Aanslag geheime commissielonen – remedie in extremis ook al werd geen bezwaar ingediend !

Aanslag geheime commissielonen – remedie in extremis ook al werd geen bezwaar ingediend !

In fiscalibus zijn de termijnen van openbare orde. Dit kan in het voordeel van de belastingplichtige spelen, maar ook vaak in zijn nadeel.

We nemen het geval waarbij een vennootschap geen aangifte in de vennootschapsbelasting indient. Ondanks aanmaningen van de fiscale administratie wordt om een of andere reden of omstandigheid ook geen aangifte ingediend. De administratie gaat over tot een aanslag van ambtswege en hanteert daarbij de aanslag geheime commissielonen op de winsten die zij meent te kunnen weerhouden in hoofde van de vennootschap (bijvoorbeeld doordat de vennootschap in het betrokken jaar een betrokken onroerend goed heeft verkocht en de verkoopprijs blijkt uit een notariële akte). In de lijn van de gebeurtenissen wordt ook geen tijdig bezwaar ingediend tegen de aanslag.

De belastingplichtige vennootschap wordt met andere woorden geconfronteerd met een aanslag die ruim de normale belasting te boven gaat, en toch is deze definitief inbaar door de fiscus. Of toch niet? Kan er nog naar de rechtbank worden gestapt ook al is de 6 maanden bezwaartermijn voorbij?

Artikel 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek stelt dat een fiscale vordering voor de rechtbank slechts toegelaten is indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld. Dit is wat men noemt de zogenaamde uitputtingsvereiste.

Uiteraard bestond in casu de mogelijkheid om tegen de betrokken aanslag bezwaar in te dienen. De middelen die men in de bezwaarprocedure (artikel 366 WIB 92) had kunnen inroepen, kunnen ingevolge de uitputtingsvereiste niet meer ingeroepen worden voor de rechtbank. Indien er daarentegen middelen kunnen worden ingeroepen voor hoven en rechtbanken die niet inroepbaar zijn in het kader van het administratief beroep, dan betekent dit noch min noch meer dat er op dit punt geen door de wet georganiseerd administratief beroep is. En dus dat de belastingplichtige nog naar de fiscale rechtbank kan, ook al werd er door omstandigheden geen administratief beroep ingediend.

Tegen een aanslag geheime commissielonen kan men in het kader van een bezwaarprocedure bezwaar indienen “tegen het bedrag van de gevestigde aanslag”. De administratie kan daarbij enkel nagaan of de aanslag is gevestigd conform de fiscale wet. Kwijtschelding van belastingen kan volgens de Belgische Grondwet enkel indien een wet dit voorziet. Er is geen Belgische wet die dit voorziet. Voor billijkheid vanwege de administratie omtrent een aanslag is geen ruimte. De administratie kan ook enkel kwijtschelding geven van belastingverhogingen en boetes en dit overeenkomstig een KB van 1831. Kwijtschelding verlenen of vermindering verlenen van een aanslag (zoals de aanslag geheime commissielonen er een is), zonder dat daartoe een grondslag terug te vinden is in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, is ons inziens evenwel onmogelijk.

Dit zou meteen betekenen dat men de billijkheid van een aanslag niet aan een directeur kan voorleggen, minstens bestaat hiertoe geen (duidelijk) georganiseerd administratief beroepsprocédé.

Een rechtbank of Hof kan daarentegen wel een aanslag kwijtschelden of verminderen om redenen van billijkheid en redelijkheid in zoverre deze neerkomt op een strafrechtelijke sanctie. De redenering gaat als volgt. In eerste instantie dient er op te worden gewezen dat de aanslag geheime commissielonen een sanctie met een strafrechtelijk karakter uitmaakt. Op dergelijke sancties is artikel 6 E.V.R.M. van toepassing. Dit wordt door het Hof van Cassatie vooropgesteld onder meer bij arrest van 10 september 2010. Inzonderheid heeft het Hof van Cassatie vooropgesteld dat in de mate de aanslag geheime commissielonen ertoe strekt het verlies van belastingen en sociale bijdragen te vergoeden, zij geen strafrechtelijk karakter heeft en artikel 6 E.V.R.M. niet van toepassing; a contrario betekent dit dat in de mate de aanslag geen vergoedend karakter heeft deze aanslag wél een strafrechtelijk karakter heeft en artikel 6 E.V.R.M daarop wel van toepassing is. Het gevolg van het strafrechtelijk karakter, al dan niet gedeeltelijk, van de aanslag geheime commissielonen is, zo wordt ondertussen algemeen aangenomen, dat rechtbanken en hoven de redelijkheid ervan kunnen toetsen en eventueel kunnen overgaan tot kwijtschelding of vermindering.

Het bovenstaande betekent met andere woorden dat de rechtbanken en hoven met de aanslag geheime commissielonen kunnen omgaan op een andere wijze dan dat daarmee kan worden omgegaan worden in het kader van een administratief beroep.

Een en ander zou betekenen dat tegen een aanslag geheime commissielonen alsnog naar de rechtbank kan worden gestapt, ook al werd het administratief beroep om een andere reden niet doorlopen. De roeping van de rechter is dan wel beperkt, maar in de praktijk voor aanslagen geheime commissielonen lang niet onbelangrijk; hij kan nakijken in welke mate de aanslag geheime commissielonen een strafsanctie uitmaakt; in de mate sprake is van een strafsanctie kan de rechter de aanslag alsnog milderen …

Deze analyse wordt voorgelegd in een aantal gerechtelijke procedures. Wordt ongetwijfeld vervolgd …

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.