Belastingvrijdom voor (europese) dividenden: de saga van de dbi-overschotten eindelijk voorbij!

Belastingvrijdom voor (europese) dividenden: de saga van de dbi-overschotten eindelijk voorbij!

De Europese moeder-dochterrichtlijn

De Europese moeder-dochterrichtlijn van 23 juli 1990 schrijft onder meer voor dat de Europese lidstaten zich moeten onthouden van belastingen op dividenden die een Belgische moedervennootschap ontvangt van een dochtervennootschap uit een andere lidstaat van de EU.

In België stelde zich hieromtrent in principe geen probleem. De zogenaamde aftrek voor 'definitief belaste inkomsten' (de 'DBI-aftrek') voorziet immers dat dividenden, mits vervulling van een aantal voorwaarden, voor 95% kunnen worden in aftrek gebracht van het belastbaar resultaat van de moedervennootschap. In de mate evenwel dat de vennootschap aanspraak kon maken op een hoger bedrag aan DBI-aftrek dan haar belastbaar resultaat, kon zij haar niet-benutte DBI-aftrek niet overdragen naar de toekomst toe. Dit had voor gevolg dat deze niet-benutte DBI-aftrek de facto werd belast. Meteen stelde zich de vraag of de Belgische regelgeving ook op dit punt richtlijnconform was.

In het langverwachte Cobelfret-arrest (12 februari 2009) stelde het Europees Hof van Justitie in deze vast dat de Belgische DBI-regeling strijdig was met de moeder-dochterrichtlijn in de mate ze niet voorzag in een overdraagbaarheid van de niet-benutte DBI-overschotten op EU-dividenden.

Het hof sprak zich echter niet uit over de DBI-overschotten van dividenden van vennootschappen die niet in de EU gevestigd zijn. Volgens het Europees Hof van Justitie moet de nationale rechter dan oordelen of het vrij verkeer van kapitaal al dan niet geschonden is.

Europese dividenden: belastingvrijdom eindelijk wettelijk bevestigd

Gezien de directe werking van deze richtlijn, kunnen EU-onderdanen zich rechtstreeks op de voordelen ervan beroepen. Het Cobelfret-arrest resulteerde dan ook in het afstemmen van de Belgische wetgeving op deze richtlijn. Het mechanisme van de DBI-aftrek bleef ongewijzigd - 95% van de ontvangen dividenden kunnen in aftrek worden gebracht van het belastbaar resultaat - maar de overdracht van niet-benutte DBI's op dividenden ontvangen uit een dochteronderneming die gevestigd is in een lidstaat van de EU werd in de wet ingeschreven. Merk op dat dit ook geldt voor dividenden die een Belgische moedervennootschap krijgt van een Belgische dochtervennootschap.

Ook belastingvrijdom voor niet-EU dividenden?

In een aantal circulaires verduidelijkt de administratie van financiën hoe ze met de moeder-dochterrichtlijn en het Cobelfret-arrest omgaat. Bijzondere aandacht hierbij verdient de DBI-regelgeving voor dividenden uit landen buiten de EU.

De administratie verduidelijkt dat de overdracht van DBI-overschotten ook geldt voor dividenden uit landen die geen lid zijn van de EU maar wel van de Europese Economische Ruimte (Ijsland en Noorwegen, met uitsluiting  van Liechtenstein). De Europese vrijheid van vestiging geldt immers ook voor de EER-landen.

De overdracht van DBI-overschotten voor dividenden uit derde niet-EER landen geldt eveneens indien België een dubbelbelastingverdrag met het betrokken derde land gesloten heeft waarin een clausule inzake gelijke behandeling van dividenden voorzien is (voor een oplijsting van deze landen kan verwezen worden naar de circulaire van 12 oktober 2009 - o.m. Australië, Canada, China, India, Japan, Verenigde Staten, Zwitserland, niet Hong-Kong echter, ...). Hetzelfde geldt voor de derde landen voor zover het EU-principe van vrij verkeer van kapitaal van toepassing is.

Een gelijkebehandelingsclausule houdt in dat beide verdragsstaten overeenkomen dat ze dividenden van de andere verdragsstaat op dezelfde wijze zullen behandelen als de dividenden van hun binnenlandse vennootschappen. De toepassing van dit beginsel kan echter niet geclaimd worden via de fiscale aangifte. Hiervoor moet een bezwaar of een verzoek tot ambtshalve ontheffing worden ingediend of moet de procedure van onderling overleg voorzien in het dubbelbelastingverdrag worden gevolgd.

Het Europese beginsel van vrij verkeer van kapitaal zal - althans volgens de administratie - slechts kunnen worden ingeroepen indien het beginsel van vrijheid van vestiging niet toepasselijk is. Zij stelt immers dat in het geval de deelneming aan de houder ervan een zodanige invloed op de besluiten van de betrokken vennootschap verleent dat hij de activiteiten van de betrokken vennootschap kan bepalen, het de verdragsbepalingen betreffende de vrijheid van vestiging zijn die gelden en niet de bepalingen betreffende het vrij verkeer van kapitaal.

Meer DBI-overschotten dan gedacht: DBI-overschotten uit het verleden

Niet onbelangrijk in het verhaal is dat ook DBI-overschotten uit het verleden alsnog kunnen worden geclaimd, althans in de mate dat deze DBI-overschotten in het verleden niet in aftrek konden worden gebracht bij gebrek aan belastbaar resultaat. Zij kunnen eenvoudigweg geclaimd worden door ze op te nemen in de fiscale aangifte met een verduidelijkende bijlage. In de mate dat deze DBI-overschotten wel reeds zouden kunnen in mindering gebracht zijn van het belastbaar resultaat, kan deze aftrek alsnog worden geclaimd, maar dan enkel door middel van administratief bezwaar of een verzoek tot ambtshalve ontheffing. Hiervoor gelden specifieke termijnen, namelijk tot zes maanden na ontvangst van het aanslagbiljet ingeval van bezwaar respectievelijk tot 5 jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting werd gevestigd ingeval van verzoek tot ambtshalve ontheffing.

Belastingvrijdom werkt ook door naar besmette verworpen uitgaven

Tot slot is er nog de problematiek van de zogenaamde DBI-overschotten die ontstaan zijn doordat de DBI-aftrek beperkt werd tot het belastbaar resultaat zonder de 'besmette verworpen uitgaven', met name het niet-aftrekbare gedeelte van geldboetes, restaurantkosten, receptiekosten,... Ook dit was immers strijdig met de belastingvrijdom die de moeder-dochterrichtlijn voor Europese dividenden voorzag. Vanaf aanslagjaar 2005 bepaalde de Belgische wetgever daarom dat de DBI-aftrek van EU-dividenden (ook België) tevens kon worden in aftrek gebracht van de 'besmette verworpen uitgaven'. De circulaire verduidelijkt dat deze beperking van de DBI-aftrek evenmin geldt voor dividenden afkomstig zijn uit de EER of derde landen waar de gelijkebehandelingsclausule of het beginsel van vrijheid van kapitaal op van toepassing zijn.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.