijn van derden of die de administratie naar aanleiding van inzage van het strafdossier heeft bekomen. Het is daarbij irrelevant of de stukken ook effectief gebruikt worden in het kader van de belastingheffing. Het inzagerecht is overigens grondwettelijk gewaarborgd (art. 32 Grondwet). Bij weigering door de administratie tot inzage kan men zich richten tot een speciaal daartoe opgerichte Commissie en desnoods tot de Raad van State.

Wanneer een belastingplichtige het voorwerp uitmaakt van een fiscaal onderzoek en over concrete aanwijzingen beschikt dat hij is 'verklikt', heeft hij er alle belang bij inzage te vragen van het administratief dossier. Dit geldt des te meer wanneer er sprake lijkt te zijn van een verklikking op basis van gestolen documenten. Het gehele fiscale onderzoek kan wel eens op de helling komen te staan op grond van de leer van de 'fruits of the poisonous tree'; de theorie volgens dewelke een onrechtmatig verkregen bewijselement wordt uitgesloten van de bewijsvoering evenals alle andere bewijselementen die rechtstreeks of onrechtstreeks uit de onrechtmatigheid zijn afgeleid. Wanneer de aanslag, na bewijsuitsluiting, niet meer afdoende is onderbouwd door niet-besmette (rechtmatig verkregen) bewijselementen dient hij te worden vernietigd.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.