Is de inkoop van eigen aandelen een fiscaal verboden vrucht? never say never again!

Is de inkoop van eigen aandelen een fiscaal verboden vrucht? never say never again!

Een verkrijging van eigen aandelen doet zich voor wanneer een vennootschap haar eigen aandelen overneemt van een aandeelhouder. Wanneer de vennootschap voor deze inkoop van eigen aandelen betaalt aan een aandeelhouder, dan wendt zij daartoe vennootschapsmiddelen aan. Om deze reden wordt een inkoop van eigen aandelen wel eens een oneigenlijke winstuitkering genoemd.

Vennootschapsrechtelijk is een dergelijke verrichting onder meer interessant omdat ze toelaat een overname van aandelen tussen aandeelhouders door de vennootschap zelf te financieren. Als er bijvoorbeeld twee aandeelhouders van de vennootschap zijn en de vennootschap koopt alle aandelen in het bezit van één van de twee aandeelhouders, dan wordt de andere aandeelhouder de facto enige aandeelhouder van de vennootschap. De overnameprijs wordt dus gedragen door de vennootschap en de overblijvende aandeelhouder moet dus niets betalen.

Ook op fiscaal vlak heeft een dergelijke inkoop zijn specifieke kenmerken. Dergelijke inkoopverrichting wordt fiscaal gezien belast als een 'uitgekeerd dividend'. De belastingheffing wordt wel uitgesteld tot op het ogenblik dat de aandelen worden vernietigd of een andere in de wet opgesomde waardevermindering ondergaan (art. 186 WIB 1992). In voorkomend geval wordt de belastingheffing in hoofde van de natuurlijk persoon-aandeelhouder beperkt tot 10%.

Zodoende onderscheidt een verkrijging van eigen aandelen zich op twee vlakken van een gewone dividenduitkering. Vooreerst kan de belastingheffing bij een inkoop van eigen aandelen voor onbepaalde tijd worden uitgesteld terwijl een dividenduitkering sowieso meteen belastbaar is. Voorts is een dividenduitkering belastbaar aan 15% of 25% terwijl een inkoop eigen aandelen aan 10% belastbaar is.

De fiscus was in een aantal gevallen de mening toegedaan dat om fiscale redenen werd geopteerd voor een verkrijging van eigen aandelen in plaats van een dividenduitkering. De fiscus wenste in dergelijke gevallen dan ook de verkrijging van eigen aandelen (10% roerende voorheffing) te herkwalificeren in een gewoon dividend (15% of 25% roerende voorheffing) op basis van de zgn. antimisbruikbepaling (art. 344 §1 WIB 1992).

Om zo'n herkwalificatie te kunnen doorvoeren, dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan, waarvan er twee nadere aandacht verdienen:

  • de akte moet herkwalificeerbaar zijn: het Hof van Cassatie heeft beslist dat een kwalificatie slechts kan vervangen worden door een andere indien de rechtsgevolgen van deze nieuwe kwalificatie gelijksoortig zijn aan deze van de initiële kwalificatie;
  • er moet een fiscaal ontwijkingsmotief zijn in hoofde van de betrokken belastingplichtige: dit is het geval indien de belastingplichtige de kwalificatie 'verkrijging van eigen aandelen' verkiest boven de kwalificatie 'dividenduitkering' omwille van hoofdzakelijk fiscale redenen en dus niet omwille van hoofdzakelijk zakelijke redenen.

Om de eerste voorwaarde te kunnen beoordelen is het zaak om alle rechtsgevolgen van de verkrijging van eigen aandelen en de dividenduitkering op te lijsten. Vervolgens kan nagegaan worden of deze gevolgen soortgelijk zijn. Uiteraard is het niet mogelijk om hier binnen het bestek van deze nieuwsbrief in extenso op in te gaan.

In het algemeen lijken de rechtsgevolgen fundamenteel verschillend te zijn bij bijvoorbeeld een disproportionele inkoop van eigen aandelen waarbij één aandeelhouder volledig uittreedt, waardoor een herkwalificatie van deze uitkering in een dividend in principe ons inziens niet mogelijk zal zijn.

Daarnaast komt het voor dat bij de inkoop van eigen aandelen zonder vernietiging de vennootschap niet verarmd wordt, dit in tegenstelling tot bij een dividenduitkering. De aandelen kunnen namelijk nog te gelde gemaakt worden door de vennootschap. Bijgevolg lijkt de herkwalificatie niet mogelijk bij gebreke aan soortgelijke rechtsgevolgen, weliswaar los van de specifieke omstandigheden.

Een aantal meer specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld de éénpersoonsvennootschap die aandelen koopt van haar enige vennoot, worden traditioneel als risicovoller aanzien. Het komt ons wel voor dat alle feiten moeten worden in acht genomen. Als bijvoorbeeld twee partners zijn gehuwd onder het wettelijk huwelijksvermogensstelsel en de aandelen van de ene partner tot eigen vermogen gebleven, dan zal een dividend tot het gemeenschappelijk vermogen behoren terwijl de uitkering verbonden aan de inkoop van eigen aandelen in principe het karakter van eigen vermogen zou hebben. De keuze tussen een dividend en een inkoop kan dan in bepaalde omstandigheden substantieel andere niet-fiscale gevolgen hebben waardoor een herkwalificatie niet voor de hand ligt.

Dit houdt trouwens nauw verband met de economische motivering van de inkoop. Sowieso kan een herkwalificatie slechts als de gestelde verrichting in hoofdzaak gesteund is op fiscale motieven. Als de keuze voor de inkoop van eigen aandelen teruggaat op hoofdzakelijk economische motieven, dan is de herkwalificatie onmogelijk. De economische onderbouw van de verrichting is dan ook van belang. Best wordt deze economische motivering reeds in tempore non suspecto uiteengezet in de notulen van de algemene vergadering en de raad van bestuur.

De conclusie van het bovenstaande is dat een verkrijging van eigen aandelen in bepaalde gevallen een aantrekkelijke methode blijft om het gewenste resultaat te bereiken maar dat elk dossier afzonderlijk moet bekeken worden.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.