De nieuwe fiscale cultuur: een verhaal van transparantie!

De nieuwe fiscale cultuur: een verhaal van transparantie!

Een kleine twintig jaar geleden beschouwde zo goed als iedere Belg de anonimiteit omtrent zijn vermogen als een quasi verworven grondrecht. Op vandaag blijft van dit zelfverklaarde grondrecht nog weinig overeind. Tussen toen en nu heeft een internationale sneltrein ons van een cultuur van anonimiteit naar een cultuur van transparantie van het vermogen gebracht.

Het fundament van de evolutie gaat zonder enige twijfel terug op de preventieve witwaswet van 1993. Deze preventieve witwaswet vond zijn voedingsbodem in een Europese witwasrichtlijn. De Belgische wetgever legde in de preventieve witwaswet een aantal beroepsgroepen de verplichting op (onder meer) mee te werken aan een verklikkingsysteem voor verdachte transacties waarmee zij te maken krijgen.

Deze beroepsgroepen zijn zorgvuldig uitgekozen: het zijn sectoren waar men zeer vaak met (financiële) transacties te maken krijgt, zoals banken, verzekeringsondernemingen, vastgoedmakelaars, notarissen, bedrijfsrevisoren, accountants, belastingconsulenten en – voor bepaalde gevallen – advocaten.

De bedoelde professionals moeten verdachte transacties (of transacties waarvan ze vermoeden dat ze verdacht zijn) melden aan een Cel voor Financiële Informatieverwerking. Deze geeft deze info desgevallend door aan het parket met oog op vervolging …

Vooraleer er sprake is van een ‘verdachte’ transactie dient wel een zekere drempel te zijn overschreden. In de preventieve witwasregelgeving zijn de verdachte transacties limitatief opgesomd; het betreffen enkel zwaarwichtige misdrijven zoals ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismes of procédés van internationale omvang zijn aangewend, misbruik van vennootschapsgoederen…

Onder andere de positie van de banken is in dit opzicht niet vergemakkelijkt. Telkenmale zij substantiële sommen geld op hun rekening overgeschreven zien vanuit het buitenland moeten zij de oefening maken of met betrekking tot deze transactie geen vermoeden van verdachte transactie gepaard gaat.

Het valt te betwijfelen of deze wet in de toekomst aan impact zal verliezen, wel integendeel. Veeleer mag de verwachting zijn dat de beroepsgroepen die aan dit verklikkingssysteem moeten meewerken zullen worden uitgebreid en/of dat de drempel om te spreken van een verdachte transactie zal verlagen. Dit laatste zou kunnen plaatsvinden door een uitbreiding van de bestaande lijst van verdachte transacties maar ook door een versoepelde interpretatie van de bestaande lijst van verdachte transacties. Zo is er de laatste maanden al heel wat te doen geweest over de vraag wanneer er nu al dan niet sprake is van een ernstige en georganiseerde fiscale fraude; voor de ene interpretator is het bestaan van een buitenlandse structuur in landen zoals Luxemburg of Zwitserland reeds voldoende om van dergelijke fraude te spreken, terwijl er voor anderen (overigens terecht) veel meer aan de hand dient te zijn.

De preventieve witwaswet houdt met andere woorden in essentie een systeem van transparantie in op vlak van verdachte transacties.

Een volgende mijlpaal in deze internationale ontwikkeling is de Europese Spaarrichtlijn van 2003.
De roeping van de Spaarrichtlijn is het tegengaan van belastingontduiking op spaarinkomsten door middel van kapitaalvlucht van de ene EU-Lidstaat naar de andere Lidstaat. In het verleden kon een Belg de coupons van zijn obligatie laten knippen in bv. Nederland. Hij inde daar de inkomsten zonder inhouding van enige roerende voorheffing (wat wel aan de orde zou zijn mocht de inning plaatsvinden in België). Door een gebrek aan transparantie over de landsgrenzen heen kon hij het zich ook permitteren deze inkomsten niet in zijn Belgische aangifte in de personenbelasting op te nemen zonder, althans op dat moment, veel risico te lopen dat de Belgische fiscus alsnog het bestaan van deze roerende inkomsten zou achterhalen.

De Spaarrichtlijn stelt paal en perk aan deze kapitaalvlucht en dit sinds juli 2005. Wanneer men als EU-inwoner in een andere Lidstaat rentebetalingen ontvangt dan is de uitkerende bankinstelling verplicht (onder andere) de identiteit en het bedrag van de verkregen rentebetaling door te geven dermate dat uiteindelijk de lokale controleur van de spaarder op de hoogte wordt gebracht van deze inkomsten. Wie in deze omstandigheden zijn in het buitenland geïnde roerende inkomsten niet heeft aangegeven, is uiteraard gezien!
De lokale controleur krijgt met andere woorden een duidelijk zicht op het spaarvermogen in het buitenland (in de mate dit rentebetalingen opbrengt).

Alle EU-landen en ook bepaalde met de EU gelieerde landen (zoals Zwitserland) werken mee aan deze automatische gegevensuitwisseling. Oostenrijk en Luxemburg werken voorlopig nog niet mee aan deze gegevensuitwisseling. Als alternatief houden zij een woonstaatheffing in van – vanaf juli 2011 – 35 (!) %. Dit betekent dat van de bv. in Luxemburg verkregen rente de spaarder niet-inwoner nog slechts 65% ontvangt.

