Cassatie nuanceert: boeking op rekening-courant maakt geen geldlening uit... behoudens schuldvernieuwing

Cassatie nuanceert: boeking op rekening-courant maakt geen geldlening uit... behoudens schuldvernieuwing

Interesten van "voorschotten" die ondermeer een bedrijfsleider aan zijn vennootschap toestaat, worden onder bepaalde omstandigheden geherkwalificeerd in dividenden (art. 18 al. 1, 4° WIB 92). Als voorschot wordt beschouwd "elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening". Het komt er telkens op aan te weten of er sprake is van een geldlening, want alleen dan kan de administratie de interesten herkwalificeren in dividenden. De belastingwet bevat geen definitie van een geldlening. Conform het gemeen recht impliceert een geldlening dat er geld wordt overgemaakt.

Het Hof van Cassatie oordeelde in een eerste arrest van 16 november 2006 dat het begrip geldlening in de zin van artikel 18 WIB 92 de vorm "kan" aannemen van een inschrijving op rekening-courant. Op 4 september 2009 bevestigde het Hof van Cassatie dat een geldlening de vorm kan aannemen van een inschrijving op rekening-courant maar Cassatie verduidelijkte ditmaal dat zo'n omschrijving niet "noodzakelijk" een geldlening impliceert. Op 20 mei 2010 velde Cassatie een derde arrest. Hierin bevestigde zij haar vorige rechtspraak. Ze oordeelde daarenboven uitdrukkelijk dat een aan de koper van een goed gegeven uitstel van betaling van de koopprijs in de regel geen lening is gegeven door de verkoper aan de koper. Uit dit cassatiearrest lijkt te kunnen worden afgeleid dat deze regel slechts dan niet geldt wanneer de administratie zou slagen in de zware bewijslast van simulatie (raadpleeg: http://www.taxforius.be/taxotheek.php?exp=8&id=48&p=2).

Een zaak die werd behandeld voor het hof van beroep te Antwerpen had betrekking op een overeenkomst waarbij C.S. de bestuurder van NV U. aandelen overdroeg aan deze vennootschap voor een prijs van ongeveer 500.000 €. In artikel 3 van de koopovereenkomst werd bepaald: "Het saldo van de koopprijs zal geheel geboekt worden via de rekening courant van C.S. in U. NV. Deze rekening courant zal interest opbrengen aan het fiscaal aanvaarde tarief". De schuldig gebleven koopsom werd in de balans geboekt als een "schuld op meer dan één jaar" (met name op de passiefrekening 179000). Op de koopsom werden interesten toegekend; zij werden geboekt op de kostenrekening 650520: "interest lening aandelen". Op de uitbetaalde interest hield de vennootschap 15 % roerende voorheffing in.

Het hof van beroep van Antwerpen (Antwerpen 25 november 2008, rolnr. 2007/2915) oordeelde dat er in die specifieke omstandigheden sprake is van een geldlening zodat er kon worden overgegaan tot herkwalificatie van interest in dividenden. De belastingplichtige kon zich bij dit arrest niet neerleggen en tekende er cassatie tegen aan.

Het Hof van Cassatie (Cass. 15 oktober 2010, www.cassonline.be) herhaalt dat bij ontstentenis van een bijzondere definitie in de belastingwet onder geldlening, overeenkomstig het gemeen recht, dient te worden begrepen het contract waarbij de uitlener geld overmaakt aan de lener. Het Hof herbevestigt evenzeer dat een geldlening kan worden vastgesteld door een boeking op de rekening-courant van ondermeer de bedrijfsleider, maar dat een dergelijke boeking niet noodzakelijk het bestaan van een lening in de zin van art. 18 WIB 92 impliceert.

Cassatie oordeelde evenwel voor het eerst dat de overhandiging van geld in het kader van een geldlening kan gebeuren door schuldvernieuwing. Het Hof verwijst hiervoor naar art. 1271, 1° van het Burgerlijk Wetboek dat stelt dat schuldvernieuwing tot stand komt "wanneer een schuldenaar tegenover zijn schuldeiser een nieuwe schuld aangaat welke gesteld wordt in de plaats van de oude die tenietgaat". Volgens het Hof heeft een overeenkomst om de koopprijs ter beschikking te stellen van de koper "bij wijze van lening" tegen interest tot gevolg dat de schuld van de koper tot betaling van de koopprijs teniet gaat door schuldvernieuwing. Volgens Cassatie kreeg de vennootschap door deze schuldvernieuwing als koper van verkochte aandelen, de beschikking over een bedrag gelijk aan de prijs van de aandelen.

Het Hof van Cassatie oordeelde voorts dat de clausule in de koopovereenkomst, die bepaalt dat de koopprijs van de aandelen geboekt zal worden via de rekening-courant (cf. supra), op zichzelf niet volstaat om het bestaan van een geldlening aan te tonen maar dat bijkomende elementen samen met die clausule het bewijs leveren van het feit dat een geldlening tot stand is gekomen:

  • het feit dat de partijen geen termijn hebben overeengekomen waarbinnen de koopprijs dient te worden betaald; hetgeen er volgens cassatie op wijst dat het saldo van de koopprijs op langdurige wijze ter beschikking zou worden gesteld aan de koper;
  • het feit dat de koper het saldo van de koopprijs in zijn balans had geboekt onder de passiefrekening 179000: "schuld op meer dan één jaar";
  • het feit dat de koper de aan de verkoper betaalde interesten had geboekt op kostenrekening 650520: "interest lening aandelen".

Volgens het Hof kan uit het voorgaande terecht worden besloten dat de werkelijke bedoeling van de partijen erin bestond, benevens de eigendomsoverdracht van de verkochte aandelen, tevens onmiddellijk de verkoopprijs ter beschikking te stellen van de vennootschap bij wijze van lening tegen interest.

Gezien het specifieke feitenmateriaal van de hier besproken zaak komt het ons niet geheel verwonderlijk voor dat Cassatie oordeelde dat het hof van beroep van Antwerpen terecht besloot tot een schuldvernieuwing inzonderheid een lening die in de plaats kwam van een koop. In het licht van deze rechtspraak lijkt het alvast zaak er zorg voor te dragen dat de betalingsmodaliteiten omtrent de koopprijs in de koopovereenkomst precies worden bepaald, dan wel op grond van de overeenkomst bepaalbaar zijn.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.