CONTROLE DOOR DE FISCUS EN HET BEROEPSGEHEIM - EEN MOEILIJK HUWELIJK...

CONTROLE DOOR DE FISCUS EN HET BEROEPSGEHEIM - EEN MOEILIJK HUWELIJK...

In het kader van een fiscaal onderzoek kan de fiscus een belastingplichtige ondermeer verzoeken zijn boekhouding voor te leggen of te antwoorden op vragen om inlichtingen. De fiscus kan tevens inlichtingen inwinnen bij derden.

Tijdens haar onderzoek en controle kan de fiscus geconfronteerd worden met iemand die zijn beroepsgeheim inroept. Het beroepsgeheim kan ondermeer worden ingeroepen door die personen die op grond van art. 458 van het strafwetboek gehouden zijn tot geheimhoudingsplicht. Het betreft met name de zogenaamde ‘heelkundigen’, apothekers, ‘officieren van de gezondheid’ en vroedvrouwen maar ook “alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd”. Onder die laatst genoemde categorie vallen onder meer de advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Daarnaast bevatten een aantal specifieke wetsbepalingen een geheimhoudingsplicht en dito recht voor een reeks welbepaalde beroepen. Dit is het geval voor bedrijfsrevisoren, accountants en belastingconsulenten, boekhouders en boekhouders-fiscalisten, bedrijfsjuristen, e.d.m. Personen die enkel gehouden zijn tot een discretieplicht, zijnde het vertrouwelijk houden van gegevens die worden verteld omdat ze nodig zijn voor de uitoefening van hun beroep, kunnen zich niet beroepen op het beroepsgeheim. 

In geval één van de voornoemde personen zijn beroepsgeheim doet gelden tijdens een onderzoek op het vlak van de inkomstenbelastingen, dient de bijzondere procedureregeling voorzien in artikel 334 WIB 92 te worden toegepast. De fiscus moet dan om tussenkomst verzoeken van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid “opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim”. 

Dat het fiscaal onderzoek en het beroepsgeheim moeilijk samen gaan, blijkt bij voorbeeld uit een zaak die werd behandeld door de rechtbank van Brussel. De onderliggende feiten hebben betrekking op een advocaat die zich beroept op zijn beroepsgeheim naar aanleiding van een controle van zijn boekhouding waaronder de ereloonnota’s waarop de namen van zijn cliënten vermeld zijn. De resultaten van dit onderzoek werden door de administratie gebruikt om de onderszoekstermijn uit te breiden. De administratie nam het standpunt in dat het beroepsgeheim niet werd geschonden nu zijzelf gehouden is door het beroepsgeheim. Volgens de administratie had de advocaat maar zijn ereloonnota’s op die manier moeten opstellen dat de namen van zijn cliënten er niet op verschijnen. Zij stelde tenslotte dat zij moet kunnen controleren hoeveel een cliënt heeft betaald aan zijn advocaat. Volgens de rechtbank van Brussel evenwel is de vraag niet of de administratie de betalingen en verrichtingen van de advocaat moet kunnen controleren in het kader van een fiscaal onderzoek, maar wel of zij artikel 334 WIB 92 heeft gerespecteerd dat tot doel heeft het beroepsgeheim van de belastingplichtige te vrijwaren. Uit de duidelijke wettekst volgt volgens de rechtbank dat van zodra de belastingplichtige zich beroept op zijn beroepsgeheim, de administratie de tussenkomst van de tuchtoverheid moet inroepen. Op welke wijze het beroepsgeheim wordt ingeroepen heeft geen belang; er zijn dienaangaande geen vormvoorwaarden. Het feit dat de administratie de tuchtoverheid (de Stafhouder) niet om tussenkomst heeft verzocht nadat de advocaat zijn beroepsgeheim had doen gelden, maakt volgens de rechtbank de onderzoeksdaad onwettig en de resultaten ervan mogen niet worden gebruikt (Rb. Brussel 21 maart 2011). De fiscus (en de rechter) is (zijn) gebonden door het advies van de tuchtoverheid (zie bij voorbeeld Hof Brussel 1 juni 2011 mbt een tandarts en Hof Gent 15 juni 2010 en Rb. Leuven 2012 met betrekking tot een advocaat). Dit staat overigens ook zo ingeschreven in de administratieve commentaren (Com.IB nr. 334/8). 

Noteer dat het de bedoeling was om de regeling inzake het beroepsgeheim op het vlak van de inkomstenbelastingen binnenkort te wijzigen. Een voorontwerp van wet ‘houdende diverse fiscale bepalingen’ voorzag erin dat in art. 334 WIB 92 uitdrukkelijk zou worden opgenomen dat wanneer het onderzoek betrekking heeft op de fiscale toestand van de belastingplichtige zelf, het beroepsgeheim dan enkel kan worden ingeroepen wanneer de door dat beroepsgeheim beschermde rechten van derden in het gedrang zijn of in het gedrang zouden kunnen komen. Voorts was voorzien in de invoering van een termijn van één maand binnen dewelke de tuchtverheid zijn beslissing moet nemen. Het was tevens de bedoeling een beroepsprocedure in verband met de beslissing van de tuchtoverheid in het wetboek in te schrijven. Tenslotte zou een gelijkaardige regeling op het vlak van btw worden ingevoerd. Na het advies van de Raad van State evenwel van 28 november 2013 waarin meerdere opmerkingen werden gemaakt aangaande de voorgestelde wijzigingen, is er in het recente wetsontwerp van 6 december niets meer terug te vinden in verband met artikel 334 WIB 92. 

In het kader van een fiscaal onderzoek op het vlak van de inkomstenbelastingen kan de fiscus een belastingplichtige ondermeer verzoeken zijn boekhouding voor te leggen of te antwoorden op vragen om inlichtingen. De fiscus kan tevens inlichtingen inwinnen bij derden. Wanneer bij zo’n onderzoek bij voorbeeld een apotheker, een advocaat, een bedrijfsrevisor of een boekhouder, zijn beroepsgeheim doet gelden – op eender welke wijze - moet de fiscus om tussenkomst verzoeken van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid. Deze overheid moet dan oordelen of en in welke mate de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim. De fiscus is gebonden door het advies van de tuchtoverheid. Wanneer deze specifieke procedure niet wordt gerespecteerd, zijn de onderzoeksdaden onwettig en mogen de resultaten ervan niet worden gebruikt. Een voorziene wijziging van deze procedure lijkt recent na advies van de Raad van State te zijn afgesprongen.  

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.