Arrest grondwettelijk hof 25 februari 2010: fiscale misdrijven onverjaarbaar?

Arrest grondwettelijk hof 25 februari 2010: fiscale misdrijven onverjaarbaar?

De Correctionele Rechtbank te Gent had bij tussenvonnis van 18 maart 2009 een prejudiciële vraag gesteld met betrekking tot de verjaring van het misdrijf van het gebruik van valse stukken en had meer bepaald, bondig samengevat, de grondwettigheid bevraagd van het feit dat "het misdrijf van gebruik van valse stukken wordt beschouwd als een voortdurend misdrijf doordat het gebruik blijft voortduren zelfs zonder een nieuw feit van de dader en zonder zijn herhaald optreden, zolang het door hem beoogde doel niet is bereikt en zolang de hem verweten beginhandeling, zonder verzet van zijn kant, het nuttig gevolg heeft dat hij ervan verwachtte"?

Het Grondwettelijk Hof heeft met arrest van 25 februari 2010 uitspraak gedaan: de wetgever moet weliswaar in voldoende nauwkeurige, duidelijke en rechtszekerheid biedende bewoordingen bepalen welke feiten strafbaar zijn zodat men vooraf op afdoende wijze kan inschatten wat het strafrechtelijke gevolg van dat gedrag is. Op zijn minst zou de rechtsonderhorige dan moeten kunnen inschatten hoe lang je je aan een misdrijf kunt bezondigen of wanneer, anders gezegd, de verjaring een aanvang neemt. Het Grondwettelijk Hof vindt echter dat het vaststellen van het einde van een misdrijf en de aanvang van de verjaringstermijn behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de strafrechter. Het wettigheidsbeginsel belet niet dat de strafrechter het einde bepaalt van het misdrijf van gebruik van valse stukken, naar gelang van de eventuele verwezenlijking van het door de dader nagestreefde doel en het nuttige gevolg ervan. Het Hof meent dat de rechtzoekende niet kan voorhouden dat hij vooraf niet kan inschatten of het misdrijf van gebruik van valse stukken een zogenaamd "voortdurend" karakter heeft, gelet op de vaste cassatierechtspraak. Inderdaad kan volgens de interpretatie van het Hof van Cassatie een fiscaal misdrijf niet verjaren zolang men zich op de vermeend valse stukken blijft beroepen om een stelling te onderbouwen in een bezwaarschrift of in een fiscale beroepsprocedure.

Deze stelling dat een bezwaar de verjaring verlengt, is volgens ons nochtans zeker niet redelijk voorzienbaar, zelfs niet aan de hand van de constante leer van het nuttig effect van het Hof van Cassatie. Welke fiscale consulent heeft destijds aan zijn cliënt laten weten dat een indiening van een bezwaarschrift de strafrechtelijke verjaringstermijn verlengde?

Het feit dat Het Grondwettelijk Hof in zijn arrest het criterium van de redelijke voorzienbaarheid van het nuttig effect uiteindelijk een goede maatstaf vindt voor de strafrechters op het terrein om te zien of een verjaring al dan niet een aanvangspunt nam bij het vestigen van een aanvullende aanslag of de verzending van een bericht van wijziging, opent wat perspectief. Ook op fiscaal vlak zou dit kunnen impliceren dat het fiscaal gebruik van valse stukken uiterlijk eindigt bij het verstrijken van de gewone aanslagtermijnen of bij het verwerpen van de valse stukken door de administratie voorafgaand aan de vestiging van de aanvullende aanslag. Zoniet zouden fiscale misdrijven haast onverjaarbaar zijn ...

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.