De peildatum bij de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling : Cassatie schept duidelijkheid !

De peildatum bij de vennootschapsrechtelijke geschillenregeling : Cassatie schept duidelijkheid !

De vennootschapsrechtelijke geschillenregeling is een beproefd recept voor de beëindiging van betwistingen tussen aandeelhouders van een BVBA en een NV.  De geschillenregeling laat toe om zelf uit de vennootschap te treden en de andere aandeelhouder(s) dus te dwingen om uw aandelen over te nemen, of om de andere aandeelhouder(s) uit de vennootschap te sluiten en deze dus te dwingen om zijn/haar/hun aandelen aan u over te laten.

Hierbij zijn steeds twee zaken van belang.

Vooreerst is er evident de kwestie van  de gegronde redenen, waarop de vordering wordt gesteund. Wie de uittreding vordert en dus de gedwongen overname van de eigen aandelen vraagt, kan volstaan met aan te tonen dat men redelijkerwijze niet kan verwachten dat hij of zij nog langer aandeelhouder zou blijven. Vordert men daarentegen de uitsluiting van één of meerdere medeaandeelhouders, dan staat centraal wie de meeste garanties kan bieden voor het succesvol verderzetten van de onderneming.

De tweede kwestie die aan de orde komt, is de waarde van de aandelen die desgevallend worden overgenomen/overgedragen. Een heikel punt in dit kader is het tijdstip waarop deze waarde wordt beoordeeld. Het komt immers vaak voor dat de gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot de procedure en mee de gegronde redenen uitmaken, een belangrijke (negatieve) impact hebben op de waarde van deze aandelen. Ook lopende de procedure kunnen zich feiten voordoen die aan een van de partijen toerekenbaar zijn.

De waarde van de aandelen kan dan ook sterk verschillen naar gelang men deze beoordeelt (1) op datum vlak vóór deze gebeurtenissen (2) datum van de dagvaarding waarmee de procedure werd opgestart (3) de datum van het vonnis waarbij de overdracht wordt bevolen.

Bij arresten van 9 december 2010 en van 5 oktober 2012 oordeelde het Hof van Cassatie nog dat 'abstractie' moet worden gemaakt van de omstandigheden die hebben geleid tot de vordering. In de rechtsleer werd overwegend aangenomen dat dit impliceerde dat de feitenrechter geen beoordelingsmarge (meer) had en als peildatum steeds de datum van zijn vonnis diende te nemen.

Dit werd evenwel niet onverkort gevolgd in de rechtspraak, die vaak de peildatum plaatste afhankelijk van de concrete omstandigheden van de zaak.

Thans heeft het Hof van Cassatie in twee principearresten van 21 februari 2014 en 20 februari 2015 een einde gemaakt aan deze twist. In de meest duidelijke bewoordingen wordt thans gesteld dat de feitenrechter de waarde van de aandelen in beginsel bepaalt op datum waarop de overdracht wordt bevolen, maar de peildatum op een ander moment kan plaatsen om rekening te houden met de omstandigheden die hebben geleid tot de vordering en het gedrag van partijen als gevolg van deze vordering.

De notie 'abstractie maken van' wordt door het Hof van Cassatie (voortaan) in die zin geïnterpreteerd dat men de waarde van de aandelen dient te beoordelen in de fictieve hypothese dat de gegronde redenen en het gedrag van partijen er niet zouden zijn geweest.

Deze zienswijze van het Hof van Cassatie wordt veeleer positief onthaald omdat zij toelaat rekening te houden met de concrete omstandigheden van de zaak en onbillijkheden kan vermijden.

Sommige rechtsleer formuleert evenwel de kritiek dat het verplaatsen van de peildatum als een vermomde vorm van schadevergoeding dient te worden beschouwd, wat in principe procedureel niet mogelijk is in een geschillenregeling, die immers wordt gevoerd zoals in kort geding.

De onuitgesproken verantwoording voor de stelling van het Hof van Cassatie lijkt evenwel te zijn dat het recht op schadevergoeding in principe bestaat in hoofde van de vennootschap en wordt verdisconteerd bij de bepaling van de waarde van de aandelen.

De waardering van de aandelen in het kader van de geschillenregeling blijft een zeer delicate aangelegenheid. Wel bestaat er nu duidelijkheid over dat de rechter de peildatum kan bepalen op een andere datum dan de datum van overdracht om een waardevermindering als gevolg van de gegronde redenen en/of het gedrag van partijen te neutraliseren. Het bewijs van eventuele fouten in hoofde van de wederpartij is op zich niet noodzakelijk om gegronde redenen aan te tonen maar kan dus wel afstralen op de finale begroting van de waarde van de aandelen. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.