Op vandaag is dit systeem van automatische gegevensuitwisseling enkel van toepassing voor zover er een rente wordt bekomen (en niet bijvoorbeeld een dividend, meerwaarden of indien er sprake is van verzekeringsproducten) én voor zover deze rente is bekomen door natuurlijke personen (en niet bijvoorbeeld in zoverre deze is bekomen door een ‘tussen geplaatste’ vennootschapsstructuur).

Reeds enkele jaren bestaat er internationale politieke druk om het toepassingsgebied van deze Spaarrichtlijn te verruimen. Daarbij wordt onder andere precies gedacht aan het anticiperen op tussen geplaatste structuren en aan het verruimen van de informatie uitwisseling tot ook meer gesofisticeerde spaarproducten dan alleen maar rentebetalingen.

De Spaarrichtlijn, zeker wanneer ook de verwachte uitbreiding bewaarheid wordt, zal noch min noch meer gelijk staan met een internationaal transparantiesysteem op spaarvermogen.

In het kader van deze internationale evoluties kon België, om zijn internationale geloofwaardigheid te behouden, moeilijk anders dan werk te maken van een afschaffing van haar effecten aan toonder en dit via de Wet afschaffing van toonderstukken van 14 december 2005.

De Belgische wetgever voorzag, wat vennootschapseffecten betreft, in een gefaseerde afschaffing van de effecten aan toonder. Sinds 1 januari 2008 bestaat een verbod tot uitgifte van nieuwe effecten aan toonder; een NV kan bijvoorbeeld op vandaag niet meer opgericht worden met aandelen aan toonder. Uiterlijk op 31 december 2013 moeten alle vennootschapseffecten aan toonder zijn omgezet in vennootschapseffecten op naam of gedematerialiseerde effecten. Niet omgezette effecten kunnen vanaf 1 januari 2015 door de vennootschap zelfs worden verkocht op de vrije markt …

Successieplanning zal alvast niet meer mogelijk zijn via de zogenaamde aandelen “in de mist”. Vroeger verscheen de pater familias vaak slechts met een zeer beperkt aantal aandelen op de algemene vergadering hetgeen hem, zo dacht men toch, het voordeel gaf dat bij zijn overlijden niets erop wees dat hij ook eigenaar was van de aandelen waarmee hij niet was verschenen. En dus ook geen successierechten verschuldigd zouden zijn.

Dit tijdperk is voor goed voorbij. Geen nood evenwel. Ons Belgisch Burgerlijk Wetboek bulkt van de mogelijkheden om aan moderne successieplanning te doen en zo, ditmaal wetmatig, successierechten te vermijden.

De Wet afschaffing toonderstukken heeft met andere woorden een transparantiesysteem op vlak van vennootschapseffecten tot gevolg.

Daarnaast lopen ook de bankgeheimen in zowat alle landen op hun laatste benen, en dit zowel onder nationale als internationale druk. In het volgend artikel wordt hier uitvoerig bij stilgestaan. De afschaffing van het bankgeheim quasi overal ter wereld zal evenwel noch min noch meer leiden tot een transparantiesysteem van alle vermogen dat op bankrekeningen staat, wat ook de aard van de inkomsten erop is (spaarinkomsten, beroepsinkomsten, onroerende inkomsten, …).

Uit bovenstaande historiek en de zaken die we op korte termijn alleen al op deze punten kunnen verwachten, blijkt dat we ons binnen enkele jaren in een wereld zullen bevinden waar vermogen (weze het vennootschapseffecten, bankrekeningen, beleggingen, onroerende goederen, … en dat waar ook) volkomen doorzichtig is en waarbij het quasi onmogelijk is om nog niet transparant vermogen aan te houden, zowel in België maar ook in het buitenland. Wie zich toch nog aan deze laatste oefeningen zal wagen, loopt ernstige risico’s. (zie artikel 'Het spanningsveld tussen de oude en de nieuwe fiscale cultuur. Overdreven criminalisering en te strenge vervolging - een kentering?', alsook artikel 'Van eeuwig "onverjaarbare" fiscale fraudeurs over falende fraudebestrijding tot nuchtere afdoening "Una Via" of "Fiscale Regularisatie"').

Als goed huisvader is men verplicht te anticiperen aan deze nieuwe cultuur van transparantie.


Voor ‘besmet’ vermogen uit het verleden vormen systematieken zoals de fiscale regularisatie daarbij een uitgelezen kans om zich aan deze nieuwe cultuur te conformeren. (Zie ook artikel 
'Van eeuwig "onverjaarbare" fiscale fraudeurs over falende fraudebestrijding tot nuchtere afdoening "Una Via" of "Fiscale Regularisatie"').


Voor de toekomst zal de optie er uiteraard in bestaan geen ‘besmet’ vermogen meer te creëren. Fiscale optimalisatie zal er dan niet meer in bestaan vermogen bedekt te houden, maar wel om creatief om te gaan met de nieuwe wettelijke context en daarbinnen toch te optimaliseren op vlak van inkomstenbelastingen, BTW, successierechten en dergelijke meer. Een uitdaging, maar lang niet onoverkomelijk … (zie artikel
Vermogen en Fiscaliteit anno 2011: Quo vadis? )

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.