Aftrek van btw op investeringen: ook op voorgenomen projecten!

Aftrek van btw op investeringen: ook op voorgenomen projecten!

Elke belastingplichtige mag op de btw die hij verschuldigd is, de btw geheven over de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in aftrek brengen in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen; een ijzeren btw-regel die verankerd is in artikel 45, §1, 1° WBTW en de artikelen 168-169 van de richtlijn 2006/112.
 
Een strikte lezing van die bepalingen zou inhouden dat het recht op aftrek pas zou ontstaan op het moment dat de werkelijke bestemming van de uitgaven voor belaste handelingen vaststaat. In de praktijk kan er echter een zekere tijd verlopen tussen de bestemming en de effectieve realisatie van het project. In artikel 1 KB nr. 3 aangaande de aftrek van btw wordt daarom verwezen naar de vermoedelijke bestemming van de ontvangen goederen en diensten. Het recht op aftrek ontstaat bijgevolg indien de uitgaven op dat moment bestemd zijn om in de toekomst btw-handelingen te stellen. De belastingplichtige hoeft dus niet te wachten tot de ontvangen goederen of diensten voor het vereiste gebruik effectief worden aangewend vooraleer hij het recht op aftrek kan uitoefenen.

Dit bestemmingsbeginsel werd door het Hof van Justitie voor het eerst geformuleerd in het arrest Rompelman (Hvj 14 februari 1985) en werd nadien in latere rechtspraak telkenmale bevestigd (HvJ 8 juni 2000 Breitsohl; HvJ 15 januari 1998 Ghent Coal Terminal);

“De in artikel 4, lid 1 van de Zesde Richtlijn (nu art. 9 lid 1 richtlijn 2006/112) bedoelde economische activiteiten kunnen bestaan in verschillende opeenvolgende handelingen […]. De tot die werkzaamheden behorende voorbereidende handelingen, zoals het verkrijgen van bedrijfsmiddelen en dus ook aankoop van onroerend goed, moeten reeds tot de economische activiteiten worden gerekend.”

Bovendien vereist ook het beginsel van neutraliteit van de btw dat de eerste investeringskosten van de onderneming als economische activiteiten worden beschouwd.

De Administratie zal evenwel verwachten dat de wilsverklaring aangaande de op te starten economische activiteit wordt ondersteund door objectieve gegevens. Wanneer vaststaat dat het werkelijke voornemen om economische activiteit aan te vangen te goeder trouw kenbaar is gemaakt en gesteund is op objectieve gegevens geniet de belastingplichtige dan ook onmiddellijk het recht om de betaalde btw af te trekken (HvJ, 11 juli 1991 Lennartz). De bedoelingen dienen met andere woorden sereen en zonder bedrog te zijn.

Een interessante toepassing van het voorgaande vindt men in de zaak Inzo van het Hof van Justitie. In Inzo (HvJ 29 februari 1996) bouwde het Hof voort op het principearrest Rompelman.

In casu had de vennootschap de intentie een project op te zetten aangaande de bouw van een waterontziltingsinstallatie. Hiervoor werden eerst de nodige rentabiliteitsstudies uitgevoerd. Naderhand bleken de studies echter negatief zodat het project uiteindelijk werd afgeblazen. Niettemin konden de reeds gemaakte kosten voor de studie volgens het Hof nog in aftrek worden gebracht. De eerste investeringsuitgaven, hier de kosten voor de rentabiliteitsstudies, dienden ook hier reeds als economische activiteit te worden aangemerkt ook al werd het project naderhand afgeblazen. Bovendien - zo vervolgde het Hof - staat het beginsel van de rechtszekerheid eraan in de weg dat de rechten en de verplichtingen van de belastingplichtigen afhangen van feiten, omstandigheden of gebeurtenissen die zich na de vaststelling van deze rechten en verplichtingen hebben voorgedaan. Een andere uitlegging zou overigens in strijd zijn met het beginsel van neutraliteit, wat zou neerkomen op een willekeurig onderscheid tussen de investeringsuitgaven voor en tijdens de daadwerkelijke exploitatie van het onroerend goed. Het is dan ook niet relevant of men er uiteindelijk in slaagt de voorgenomen activiteit daadwerkelijk te realiseren.

Uit het bovenstaande blijkt dat het recht op aftrek van btw geldt vanaf het ogenblik dat een activiteit een aanvang neemt, ook al bevindt men zich nog in de conceptfase. Dit betekent dat de voorfinanciering van de btw niet ten laste van het project zelf valt, hetgeen eventueel kan zorgen voor bijkomende financiële ruimte hetgeen het welslagen van het project ten goede kan komen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.