DE NIEUWE ARBITRAGEWET – NAAR EEN VERRUIMDE TOEPASSING VAN DE ARBITRAGE ?

DE NIEUWE ARBITRAGEWET – NAAR EEN VERRUIMDE TOEPASSING VAN DE ARBITRAGE ?

Met de Wet van 24 juni 2013 tot wijziging van het deel van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbitrage, beter bekend als de Arbitragewet, heeft België de UNCITRAL Modelwet inzake arbitrage aangenomen, zij het mits een aantal verfijningen. Ons land sluit zich aldus aan in het rijtje van een 60-tal andere landen en beoogt zich daarmee te profileren als een aantrekkelijk forum voor nationale en internationale arbitrage.

Al naar gelang de omstandigheden en de aard van het geschil, vertoont de arbitrage een aantal voordelen ten aanzien van de gerechtelijke geschillenbeslechting. Arbitrage is doorgaans sneller en biedt partijen de mogelijkheid om hun geschil voor te leggen aan één of meer specialisten in de betrokken branche, vertegenwoordigd in een onpartijdig en onafhankelijk scheidsgerecht. Een arbitrale beslissing kent normaliter geen beroepsmogelijkheid en zal vaak gemakkelijker ten uitvoer kunnen gelegd worden in het buitenland. Keerzijde van de medaille is de hogere kostprijs van de procedure en de complexere toegang tot de geschillenbeslechting. De voornaamste nieuwigheden worden van de nieuwe Arbitragewet worden hierna besproken.

De nieuwe Arbitragewet is van toepassing op alle arbitrages die worden ingediend vanaf 1 september 2013 en op alle gerechtelijke procedures met betrekking tot die arbitrages. Behoudens andersluidende overeenkomst, wordt de datum van ontvangst van een verzoek tot arbitrage als startpunt aangemerkt. De nieuwe Arbitragewet is in beginsel van toepassing op nationale en internationale arbitrage van zodra de plaats van arbitrage in België gelegen is. Partijen kunnen daarvan evenwel in onderlinge overeenstemming afwijken. Bovendien differentieert de nieuwe Arbitragewet niet meer tussen de tenuitvoerlegging en de erkenning van een Belgische en een buitenlandse arbitrale uitspraak. Slechts in een beperkt aantal gevallen kan de erkenning van een arbitragebeslissing geweigerd worden.

Elk geschil van vermogensrechtelijke aard en elk ander geschil dat in aanmerking komt voor een dading, is voortaan vatbaar voor arbitrage. Voorts kan de overeenkomst tot voorlegging van een geschil aan arbitrage nu ook mondeling tot stand te komen, met dien verstande dat de partij die zich er op beroept het bestaan van de wilsovereenstemming moet bewijzen.

De vereenvoudiging en dus versnelling van de procedure om via tussenkomst van de gewone rechter de aanstelling, vervanging, het ontslag of wraking van een arbiter te bekomen, is één van de grootste verdiensten van de nieuwe Arbitragewet. Wie deze beslissingen wil bekomen, kan zich richten tot de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg. Deze Voorzitter zetelt zoals in kort geding en er is enkel een rechtsmiddel mogelijk wanneer hij zou beslissen om géén arbiter aan te stellen. Tegen alle andere beslissingen tot aanstelling, vervanging of wraking van een arbiter, alsook tegen uitspraken omtrent de bewijsverkrijging, de onbekwaamheid of het stilzitten van de arbiter, is geen rechtsmiddel mogelijk.

Voor andere aangelegenheden inzake arbitrage, zoals de vernietiging of de uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak, is niet de Voorzitter maar wel de Rechtbank van Eerste Aanleg bevoegd. Ook hier werd de dubbele aanleg afgeschaft en blijft enkel cassatieberoep mogelijk. De enige (vijf) Voorzitters en Rechtbanken van Eerste Aanleg die bevoegd zijn onder de nieuwe Arbitragewet zijn deze van de rechtsgebieden waar een Hof van Beroep zetelt, wat op zijn beurt een specialisatie in de hand moet werken.

Voortaan kunnen arbiters niet alleen gewraakt worden bij twijfels omtrent hun onafhankelijkheid of onpartijdigheid, maar ook wanneer zij niet voldoen aan de kwalificaties die partijen overeenkwamen. De wrakingsprocedure wordt in principe tussen de partijen geregeld. Slechts bij ontstentenis van akkoord daaromtrent, kunnen zij zich tot de rechter wenden. Om puur dilatoire wrakingsprocedures te vermijden, werd bepaald dat de arbiters, met inbegrip van de gewraakte arbiter, hun werkzaamheden kunnen voortzetten zolang geen uitspraak is gedaan over de wraking.

Tenzij partijen hiervoor uitsluitend de kortgedingrechter bevoegd gemaakt hebben, kan het scheidsgerecht ook voorlopige of bewarende maatregelen decreteren.

Tenslotte expliciteert de nieuwe Arbitragewet de verplichte gelijkheid tussen partijen en de loyaliteit van de debatvoering, en kunnen arbiters voortaan zelf onderzoeksmaatregelen nemen en oordelen over schriftonderzoek en valsheid in geschrifte, behoudens m.b.t. authentieke akten.

Besluitend kan men stellen dat België met de nieuwe Arbitragewet erin geslaagd lijkt haar bevoorrechte positie als centraal gelegen arbitrageforum te verstevigen. Enkele van de vroegere obstakels werden herwerkt en in het algemeen zal de procedure sneller en eenduidiger verlopen. Een en ander kan de balans bij de oefening om een geschil voor te leggen aan een scheidsgerecht dan wel aan de gewone rechter, wat vaker doen overhellen in de richting van de arbitrage. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.