Cassatie over interestkapitalisatie in fiscalibus: fabula acta est

Cassatie over interestkapitalisatie in fiscalibus: fabula acta est

Een BVBA tekent bezwaar aan tegen een aanvullende aanslag in de vennootschapsbelasting. Zij beslist om het betwiste gedeelte van de belasting onder alle voorbehoud te betalen in afwachting van de definitieve beslechting van het geschil. Er volgt een negatieve directoriale beslissing. De BVBA legt zich bij deze beslissing niet neer en zij brengt de zaak voor de rechtbank. Terecht zo blijkt want zij wordt uiteindelijk ook in het gelijk gesteld; de betwiste aanslag wordt ontheven. De fiscus wordt tevens veroordeeld tot de terugbetaling "van alle sommen die op grond van de aldus ontheven aanslag werden geïnd met inbegrip van de ingehouden voorheffingen, verhoogd met de moratoire rente zoals voorzien in artikel 418 WIB 92."

In het licht van het voorgaande rijst de vraag of de betrokken BVBA er niet goed had aan gedaan niet alleen de terugbetaling van de betaalde belastingen en de moratoriuminteresten te vorderen doch tevens een interestkapitalisatie. Interestkapitalisatie, 'interest op interest' of nog 'anatocisme' betreft de vraag of vervallen interesten kunnen kapitaliseren en op hun beurt interesten kunnen opbrengen. Deze regeling ligt vervat in artikel 1154 van het burgerlijk wetboek.

Het is dan zaak te weten of voornoemd artikel 1154 wel kan worden toegepast in fiscale zaken. Eerder hebben wij verduidelijkt dat dit op basis van een analyse van de wetgeving verdedigbaar lijkt (zie Fiscale betwisting? Vraag interestkapitalisatie!). Artikel 418 WIB 92 met betrekking tot de moratoriuminteresten bij de terugbetaling van belastingen regelt immers geen kapitalisatie van interest en wijkt dus niet af van de gemeenrechtelijke regeling voorzien in artikel 1154 B.W. Wanneer het fiscaal recht er niet uitdrukkelijk van afwijkt, is het gemeen recht van toepassing. Van deze analyse kan bevestiging worden gezien in de rechtspraak van de hoven van beroep van Gent en Antwerpen.

De hoven van beroep van Brussel en Bergen maken evenwel een andere analyse. Zo ook het hof van beroep van Antwerpen in een recent arrest van 21 september 2010. De redenering gaat als volgt: artikel 418 WIB 92 voorziet zelf niet in de mogelijkheid om interesten te kapitaliseren; de fiscale wet is van openbare orde en moet strikt worden geïnterpreteerd; bijgevolg is de regeling met betrekking tot de moratoire interest in burgerlijke zaken niet van toepassing op de in artikel 418 WIB 92 bedoelde terug te geven sommen.

Het Hof van Cassatie bevestigde in een arrest van 18 juni 2010 (www.cassonline.be) de laatstgenoemde stelling: "[Artikel 418 WIB 92] onderwerpt de terugbetalingen die ze beoogt aan een specifieke regeling voor de vaststelling van de moratoriuminteresten door met name de bedragen te bepalen waarop deze interesten dienen te worden berekend. Op die manier wijkt zij af van de regels inzake de moratoire interesten in het burgerlijk recht waaronder artikel 1154 B.W., en sluit zij de kapitalisatie van voornoemde interesten uit."

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het Hof van Cassatie artikel 418 WIB 92 met betrekking tot de berekening van moratoriuminteresten naar aanleiding van de terugbetaling van belastingen in zijn geheel aanziet als de "lex specialis" of de bijzondere wet. Deze regeling wijkt volgens Cassatie inzonderheid af van de "lex generalis" of de algemene regeling inzake de moratoire interesten in het burgerlijk recht doordat zij niet voorziet in een interestkapitalisatie. Aangezien de bijzondere (fiscale) wet bij voorrang dient te worden toegepast  op de algemene (burgerrechtelijke) wet indien zij ervan afwijkt, kan er volgens cassatie in de inkomstenbelastingen geen interestkapitalisatie worden toegepast. Cassatie oordeelde overigens eerder in gelijkaardige zin op het vlak van de BTW, met name, met betrekking tot de 0,8 % moratoriuminterest die in bepaalde gevallen verschuldigd is bij terugbetaling van BTW (art. 93 §3 W.BTW; Cass. 14 februari 2008, www.cassonline.be).

Als conclusie geldt dat hoewel artikel 418 WIB 92 inzake moratoire interesten bij de terugbetaling van inkomstenbelastingen niet uitdrukkelijk een interestkapitalisatie uitsluit, het Hof van Cassatie toch lijkt aan te nemen dat dit artikel interestkapitalisatie impliciet uitsluit inzonderheid door er als bijzondere wet niet uitdrukkelijk in te voorzien.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.