Bericht van wijziging of kennisgeving ambtshalve aanslag - de fiscus heeft volgens Cassatie soms niet te kiezen !

Bericht van wijziging of kennisgeving ambtshalve aanslag - de fiscus heeft volgens Cassatie soms niet te kiezen !

Indien de taxatieambtenaar meent een naar vorm en termijn geldige aangifte te moeten wijzigen, moet hij vooraleer de aanslag te vestigen aan de belastingplichtige een zogenaamd bericht van wijziging sturen. In dit bericht van wijziging moet hij de belastingplichtige in kennis stellen van de inkomsten en andere gegevens die hij voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven en dient hij te motiveren waarom hij daartoe overgaat. De belastingplichtige heeft dan in principe een termijn van één maand om daaromtrent standpunt in te nemen door bij bijvoorbeeld de voorgenomen wijzigingen te betwisten of ermee akkoord te gaan. Deze procedure is geregeld in artikel 346 van het Wetboek inkomstenbelastingen.

In een aantal specifieke gevallen "kan" de fiscus de aanslag ambtshalve vestigen en dit op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt. Het betreft de gevallen waarin de belastingplichtige nalaat (tijdig) een belastingaangifte in te dienen; nalaat tijdig te verhelpen aan de vormgebreken waarmee de aangifte is aangetast; nalaat op verzoek van de administratie zijn boekhouding over te leggen of nalaat (tijdig) te antwoorden op een vraag om inlichtingen of een bericht van wijziging. Het betreft een limitatieve opsomming. De aanslag van ambtswege is bedoeld als een sanctie op het door een belastingplichtige niet (volledig) voldoen aan de op hem rustende verplichtingen in het kader van zijn medewerking aan de belastingheffing. Ook bij deze wijze van taxatie is er sprake van een voorafgaande kennisgeving aan de belastingplichtige door de fiscus. Daarin dient de fiscus te duiden waarom zij van deze procedure gebruik maakt en dient zij het bedrag van de inkomsten en andere gegevens waarop de aanslag zal steunen, alsmede de wijze waarop de inkomsten en gegevens zijn vastgesteld, te motiveren. In principe is er ook hier voorzien in een antwoordtermijn van één maand voor de belastingplichtige. Deze procedure is geregeld in artikel 351 van het Wetboek Inkomstenbelastingen.

De toepassing van de procedure aanslag van ambtswege heeft een belangrijke impact op de bewijslastverdeling. Indien hij ambtshalve is aangeslagen behoort het immers toe aan de belastingplichtige het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten.

Uit het woordje "kan" in artikel 351 blijkt dat de vestiging van de aanslag van ambtswege - in beginsel - facultatief is zodat voor de administratie er sprake is van een recht en niet van een verplichting (zie bv Cass. 23 maart 1948). Wanneer de belastingplichtige bijvoorbeeld weigert te antwoorden op een vraag om inlichtingen, of dit niet tijdig doet, kan de administratie overgaan tot een ambtelijke aanslag doch zij kan er evenzeer voor kiezen de wijzigingsprocedure te volgen. Er is dan wel vereist dat aan de voorwaarden van wijzigingsprocedure zelf is voldaan.

Cassatie kreeg recent de kans om daaromtrent de puntjes op de i te zetten.

Het betrof een casus waarin een Française opgenomen in een bejaardentehuis in België meende niet onderworpen te zijn aan de personenbelasting in België omdat haar fiscale woonplaats zich in Frankrijk bevindt. Om die reden stuurde ze, binnen de aangiftetermijn, de haar toegestuurde aangifte niet-ingevuld, niet-ondertekend en niet-gedagtekend terug naar de afzender. Daarbij maakte zij in een aangetekend, begeleidend schrijven haar standpunt duidelijk. De administratie vestigde niettemin een aanslag, nadat zij de wijzigingsprocedure had gevolgd. Ondanks het hof van beroep van Bergen uitdrukkelijk vaststelde dat er sprake was van een niet-ingevulde, niet-ondertekende en niet-gedagtekende aangifte, oordeelde het dat de fiscus gebruik kon maken van de wijzigingsprocedure.

Volgens het hof van beroep van Bergen is de procedure tot ambtshalve aanslag immers slechts een mogelijkheid en geen verplichting voor de administratie (Bergen 20 september 2013).

Het Hof van Cassatie ziet het anders. Cassatie verwijst inzonderheid naar artikel 307 van het Wetboek inkomstenbelastingen waarin ondermeer wordt bepaald dat de aangifte in de inkomstenbelastingen moet worden ingevuld, gedagtekend en ondertekend. Indien een belastingplichtige een aangifte terugstuurt die hij niet heeft ingevuld, gedagtekend en ondertekend "moet" de administratie volgens het Hof van Cassatie de procedure van de ambtshalve taxatie toepassen wanneer zij in hoofde van deze belastingplichtige een aanslag wil vestigen. Het arrest van het hof van beroep van Bergen waarin anders werd beslist, wordt daarom vernietigd (Cass. 19 februari 2015).

Het arrest van het Hof van Cassatie verdient bijval. De administratie wordt immers geacht over te gaan tot taxatie wanneer zij meent dat daartoe de voorwaarden zijn voldaan. Er zijn slechts twee manieren om te taxeren. Wanneer de voorwaarden voor een ambtshalve taxatie zijn vervuld "kan" de fiscus volgens de letter van de wet ambtshalve taxeren. Zij kan met andere woorden nog steeds de wijzigingsprocedure verkiezen. Het is evenwel de evidentie zelve dat de wijzigingsprocedure slechts kan worden gevolgd indien de voorwaarden daartoe zijn vervuld. Zoniet wordt de regelgeving inzake de wijzigingsprocedure geschonden. Soms betekent in de praktijk "kunnen" aldus wel degelijk "moeten" voor de fiscus; met name in die gevallen waarin weliswaar de voorwaarden van een ambtshalve taxatie zijn vervuld doch niet de voorwaarden voor een wijzigingsprocedure. Dit is voornamelijk het geval, zoals in de besproken casus, wanneer er geen sprake is van een (naar vorm en termijn) geldige aangifte. Het hof van beroep van Brussel oordeelde eerder in dezelfde zin (Brussel 14 april 1987).

Volledigheidshalve kan nog worden opgemerkt dat volgens het Hof van Cassatie een geldige aangifte, in een zogenaamde verkeerde belasting (met name in de rechtspersonenbelasting in plaats van in de vennootschapsbelasting), wel degelijk kwalificeert als een geldige aangifte in de zin van artikel 346 van het Wetboek inkomstenbelastingen. In dat geval dient de wijzigingsprocedure te worden toegepast (Cass. 27 september 2012).

Er zijn voor de fiscus slechts twee manieren om te taxeren. In geval van een naar vorm en termijn geldige aangifte is in principe de wijzigingsprocedure van toepassing. In een wettelijk limitatieve reeks van gevallen waarin de belastingplichtige zijn medewerkingsplicht niet (afdoende) vervult bij de belastingheffing "kan" er ambtshalve worden getaxeerd op het bedrag van de belastbare inkomsten die de fiscus kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt. Wanneer er evenwel geen sprake is van een naar vorm en termijn geldige aangifte, is er voor de administratie slechts één optie: de ambtshalve taxatie. De voorwaarden voor de wijzigingsprocedure kunnen dan immers - bij gebreke aan geldige aangifte - nooit zijn vervuld. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.