BTW-invordering – ontwijk de aanrekeningen van betalingen op de interesten !

BTW-invordering – ontwijk de aanrekeningen van betalingen op de interesten !

Wat staat een belastingplichtige te doen wanneer hij zijn btw-schuld met de bijkomende boeten en interesten wil betalen doch dit in feite wegens zijn financiële situatie als onmogelijk voorkomt? 

De btw-ontvanger is in zijn hoedanigheid van rekenplichtige bevoegd om betalingsfaciliteiten toe te staan hoewel er geen enkele wettelijke bepaling bestaat die het verlenen van betalingsfaciliteiten in fiscale zaken toestaat. Deze bevoegdheid wordt afgeleid uit het KB inzake de coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit. 

De belastingplichtige heeft verder de mogelijkheid om aan de fiscus kwijtschelding van btw-boeten te vragen. Deze mogelijkheid is, zo blijkt uit de praktijk, bij de belastingplichtige goed bekend hoewel het is geregeld in een Regentsbesluit van 18 maart 1831. Het verzoek moet worden gericht aan de minister van Financiën; de door hem verleende kwijtschelding of vermindering vormt de uitoefening van een gratieverleningsbevoegdheid inspecifieke omstandigheden. Welke deze specifieke omstandigheden dan concreet kunnen zijn is verder niet wettelijk bepaald. Het komt er op aan op basis van de concrete situatie het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de boeten op basis van stukken zo goed mogelijk te motiveren. Het feit dat de nagevorderde belasting onmiddellijk werd betaald, of een eventueel gevaar voor faillissement en werkloosheid zijn alvast enkele mogelijke motieven. Uit een antwoord van de minister van Financiën op een parlementaire vraag van 7 februari 2006 blijkt dat onder andere rekening wordt gehouden met de wijze waarop aan de fiscale verplichtingen wordt voldaan, de financiële toestand, verzachtende omstandigheden en redenen van humanitaire, sociale of andere aard. De minister is evident niet verplicht om op het verzoek in te gaan. De kwijtschelding of vermindering van de boeten kan ook worden gekoppeld aan voorwaarden, zoals de eis dat de belasting binnen een bepaalde termijn wordt betaald. De kwijtschelding of vermindering van de boete kan ook worden gevraagd wanneer de boete al is betaald. In de praktijk heeft de rechtspraak in het kader van een evenredigheidstoets aan de ernst van de feiten bijvoorbeeld rekening gehouden met volgende elementen; is er sprake van een bewuste en opzettelijke overtreding, of zijn er andere redenen die tot de overtreding hebben geleid?; gaat het om een zware of lichte overtreding?; heeft de overtreding al dan niet de juiste en tijdige heffing van de btw verhinderd?; heeft de belastingplichtige na de controle spontaan rekening gehouden met de opmerkingen van de administratie en zijn werkwijze onmiddellijk aangepast?; is de fraude begaan onder druk van concurrenten?; heeft de belastingplichtige enige fiscaal voordeel gehaald uit de overtreding?; brengt de boete het voortbestaan van de onderneming in het gedrang?; is er sprake van overmacht of onoverwinnelijke dwaling? Enz. 

Ook de mogelijkheid tot een verzoek tot kwijtschelding van interesten, geregeld in artikel 84 bis W.BTW is goed ingeburgerd. Dit verzoek moet worden gericht aan de gewestelijke directeur van de btw, registratie en domeinen en kan geheel of voor een deel onder de hem bepaalde voorwaarden worden toegestaan. De bevoegde gewestelijke directeur onderzoekt de verzoekschriften rekening houdend met de aan elk geval eigen omstandigheden en met de algemene richtlijnen opgesteld door de administratie. In principe kan de invordering van interesten slechts prijsgegeven worden indien de moeilijke financiële toestand van de belastingplichtige te wijten is aan een oorzaak die vreemd is aan zijn wil of indien zijn financiële toestand zo penibel is dat hij zelfs niet in staat is de nalatigheidsinteresten te betalen, mochten deze blijven lopen

Wat veel minder bekend lijkt te zijn is de mogelijkheid om aan de fiscale administratie een omkering te vragen van de aanrekening van de betalingen. De normale aanrekening van betalingen is eerst op de interesten, vervolgens op de verhogingen en tenslotte op de niet-betaalde btw. De minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan, in overleg met de schuldenaar, evenwel de toerekeningsvolgorde wijzigen (art. 19 KB nr. 24). H. VANDENBERGH merkte terecht op dat een dergelijke afwijking in de praktijk neerkomt op een kwijtschelding van de interesten, aangezien ze economisch hetzelfde resultaat heeft. Deze gunst kan volgens de rechtbank van Bergen worden toegestaan wanneer de normale inning van de boete en bijkomende interesten de belastingplichtige schade berokkent die als abnormaal, onrechtvaardig en buiten proportie wordt ervaren. 

Wanneer voor een btw-plichtige de betaling van zijn btw-schulden en/of de bijhorende boeten en/of interesten onmogelijk voorkomt lijkt het zaak de oorzaken hiervan in kaart te brengen en een dossier te stofferen. Er zijn immers diverse mogelijkheden, zeker wanneer de btw-plichtige ‘ongelukkig en te goeder trouw is’ om met de administratie dienaangaande afspraken te maken. Bekend is dat de ontvanger betalingsfaciliteiten kan toestaan, dat de minister van Financiën al dan niet onder bepaalde voorwaarden, btw-boeten kan kwijtschelden of verminderen en dat de gewestelijke directeur geheel of gedeeltelijk interesten kan kwijtschelden. Wat veel minder bekend lijkt te zijn is de mogelijkheid om aan de minister van Financiën te vragen de aanrekening van betalingen om te keren met name eerst op de hoofdsom in plaats van eerst op de interesten, vervolgens op de boeten en pas in laatste instantie op de hoofdsom. De facto is er dan sprake van een kwijtschelding van interesten.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.