DE GESPLITSTE DOORVERKOOP VAN ERFPACHT & TRÉFONDS IN DE REGISTRATIERECHTEN: MUCH … ABOUT NOTHING ?

DE GESPLITSTE DOORVERKOOP VAN ERFPACHT & TRÉFONDS IN DE REGISTRATIERECHTEN: MUCH … ABOUT NOTHING ?

De gesplitste verwerving van erfpacht & tréfonds door min of meer verbonden partijen en de vernieuwde antimisbruikbepaling maakte reeds het voorwerp uit van een eerdere editie van IMPOSTO Nieuwsbrief. Toen werd de gesplitste verwerving van de erfpacht enerzijds en de tréfonds (het met erfpacht bezwaarde goed) door twee (min of meer gelieerde partijen) vanwege één en dezelfde overdrager tegen het licht gehouden van de vernieuwde antimisbruikbepaling; het verwerven van de erfpacht kan immers tegen het tarief in de registratierechten ad 2%, daar waar het tarief in de registratierechten voor de overdracht van volle eigendom, blote eigendom of tréfonds 10% bedraagt.

Actueel zijn er evenwel heel wat gesplitste eigendomssituaties waarbij bijvoorbeeld een natuurlijke persoon over de tréfonds beschikt en een aan deze natuurlijke persoon gelieerde vennootschap de erfpacht op het betrokken onroerend goed bezit. Wat nu als het betrokken vastgoed wordt overgedragen aan persoon X (voor wat betreft de tréfonds) en vennootschap X, gelieerd met persoon X, voor wat betreft de erfpacht.

De eerste vraag die zich stelt is de vraag naar de toepasselijke registratierechten.

In de meest gezaghebbende rechtsleer terzake (F. Werderfroy, Handboek Registratierechten 2010-2011, Kluwer, Mechelen, 2011, p. 1193, randnr. 8671d) weten we bevestigd dat bij een gelijktijdige afstand aan dezelfde persoon van het recht van erfpacht en van het met erfpacht bezwaarde onroerend goed:

  • er een heffing is van het evenredig verkooprecht (10%) op de overeengekomen waarde van de grond en de gebouwen, met minimum hun verkoopwaarde op de dag van de overeenkomst en rekening houdend met het feit dat ze bezwaard zijn met het recht van erfpacht;
  • en een heffing van 2 % op de prijs voor de overdracht van het recht van erfpacht en op het bedrag van de vergoedingen en de lasten voor de nog te lopen periode.

Indien bij een gelijktijdige afstand aan dezelfde persoon van het recht van erfpacht en van het met erfpacht bezwaarde onroerend goed het verkooprecht van 10% op de overdracht van de tréfonds en het tarief van 2% op de overdracht van het recht van erfpacht toepasselijk is, dan is dit a fortiori het geval bij een gelijktijdige afstand van tréfonds en erfpachtrechten aan onderscheiden personen.

Vervolgens stelt zich de vraag of er sprake zou kunnen zijn van enig fiscaal misbruik. Uiteraard moet dit fiscaal misbruik worden beoordeeld in hoofde van de partijen die thans de erfpacht en de tréfonds verwerven; het zijn immers zij die de belastingschuldige zijn van de registratierechten bij de hier aan de orde zijnde transacties.

Het huidige artikel 18 §2 Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten luidt als volgt:
“Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in artikel 185 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik. Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt : een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. Het komt aan de belastingschuldige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van registratierechten.(…)”

Het misbruik zou er voor de huidige verwervers dan in kunnen bestaan dat de belastingschuldigen de erfpacht / tréfonds gesplitst verwerven, zonder dat daarvoor een relevant niet fiscaal motief bestaat …

Evenwel, zowel bij de gelijktijdige afstand van het recht van erfpacht en van het met erfpacht bezwaarde onroerend goed aan dezelfde persoon als bij de gelijktijdige afstand van het recht van erfpacht en van het met erfpacht bezwaarde onroerend goed aan onderscheiden personen zijn evenveel registratierechten verschuldigd (zie hoger) zodat de doelstelling van de betrokken fiscale bepaling door deze opsplitsing niet kan worden gefrustreerd. De vernieuwde antimisbruikbepaling kan dus niet spelen.

De overdragers zijn op vandaag geen belastingschuldige van registratierechten zodat de huidige bepaling inzake antimisbruikbepaling niet kan spelen. Wel dienen zij hun eventuele engagementen (zoals bijvoorbeeld aangegaan in een ruling) in het kader van de gesplitste verwerving verder na te komen.

Eens te meer blijkt de toepassing van de vernieuwde antimisbruikbepaling voor de fiscus geen evidente oefening, ook niet inzake registratierechten. In deze is vooral belangrijk dat er enkel fiscaal misbruik kan zijn in hoofde van de belastingplichtige die de registratierechten beperkt ziet … 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.