De turboliquidatie … alweer aan reparatie toe ?

De turboliquidatie … alweer aan reparatie toe ?

Met de wet van 19 maart 2012 tot wijziging van het Wetboek Vennootschappen kreeg de techniek van de ontbinding en vereffening in een akte eindelijk een wettelijke basis, nadat de vereffeningsprocedure zoals deze in 2006 was geïntroduceerd, de practici jarenlang in het ongewisse had gelaten.

Meteen was duidelijk dat de wetgeving rond deze zogenaamde turboliquidatie rammelde. Vooral de voorwaarden om tot ontbinding en vereffening in één akte te kunnen overgaan, waren niet geheel duidelijk (art. 184 § 5 Wetboek Vennootschappen):

  • Er mag geen vereffenaar worden aangeduid;
  • Er zijn geen passiva volgens de staat van activa en passiva als bedoeld in artikel 181 Wetboek Vennootschappen;
  • Alle aandeelhouders of vennoten dienen op de algemene vergadering aanwezig of geldig vertegenwoordigd te zijn en besluiten daarenboven met eenparigheid van stemmen;
  • De terugname van het resterend actief dient door de vennoten zelf te gebeuren.

In het bijzonder de tweede voorwaarde, m.n. de afwezigheid van passiva volgens de staat van activa en passiva, schiet in zijn omschrijving tekort. Het begrip ‘passiva’ wordt door de wetgever niet omschreven. Technisch beschouwd, zijn bij voorbeeld ook het kapitaal en de reserves passiefposten.

De wetgever verwijst enkel naar artikel 181 Wetboek Vennootschappen waar op zijn beurt wordt verwezen naar de waarderingsregels van artikel 28, §2 van het Koninklijk Besluit Wetboek Vennootschappen. Deze waarderingsregels zijn als volgt:

  • De oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;
  • Zowel voor vlottende als voor vaste activa dienen aanvullende afschrijvingen of waardevermindering te worden gerealiseerd opdat de boekwaarde terug wordt gebracht tot de vermoedelijke realisatiewaarde;
  • Een voorziening dient te worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden, inzonderheid voor de vergoedingen die aan het personeel dienen te worden uitgekeerd.

Het Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (ICCI) leidde hieruit af dat de voorzieningen als passiva in de zin van artikel 184 § 5 Wetboek Vennootschappen dienen te worden beschouwd. De aanwezigheid van dergelijke ‘voorzieningen’ zou aldus de turboliquidatie beletten. Dit standpunt noopt tot de eliminatie van ‘voorzieningen’ door bij voorbeeld vooraf de kosten te betalen of deze door een derde ten laste te laten nemen.

In een parlementaire vraag van 12 december 2012 werd Minister van Justitie Annemie Turtelboom ondervraagd naar de daadwerkelijke draagwijdte van het begrip passiva in artikel 184, §5 Wetboek Vennootschappen. De vraagsteller uitte zijn bezorgdheid omtrent een al te strikte interpretatie van het begrip passiva, waardoor de turboliquidatie slechts in een heel beperkt aantal gevallen mogelijk zou zijn.

De Minister bevestigde omtrent het begrip passiva van artikel 184, §5 Wetboek Vennootschappen:

  • Dat hieronder enkel ‘schulden’ ten aanzien van derden vallen en niet de schulden ten aanzien van bijvoorbeeld vennoten, en evenmin het kapitaal of de reserves;
  • Dat de kosten of provisies verbonden aan de vereffening buiten beschouwing moeten gelaten worden voor deze oefening;
  • Dat aan de vereiste van ‘afwezigheid van passiva’ wordt voldaan indien de vennootschap de schulden t.a.v. derden zoals deze uit de staat van activa en passiva blijken, heeft terugbetaald vóór het ontbindingsbesluit.

De Minister bevestigde tevens dat het begrip ‘passiva’ aldus wettelijk zal verfijnd worden.
 
De zienswijze van de Minister valt bij te treden. De ruime opvatting van het begrip ‘passiva’ reduceert het aantal vennootschappen dat voor een turboliquidatie in aanmerking komt al te zeer, terwijl de klassieke procedure in evenveel gevallen al te log is.  Het blijft tot op vandaag wachten op het wetsontwerp waarmee de minister de aangekondigde wijziging materialiseert. Tot zolang is haar zienswijze niet bindend voor de hoven en rechtbanken die in deze materie uitspraak zullen doen.

De turboliquidatie laat een vlotte, vrijwillige eliminatie van vennootschappen toe. De wettelijke toepassingsvoorwaarden zoals deze thans gelden, creëren echter meer vragen dan oplossingen. Vooral de onduidelijkheid met betrekking tot het begrip ‘passiva’ stoort. De Minister van Justitie bevestigde recent dat het begrip restrictief moet ingekleurd worden en kondigde een verfijning van de wet aan. Hopelijk leidt de insteek van de Minister tot een meer pragmatische aanpak van turboliquidaties in de praktijk, overeenkomstig het doel en de strekking van deze wetgeving en in afwachting van de aangekondigde reparatiewetgeving. 
(zie eerdere publicatie TFI rubriek Vennootschappen, 28 februari 2012, B. STRAGIER en S. BONTE, “Vereffening van vennootschappen: eenvoudig vereffenen wordt … soms … mogelijk?”)

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.