Back to basics again: gesplitste aankoop vruchtgebruik-naakte eigendom geen simulatie …

Back to basics again: gesplitste aankoop vruchtgebruik-naakte eigendom geen simulatie …

In de praktijk wordt een vastgoedproject nogal eens gerealiseerd middels een gesplitste aankoop van vruchtgebruik en naakte eigendom, waarbij een vennootschap het vruchtgebruik van het vastgoed verwerft terwijl de vennoten/zaakvoerders de naakte eigendom verwerven. De fiscus probeert dergelijke constructies in bepaalde gevallen aan te vechten door een beroep te doen op de klassieke veinzingsleer, op de algemene anti misbruikbepaling ((oud) art. 344 § 1 van het WIB 92) of nog op basis van artikel 49 van het WIB 92. In een arrest van 1 maart 2012, waar een artsenvennootschap mee gemoeid was, veegt het hof van beroep te Brussel al die aanvalsroutes van tafel.

Artsenvennootschap koopt vruchtgebruik woning waarin arts gaat wonen

Een ziekenhuisarts oefent zijn beroepswerkzaamheid uit middels een professionele artsenvennootschap. In de loop van 2002 koopt die vennootschap het vruchtgebruik aan van een woning voor een periode van 15 jaar. De ziekenhuisarts en zijn echtgenote kopen de naakte eigendom. Voor het vruchtgebruik betaalt de vennootschap 80 % van de aankoopprijs, het echtpaar betaalt de resterende 20% voor de verwerving van de naakte eigendom. Op dezelfde dag stelt de vennootschap 80 % van de gemeubelde woning ter beschikking van haar zaakvoerder, de ziekenhuisgeneesheer, en zijn gezin.

Bij bericht van wijziging meldt de fiscus aan het echtpaar dat hij van oordeel is dat de aankoop van het vruchtgebruik door de vennootschap geveinsd is en dat er in werkelijkheid sprake is van een langlopende huurovereenkomst. De administratie baseert zich daarvoor op het feit dat de vruchtgebruiker en de naakte eigenaars er zich in de overeenkomst toe hadden verbonden om hun respectieve rechten op geen enkele wijze af te staan, noch met enig zakelijk recht te bezwaren, tenzij met de uitdrukkelijke toestemming van de wederpartij en het feit dat partijen elkaar tevens een recht van voorkoop verleenden. Daarom vindt de fiscus dat de aanschaffingswaarde van het vruchtgebruik niet meer is dan een door de vennootschap vooruitbetaalde huur voor een periode van 15 jaar voor het volledige gebouw.

Ten belope van het professioneel gebruik van 20 % in hoofde van het echtpaar wordt de aankoopprijs van het vruchtgebruik (gedeeltelijk) belast als (vooruitbetaalde) huur. Ten belope van de 80 % privégebruik wordt de aankoopprijs van het vruchtgebruik (alsook de aktekosten) belast als voordeel van alle aard.

Daarnaast wordt in hoofde van de vennootschap de aanslag geheime commissielonen (300 %) gevestigd op dat bedrag aan voordeel van alle aard ten belope van de aankoopprijs van het vruchtgebruik, de aktekosten en de diverse bijkomende kosten. Verder worden in hoofde van de vennootschap de afschrijvingen op de investeringen aan het gebouw in vruchtgebruik ten belope van het aan de zaakvoerder afgestane gebruik (80 %) verworpen op basis van artikel 49 van het WIB 92.

Rechtbank van eerste aanleg ziet zoals fiscus simulatie ...

In eerste aanleg is de rechtbank van oordeel dat er in casu geen sprake meer kan zijn van een vruchtgebruik. Inzonderheid is de rechtbank de mening toegedaan dat het inzake vruchtgebruik essentieel is dat de vruchtgebruiker een rechtstreekse heerschappij heeft over de zaak. Aan die voorwaarde is volgens de eerste rechter niet langer voldaan aangezien, door de afspraken in het contract, de vruchtgebruiker het recht werd ontzegd om zijn vruchtgebruik te vervreemden, te hypothekeren of te verpanden zonder voorafgaande goedkeuring van de naakte eigenaar (Rb. Brussel 13 maart 2008). Door dat beding hebben partijen, althans volgens de eerste rechter, niet alle gevolgen van de door hen gekozen rechtshandeling aanvaard.

Maar Hof van Beroep ziet het anders

Het hof stelt vast dat het echtpaar geen andersluidende verborgen gehouden overeenkomst afgesloten heeft en ook niet die bedoeling heeft gehad. Tevens stelt het hof vast dat partijen geen enkele wettelijke bepaling geschonden hebben en alle gevolgen van hun rechtshandeling aanvaard hebben. De voorwaarden uit de klassieke Brepols-rechtspraak zijn dus vervuld: er is geen sprake van simulatie.

De fiscus slaagt er volgens het hof niet in het tegenbewijs te leveren van de bewering van de belastingplichtigen dat de vennootschap het vruchtgebruik heeft aangekocht met een tweevoudige doelstelling: namelijk gedeeltelijk gebruik als medische praktijk voor ambulante psychosenzorg en gedeeltelijke terbeschikkingstelling als woonst aan de zaakvoerder als tegenprestatie voor zijn werkzaamheden voor de vennootschap. Volgens het hof blijkt het gebruik als medische praktijk immers uit diverse stukken (aangifte bij gemeente en Orde van Geneesheren als dokterskabinet, telefoonverkeer met medisch centrum, sollicitaties). Dat beroepsmatig gebruik is trouwens door de administratie in de loop van de procedure niet langer in twijfel getrokken. Verder blijkt het beroepsmatige gebruik uit de stijging van de omzet van de vennootschap.

Wat de gratis terbeschikkingstelling betreft, wijst het hof op het feit dat het echtpaar terzake op een voordeel van alle aard werd belast en het beroepsmatig karakter van de verstrekte voordelen er in bestaat dat ze een vergoeding uitmaken voor de geleverde (arbeids)prestaties. De terbeschikkingstelling als woonst aan de zaakvoerder is een tegenprestatie voor zijn werkzaamheden voor de vennootschap, aldus het hof.

Tenslotte merkt het hof op dat de fiscus de aanslag in werkelijkheid baseert op (oud) artikel 344, § 1 van het WIB 92 en niet op simulatie. Maar dat artikel wordt niet formeel ingeroepen.

Quid antimisbruikbepaling nieuwe stijl?

De vraag rijst of het oordeel van het hof anders geweest zou zijn indien de fiscus een beroep zou hebben kunnen doen op het nieuwe artikel 344, § 1 van het WIB 92 (zoals van toepassing vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die zijn gesteld tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op 6 april 2012 en is verbonden aan het aanslagjaar 2012).

Los van het debat of en in welke mate de antimisbruikbepaling nieuwe stijl grondwetsconform is, komt het ons voor dat het verankeren van een gesplitste aankoop van een vastgoed in een verloningspakket van de bedrijfsleider onder de vorm van een voordeel van alle aard een niet-fiscaal motief kan uitmaken voorzover dit motief adequaat en (best) geindividualiseerd onderbouwd wordt. In voorkomend geval zal ook de antimisbruikbepaling nieuwe stijl geen uitwerking krijgen en blijft de Brepolsdoctrine onverminderd van toepassing. Bijzonder aandachtspunt onder de antimisbruikbepaling nieuwe stijl blijft wel uiteraard een correcte waardering van het vruchtgebruik en de naakte eigendom waarbij best uitgegaan wordt van een marktconforme huurprijs. Wordt ongetwijfeld vervolgd … 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.