De taal van de factuur - Vlaams Taaldecreet strijdig met het vrij verkeer van goederen!

De taal van de factuur - Vlaams Taaldecreet strijdig met het vrij verkeer van goederen!

Eerder al hadden we het erover dat een factuur aan een internationale klant niet zomaar kan uitgereikt worden in de taal van die klant (zie artikel Nieuwsbrief oktober-november 2014 – De taal van de factuur - evident in de taal van de klant of toch niet..., Bram Stragier & Charles Petit). Een factuur is immers een officieel stuk dat onderworpen is aan de dwingende taalwetgeving. Op grond van het huidige Vlaamse taaldecreet moeten de ondernemingen die hun exploitatiezetel in het Nederlands taalgebied hebben, hun facturen altijd - zelfs bij internationale transacties - in het Nederlands opstellen. 

De taalwetgeving is van openbare orde, zodat men er tot voor kort van uitging dat een factuur in een andere taal dan het Nederlands in principe niet rechtsgeldig is. Dat dit enkele ongewenste consequenties heeft, spreekt voor zich. Stel u even voor dat u uit klantvriendelijkheid uw factuur in de taal van uw medecontractant opmaakt, dat deze de factuur dan betwist omwille van de taalproblematiek en de nietigheid ervan vordert.

Het Europees Hof van Justitie heeft recent echter een interessant arrest geveld naar aanleiding van een zaak voor de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Gent, waar die problematiek aan de orde was.

Een onderneming die gevestigd was in het Vlaams Gewest, had een Italiaans klant gedagvaard in betaling van een aantal achterstallige facturen. De Italiaanse onderneming verweerde zich door te stellen dat litigieuze facturen nietig waren. De facturen waren immers opgesteld in het Italiaans, terwijl het Vlaams taaldecreet verlangt dat ondernemingen uit het Nederlandse taalgebied van België hun facturen in het Nederlands opstellen.

De Vlaamse onderneming bezorgde tijdens de procedure nog een vertaling van de facturen in het Nederlands, doch dit mocht niet baten: voor de Belgische rechter waren de litigieuze facturen nietig en bleven zij dat, ook al werden er in extremis nog vertalingen verstrekt.

De Vlaamse onderneming vond evenwel dat de Vlaamse taalregeling in strijd was met het EU-recht, en met het vrij verkeer van goederen in het bijzonder.  De rechtbank van koophandel te Gent stelde hierover een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie.

Het Hof van Justitie stelde vast dat de betrokken taalregeling inderdaad een belemmering is voor het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie.  De Vlaamse taalregeling ontneemt de contractspartijen de mogelijkheid om voor hun facturen vrij een taal te kiezen die zij beiden begrijpen. Dit verhoogt het risico op betwisting en niet-betaling van de facturen. De ontvangers van de facturen zullen geneigd zijn om zich tegen de factuur te verzetten door aan te voeren dat zij de Nederlandstalige inhoud ervan (zogezegd) niet begrijpen.  Het Hof van Justitie besluit dan ook dat de Vlaamse taalregeling beperkende gevolgen voor het handelsverkeer kan hebben.

Vervolgens onderzocht het Hof van Justitie of er een algemeen belang is dat de beperking van het handelsverkeer en dus de schending van het vrije verkeer van goederen eventueel kan rechtvaardigen. Het Hof van Justitie weerhoudt twee rechtmatige doelstellingen: enerzijds het stimuleren van het gebruik van het Nederlands voor officiële documenten (zoals facturen), en anderzijds het vergemakkelijken van administratieve en fiscale controles. 

Om in overeenstemming te zijn met het EU-recht moet de Vlaamse taalregeling echter ook evenredig zijn aan die doelstellingen van algemeen belang.  En hier vindt het Hof van Justitie dat de Vlaamse taalregeling verder gaat dan noodzakelijk om de nagestreefde doelstellingen te bereiken. Een regeling die niet alleen voorschrijft dat facturen voor internationale transacties in het Nederlands moeten opgesteld worden, maar tevens in de mogelijkheid voorziet om daarnaast nog een authentieke, even rechtsgeldige versie van de facturen op te stellen in een door beide handelspartners begrepen taal, zou minder ingrijpen in het vrije verkeer van goederen, en toch even geschikt zijn om dezelfde doestellingen te waarborgen.

Volgens het Hof van Justitie is de huidige Vlaamse taalregeling rond de opmaak van facturen in internationale handelsrelaties dus niet evenredig aan de beoogde doelstellingen, en aldus in strijd met het vrij verkeer van goederen.

Wellicht zal de Vlaamse decreetgever nu ingrijpen en het taaldecreet in die zin wijzigen dat er voortaan twee authentieke versies van een factuur kunnen opgemaakt worden: één verplicht in het Nederlands, en één in een taal die beide partijen begrijpen. Dit is analoog met de taalregeling die vandaag al geldt voor internationale arbeidsovereenkomsten. 

Volgens het Vlaams taaldecreet moeten alle facturen van ondernemingen die hun zetel hebben in het Nederlandstalig taalgebied van België verplicht in het Nederlands opgesteld worden. Bij miskenning moet de rechter in principe de nietigheid van de facturen uitspreken. Het Europees Hof van Justitie heeft de Vlaamse taalregeling rond de opmaak van facturen in internationale handelsrelaties echter strijdig bevonden met het vrij verkeer van goederen binnen de EU, waardoor er allicht een decretale bijsturing volgt. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.