Behoud uw verliezen bij herstructurering: liquidatie als alternatief voor fusie?

Behoud uw verliezen bij herstructurering: liquidatie als alternatief voor fusie?

Indien in éénzelfde vennootschapsgroep de ene vennootschap jaar na jaar de (fiscale) verliezen opstapelt en tegelijk een andere vennootschap jaar na jaar goede resultaten neerzet, dan kan de belastingdruk op groepsniveau aardig oplopen. Er bestaat in België immers, in tegenstelling tot andere landen, geen systeem van fiscale consolidatie. Fiscale consolidatie impliceert met name dat de verliezen van de ene groepsvennootschap fiscaal worden aangewend ter compensatie van de winsten van de andere groepsvennootschappen. Er wordt dan slechts vennootschapsbelasting geheven op het geglobaliseerd resultaat van de vennootschapsgroep. Door de afwezigheid van dit systeem in België is het tarief van de vennootschapsbelasting op groepsniveau de facto vaak aanzienlijk hoger dan 33,99%.

Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van een eenvoudig voorbeeld. Stel dat een vennootschapsgroep bestaat uit vennootschap A en vennootschap B. Vennootschap A realiseert een fiscale winst van 200, vennootschap B realiseert een fiscaal verlies van 100. Vennootschap A zal in principe vennootschapsbelasting verschuldigd zijn op een resultaat van 200, ondanks het feit dat er op groepsniveau slechts een fiscale winst van 100 wordt gerealiseerd (200 winst A – 100 verlies B). Bijgevolg kan de vennootschapsbelasting op groepsniveau in casu oplopen tot 67,98% (33,99% van 200 resulteert in een belasting van 67,98 terwijl er op groepsniveau slechts een fiscale winst van 100 werd gerealiseerd).

Een mogelijke oplossing ligt in het belastingvrij fusioneren van beide vennootschappen. Op deze manier wordt de winstgevende activiteit van vennootschap A samengevoegd met de verlieslatende activiteit van vennootschap B. Het resultaat van de verschillende activiteiten wordt voortaan ‘geconsolideerd’ in één vennootschap, waardoor ook de belastingheffing op het resultaat van deze activiteiten samen zal worden berekend. Onder bepaalde voorwaarden kan een dergelijke fusie in principe belastingneutraal gebeuren. Dit betekent dat zij geen aanleiding geeft tot belasting op (o.m. de latente meerwaarden op) de bestanddelen die van de ene vennootschap naar de andere worden overgedragen.  

De wetgever heeft echter een uitzondering voorzien op de belastingneutraliteit van ‘belastingvrije’ fusies op het vlak van de recuperatie van verliezen ontstaan vóór de fusie. De fiscale verliezen van zowel de overnemende als de overdragende vennootschap worden door de fusie immers beperkt in verhouding tot het evenredige aandeel van hun fiscale nettowaarde (FNW) vóór de fusie tot het totaal van de ‘fiscale nettowaarden’ van beide vennootschappen vóór de fusie:

 
FNW van overnemende of overdragende vennootschap vóór de fusie
Totaal van FNW van de overnemende en de overdragende vennootschap vóór fusie
Hoewel de ‘belastingvrije fusie’ geen aanleiding geeft tot belastingheffing op de overgedragen bestanddelen van de overgenomen vennootschap, kan bovenstaande formule inzake verliesbeperking door fusie er wel toe leiden dat een aanzienlijk deel van de overgedragen fiscale verliezen van één van beide vennootschappen verloren gaat.

In bepaalde gevallen kan er een alternatieve oplossing zijn waarbij de fiscale verliezen wel worden behouden. Dit is inzonderheid het geval als de twee betrokken vennootschappen zich als verlieslatende moeder en winstgevende dochter tot elkaar verhouden (al dan niet ingevolge een herstructurering). Er kan in dat geval worden overwogen om niet te fusioneren maar om de dochtervennootschap te liquideren.

De liquidatie van een vennootschap houdt in dat de vennootschap niet alleen ontbonden, maar ook vereffend wordt. Het netto-actief van de ontbonden vennootschap wordt dan uitgekeerd aan haar aandeelhouder(s), in casu haar moedervennootschap. Zodoende verkrijgt de moedervennootschap als enige aandeelhouder (net zoals bij een fusie) ook alle nodige activa voor de verderzetting van de activiteit van de geliquideerde vennootschap. De verlieslatende vennootschap moet in dat geval wel haar eigen fiscale verliezen niet beperken zoals het geval is bij een ‘belastingneutrale fusie’.

De liquidatie heeft echter wel een aantal andere gevolgen op fiscaal vlak. Een liquidatie vindt immers principieel niet fiscaal neutraal plaats. De latente meerwaarden op de activa zullen worden belast in de vennootschapsbelasting. In hoofde van de ontbonden vennootschap zal de uitkering van de onbelaste reserves van de dochtervennootschap aanleiding geven tot vennootschapsbelasting. De ontbonden vennootschap is er in principe ook nog eens toe gehouden om 10% roerende voorheffing in te houden op het deel van de liquidatie-uitkering dat haar gestort kapitaal overschrijdt. In de praktijk zal de ontbonden vennootschap veelal van deze 10% roerende voorheffing vrijgesteld zijn op grond van de moeder-dochterverhouding.

Vooral indien zich in de dochtervennootschap weinig of geen onbelaste reserves en ook geen latente meerwaarden bevinden, zal de taxatie bij liquidatie beperkt zijn.

De eventuele meerwaarde die de ontvangende moedervennootschap ingevolge de liquidatie-uitkering op haar aandelen in de dochtervennootschap realiseert wordt in fiscalibus aanzien als een dividend. Dit dividend zal in principe vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting ten belope van 95% (de ‘DBI-aftrek’).

De optimalisatie op vlak van verliesverrekening kan geïllustreerd worden aan de hand van een voorbeeld.

Stel dat moedervennootschap A een fiscaal overgedragen verlies bezit van 200 en een eigen vermogen van 50. Dochtervennootschap B bezit geen overgedragen verlies en eveneens een eigen vermogen van 50.

Een belastingneutrale fusie zou in casu leiden tot een beperking van de fiscaal overgedragen verliezen van vennootschap A tot:

 
100 (200 verlies x           (50 fiscale nettowaarde A vóór fusie)         .
                               (50 + 50 fiscale nettowaarden A en B vóór fusie)
Wordt dochtervennootschap B echter geliquideerd, dan zullen de overgedragen verliezen 100% behouden blijven.

Indien een vennootschapsgroep onder haar leden zowel een verlieslatende als een winstgevende vennootschap telt, kan het de moeite lonen om een belastingvrije fusie tussen beide te overwegen om zodoende de fiscale verliezen van de ene vennootschap in de toekomst te kunnen compenseren met de winsten van de andere vennootschap. Indien de beperking van de vorige verliezen echter significant is, kan in bepaalde gevallen de liquidatie van de winstgevende vennootschap worden overwogen, zeker indien haar onbelaste reserves en latente meerwaarden minimaal zijn.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.