De controle over uw vennootschap wijzigt : aftrek vorige verliezen kan niet zomaar geweigerd worden !

De controle over uw vennootschap wijzigt : aftrek vorige verliezen kan niet zomaar geweigerd worden !

De fiscale wet voorziet dat van de fiscale winst die in een bepaald boekjaar werd gerealiseerd de fiscale verliezen worden afgetrokken die in het (de) daaraan voorafgaand(e) ja(a)r(en) werden geleden
(artikel 206 § 1 WIB 92). Dit betreft een algemene regel in fiscalibus.

Bij voorbeeld:
- belastbare fiscale winsten in het jaar 2004:                        100
- fiscale verliezen in het jaar 2003 (en/of eerder):                   20
- belastbare winst voor het jaar 2004 (aanslagjaar 2005):      80

Bij wijze van uitzondering op deze algemene regel heeft de fiscale wetgever evenwel voorzien dat vorige fiscale verliezen niet aftrekbaar zijn van de fiscale winsten van een bepaald belastbaar tijdperk in geval van verwerving of van wijziging tijdens het belastbaar tijdperk van de controle van een vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften (artikel 207, derde lid WIB 92).

Indien uw vennootschap aldus een controlewijziging heeft ondergaan in een bepaald belastbaar tijdperk, dan valt het niet uit te sluiten dat voor dat belastbaar tijdperk de daaraan voorafgaande verliezen niet verrekenbaar zouden zijn.

Bij voorbeeld: een controlewijziging in 2004 die niet beantwoordt aan rechtmatige economische of financiële behoeften:

- belastbare fiscale winsten in het jaar 2004:                         100
- fiscale verliezen in het jaar 2003 (en/of eerder):                    20
- belastbare winst voor het jaar 2004 (aanslagjaar 2005):     100

Het betreft – zo blijkt uit de bewoordingen van de wettekst (“in afwijking van”) en zo wordt ook in de literatuur aangenomen – een strikt te interpreteren uitzonderingsbepaling, die de wetgever bij een KB van
20 december 1996 heeft ingevoerd met de bedoeling om de destijds bloeiende handel in verliesvennoot-
schappen tegen te gaan.

Het komt de administratie toe om - wil zij voor een bepaald belastbaar tijdperk (bij voorbeeld voor het jaar 2004) de verrekening van vorige verliezen (bij voorbeeld van het jaar 2003 en eerder) weigeren in toepassing van die uitzonderingsbepaling van artikel 207, derde lid WIB 92 - te bewijzen dat de daartoe voorgeschreven voorwaarden/kenmerken zijn voldaan, te weten (1) dat er tijdens dat belastbaar tijdperk (bij voorbeeld het jaar 2004) een controlewijziging heeft plaatsgevonden en (2) dat die controlewijziging niet zou beantwoorden aan rechtmatige economische of financiële behoeften.

Het biedt bijzonder nut om in wat volgt de voornoemde voorwaarden eens nader te belichten.

(1) inzake de controlewijziging

Het begrip “controle” wordt in de fiscale wet niet geduid.

Wel kan uit artikel 5 van het Wetboek van Vennootschappen alsook uit de vakliteratuur daaromtrent afgeleid worden dat er sprake is van een controlewijziging onder meer zodra de feitelijke beslissingsbevoegdheid op (de oriëntatie van) het beleid van de vennootschap is gewijzigd, of anders gesteld zodra de vennootschap geen beslissingen meer kan nemen of in stand houden tegen de wil in van de controlerende persoon/vennootschap. In het Verslag aan de Koning bij de invoering van artikel 207, derde lid WIB 92 wordt als voorbeeld van een controlewijziging aangegeven het geval waarbij “een belangrijk aantal zaakvoerders wordt gewijzigd/vervangen”. In recente rechtspraak daaromtrent (onder meer van de rechtbank van eerste aanleg van Gent bij vonnis van 14 juni 2010) wordt voorts als voorbeeld van een controlewijziging weerhouden het geval waarbij een vennootschap een statutenwijziging ondergaat, waarbij meer in het bijzonder de vorige zaakvoerder werd ontslagen en een nieuwe zaakvoerder werd benoemd, de naam gewijzigd werd, de zetel verplaatst werd en het doel gewijzigd werd van restaurant naar boekhoudkantoor.

Ook wanneer de meerderheid van het aandeelhouderschap wijzigt is er sprake van een controlewijziging.

(2) inzake rechtmatige economische of financiële behoeften

a. begrip “rechtmatige economische of financiële behoeften”

Ook de notie “rechtmatige economische of financiële behoeften” wordt niet verder geduid in de fiscale wet. Het betreft een feitenkwestie die door de rechtbanken geval per geval dient te worden beoordeeld.

Uit recente rechtspraak kan alvast worden afgeleid dat deze notie soepel/ruim geïnterpreteerd dient te worden. Zo wordt bij voorbeeld een herstructurering/controlewijziging met oog op het in stand houden/reanimeren van de vennootschap als een rechtmatige economische of financiële behoefte gezien; het doel/de activiteit van de vennootschap mag hierbij wijzigen; dat de tewerkstelling hierbij in zekere mate zou verminderen vormt evenmin een probleem.

Zoals gesteld draagt de fiscus de bewijslast dat in een welbepaald geval geen rechtmatige economische of financiële behoeften zouden voorliggen bij de controlewijziging. In gezaghebbende vakliteratuur lijkt men aan te nemen dat dit de facto neerkomt op een door de administratie te leveren bewijs dat een fiscaal hoofdmotief aan de controlewijziging ten grondslag zou liggen.

b. rechtmatige economische of financiële behoeften in wiens hoofde?

Daarnaast weze het aangestipt dat, bij de beoordeling van de vraag of de controlewijziging aan rechtmatige economische of financiële behoeften zou voldoen, steeds zowel rekening moet worden gehouden met de behoeften in hoofde van de gecontroleerde vennootschap alsook met de behoeften/motieven in hoofde van de persoon/ de vennootschap die de controle verwerft. Onder meer het Hof van Beroep van Gent deed reeds in die zin uitspraak in een arrest van 9 september 2007. Wanneer de administratie en/of een rechtbank van oordeel is dat geen rechtmatige economische of financiële behoeften voorliggen, zonder hierbij rekening te houden met de doelstellingen die de overnemer voor ogen had, lijkt het erop dat dit oordeel desgevallend voor zeer ernstige kritiek vatbaar zou zijn.

De administratie kan in toepassing van de strikt te interpreteren uitzonderingsbepaling van artikel 207,
derde lid WIB 92 de verrekening van vorige fiscale verliezen weigeren voor een bepaald belastbaar tijdperk. Het komt daarbij de administratie toe het niet evidente bewijs te leveren (1) dat in dat belastbaar tijdperk een controlewijziging heeft plaatsgevonden en (2) dat deze controlewijziging niet aan rechtmatige economische of financiële behoeften zou beantwoorden. Beide voorwaarden dienen vervuld en door de administratie bewezen te zijn. Vastgesteld kan alvast worden dat de rechtspraak zich de laatste jaren soepeler lijkt op te stellen inzake het begrip rechtmatige economische of financiële behoeften en bovendien stellen de hoven en rechtbanken voorop dat ook de behoeften van de overnemer een rol spelen bij de beoordeling hiervan.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.