De successievrije sterfhuisclausule:

De successievrije sterfhuisclausule:

20.04.2011
Stijn Lamote (advocaat-vennoot) en Mathieu Vancolen (advocaat)

Met zijn arrest van 10 december 2010 lijkt het Hof van Cassatie het pleit te hebben beslecht omtrent de sterfhuisclausule. Dergelijke clausule impliceert de successievrije toekenning van het volledige gemeenschappelijke vermogen aan een bij naam genoemde echtgenoot en dit ongeacht de wijze van ontbinding van het huwelijk en ongeacht of deze echtgenoot de langstlevende is.

Probleemstelling

Overeenkomstig het huwelijksvermogensrecht verkrijgt de langstlevende echtgenoot – althans voor zover de echtgenoten zijn gehuwd onder een gemeenschapsstelsel – de ene helft van de huwelijksgemeenschap in volle eigendom, de andere helft valt in de nalatenschap. De blote eigendom van de nalatenschap komt dan toe aan de kinderen, het vruchtgebruik ervan komt toe aan de langstlevende echtgenoot.

Bij huwelijkscontract kunnen echtgenoten echter van deze regeling afwijken onder meer door het inlassen van een sterfhuisclausule waarbij het volledige gemeenschappelijke vermogen, ongeacht de wijze van ontbinding van het huwelijk, wordt toebedeeld aan een bij naam genoemde echtgenoot. De andere echtgenoot kan ook eigen roerende en onroerende goederen in de huwgemeenschap hebben ingebracht die dan ook op dezelfde wijze worden toebedeeld. Deze clausule wordt ook wel eens de sterfhuisclausule genoemd omdat deze techniek maar wordt toegepast wanneer met aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komt vast te staan dat één van de echtgenoten als eerste zal overlijden door een (terminale) ziekte. Het is dan ook die echtgenoot die eventueel bij die gelegenheid nog een inbreng doet van eigen goederen in de huwgemeenschap.

Overeenkomstig het fictieartikel 5 van het Wetboek van successierechten wordt een sterfhuisclausule niet aangemerkt als een legaat ten belope van datgene wat men als echtgenoot meer verkrijgt boven de helft van de huwelijksgemeenschap (het surplus). Artikel 5 van het Wetboek van successierechten is immers enkel van toepassing ingeval de huwgemeenschap wordt toebedeeld aan de langstlevende en daarentegen niet wanneer de huwgemeenschap wordt toebedeeld aan een bij naam benoemde echtgenoot.

De betwisting die aan het arrest van 10 december 2010 ten grondslag lag, was de vraag of toch geen successierechten konden worden geheven op het zogenaamde surplus op basis van artikel 2 van het Wetboek van successierechten. Overeenkomstig dat artikel worden aan de successierechten onderworpen “de erfgoederen ongeacht of zij ingevolge wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling worden overgemaakt”. Meer in het bijzonder rees de vraag of een sterfhuisclausule kwalificeert als een contractuele erfstelling of schenking door de eerststervende echtgenoot waardoor de sterfhuisconstructie toch aanleiding zou geven tot successierechten.

Het arrest

Het Hof van Cassatie is van oordeel dat een contractuele erfstelling een overeenkomst is waarbij iemand om niet ten voordele van een ander beschikt over de goederen die tot zijn nalatenschap zullen behoren. Een sterfhuisclausule daarentegen is, volgens het Hof, geen overeenkomst over goederen van de nalatenschap van de echtgenoot van wie de goederen zullen worden toebedeeld maar een overeenkomst over het gemeenschappelijke vermogen.

Het Hof stelt bovendien dat een sterfhuisclausule met oog op uitwerking in het burgerlijk recht in welbepaalde gevallen aanleiding geeft tot toepassing van de burgerrechtelijke regels inzake schenking, doch deze fictie werkt niet door op fiscaal vlak.

Het Hof leidt uit het voorgaande dan ook af dat het surplus (hetgeen men boven de helft van de gemeenschap schenkt) vanuit fiscaal oogpunt geen contractuele erfstelling noch een schenking uitmaakt en derhalve niet aan successierechten is onderworpen, ook niet op grond van artikel 2 van het Wetboek van successierechten.

De sterfhuisclausule laat met andere woorden toe de huwgemeenschap, al dan niet gespijsd door uit het eigen vermogen ingebrachte goederen, successievrij aan de langstlevende te doen toekomen mits een accurate bewoording.

Toepassingsgevallen

Er kan nog kort worden stilgestaan bij de mogelijke toepassingsgevallen van de sterfhuisclausule. Uiteraard bewijst de sterfhuisclausule slechts zijn nut voor zover één van de echtgenoten terminaal ziek is. In de praktijk is er sprake van de zogenaamde planning in extremis. In dat geval kan het aangewezen zijn om via een wijziging van het huwelijkscontract het volledige gemeenschappelijke huwelijksvermogen toe te kennen aan de niet-zieke echtgenoot ongeacht de wijze van ontbinding van het huwelijk (en uiteraard niet onder voorwaarde van overleving). Bij overlijden van de terminale echtgenoot zal de langstlevende (gezonde) echtgenoot de volledige huwelijksgemeenschap verkrijgen zonder daarop successierechten verschuldigd te zijn. Soms kan de zieke echtgenoot vooraf nog eigen goederen in de gemeenschap inbrengen waardoor ook deze (zelfs onroerende) goederen zonder successierechten naar de langstlevende gaan. Het was overigens vooral dit laatste dat een doorn in het oog van de fiscus was.

Indien beide echtgenoten nog blaken van gezondheid moge het duidelijk wezen dat het inlassen van een sterfhuisclausule een aanzienlijk risico inhoudt. Immers, indien de echtgenoot aan wie de volledige gemeenschap overeenkomstig een sterfhuisclausule zou zijn toegekend, als eerste komt te overlijden, zullen in hoofde van de langstlevende echtgenoot successierechten verschuldigd zijn op de volledige huwelijksgemeenschap. In dat geval zal de langstlevende echtgenoot dus ook successierechten betalen op dat deel van het gemeenschappelijke vermogen dat hem/haar in volle eigendom toebehoorde. Voorzichtigheid is dus geboden!

De zogenaamde sterfhuisclausule lijkt met het arrest van 10 december 2010 in fiscalibus te worden aanvaard door het Hof van Cassatie. Het inlassen van een sterfhuisclausule kan interessant zijn aangezien dit een belangrijke besparing aan successierechten kan opleveren voor de langstlevende echtgenoot, voor zover de echtgenoten gehuwd waren onder een gemeenschapsstelsel. Met deze techniek kunnen ook eigen goederen van de eerstoverledene efficiënt worden gepland. Uit de praktijk blijkt echter dat een sterfhuisclausule meestal maar nuttig is in geval van een successieplanning in extremis.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.