Afschrijving vruchtgebruik - Cassatie dd. 13 november 2014 bevestigt bezoldigingstheorie en maakt fiscus vleugellam...

Afschrijving vruchtgebruik - Cassatie dd. 13 november 2014 bevestigt bezoldigingstheorie en maakt fiscus vleugellam...

De item die dezer dagen vele zielen van de vastgoedfiscalisten beroert is de actie van de fiscus om afschrijvingen van een vruchtgebruik op een vastgoed in een vennootschap te verwerpen in zoverre dit vastgoed ter beschikking staat van de zaakvoerder en het gezin van die vennootschap in ruil voor prestaties van deze zaakvoerder.

Tot voor kort kon niemand er aan twijfelen dat die afschrijvingen aftrekbaar waren; de kosten van het vruchtgebruik waren een aftrekbare loonkost in hoofde van de vennootschap, het genot van de private bewoning is in hoofde van de zaakvoerder een (forfaitair te waarderen) belastbaar voordeel.

De fiscus gooit dit principe in sommige dossiers overboord en verwerpt de kosten van dergelijk vruchtgebruik, daarbij stellende dat tegenover de kosten van het vruchtgebruik geen belastbare inkomsten stonden, dermate dat de aftrekbaarheidsvoorwaarden van artikel 49 WIB 92 niet waren vervuld. Ze verwees daarvoor vaag naar Cassatierechtspraak van 2013.

In de vorige editie van onze IMPOSTO Nieuwsbrief berichtten we u nog dat de voormelde Cassatierechtspraak hoogstens in die zin kon worden gelezen dat niet meer op automatische piloot kan worden aangenomen dat de kosten van het vruchtgebruik aftrekbaar waren in de mate dat de vennootschap de bedrijfswoning ter beschikking stelde van de zaakvoerder en de zaakvoerder vervolgens deze vergoeding aangaf in de personenbelasting. Het is in ons wetboek van inkomstenbelastingen immers niet zo voorzien dat - omdat de uitgave in hoofde van de ontvanger aanleiding geeft tot een belastbaar inkomen - dit meteen ook betekent dat de daarmee gepaard gaande kost in hoofde van de betaler van de uitgave een aftrekbare beroepskost uitmaakt in de zin van artikel 49 WIB 92. In se kan met betrekking tot een personeelskost, indien deze wordt betaald aan een persoon die op geen enkele wijze bijdraagt aan de werking van een vennootschap, de aftrek worden geweigerd, ook al staat de (personen)belasting in hoofde van dat personeelslid buiten kijf. Een dergelijke kost zal enkel dan aftrekbaar zijn indien het betrokken personeelslid voor de vennootschap prestaties levert die de vennootschap enigerlei te goede komen (begrijp: belastbare inkomsten opbrengen of minstens vanuit die intentie gebeuren).

Zo ook is het met de kosten van het vruchtgebruik in de mate deze de vennootschap dienen om haar zaakvoerder te bezoldigen. Indien het ontegensprekelijk vaststaat dat de zaakvoerder werkelijke prestaties levert voor de vennootschap, dan kan er geen twijfel over bestaan dat de vennootschap de opportuniteit heeft haar zaakvoerder in natura te bezoldigen via de ter beschikking stelling van (een deel van) de bedrijfswoning en dat de daartoe gemaakte kosten van het vruchtgebruik fiscaal aftrekbare beroepskosten zijn. Het is evenwel in het licht van artikel 49 WIB 92 aan de belastingplichtige om te bewijzen dat de zaakvoerder effectieve prestaties levert (bv. door aan te tonen welke aard van prestaties hij levert en welke inkomsten daar voor de vennootschap uit voortvloeien (of zouden moeten kunnen voortvloeien)).

Recente rechtspraak van het Hof van Cassatie dd. 13 november 2014 bevestigt deze bezoldigingstheorie nu heel nadrukkelijk. Indien de vennootschap kan aantonen dat de bestuurder die het pand ter beschikking krijgt prestaties levert, dan kan de fiscus de aftrek van de kost niet weigeren, zoniet schendt ze artikel 49 WIB 92. De kost van het vastgoed is dan, zoals elke "loonkost", een aftrekbare beroepskost.

In de praktijk zal het ons in ziens overigens mogelijk niet altijd zo moeilijk zijn om het voor iedereen duidelijk te maken dat tegenover de ter beschikkingstelling van de bedrijfswoning daadwerkelijk prestaties staan. Meestal aanvaardt de fiscus wel de aftrekbaarheid van de andere kosten van de bezoldiging van de betrokken zaakvoerder, weze het een geldelijke bezoldiging, weze het andere voordelen van alle aard (gsm, bedrijfswagen, ...). Uit het feit dat de fiscus de aftrekbaarheid van deze laatste kosten wel aanvaardt, blijkt meteen dat ze de werkelijkheid van de prestaties van de zaakvoerder erkent. Het is immers vanzelfsprekend onmogelijk te stellen dat de prestaties die de bestuurder heeft geleverd werkelijk zijn dermate dat de bezoldiging in geld en het voordeel van alle aard van bv de gsm wordt aanvaard en tegelijkertijd te stellen dat die prestaties niet zijn bewezen voor wat betreft het voordeel van alle aard van bewoning. Een bezoldigingspakket is immers één en ondeelbaar en niet toewijsbaar aan een deel van de prestaties.

Het bovenstaande neemt niet weg dat het ter aanvulling praktisch aangewezen blijft voorkomt de prestaties van de genietende bestuurders te documenteren.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.